NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Game of Thrones personages afgebeeld als Disney-figuren: toegestaan?

Game of Thrones personages afgebeeld als Disney-figuren: toegestaan?

Game of Thrones is één van de populairste series op dit moment en iedereen wil meedoen aan de GOT-hype. Zo ook de illustrators van Combo Estudio en zij hebben de GOT-personages als Disney-figuren afgebeeld:



 

Uiteraard rijst hier de vraag of dit is toegestaan. De GOT karakters, zoals Tyrion, Cercei en Daenerys Targaryen en de verhaallijnen zijn immers auteursrechtelijk beschermd. Ook is als Gemeenschapsmerk geregistreerd.

 

Kunnen de makers van GOT auteursrechtelijk en/of merkenrechtelijk optreden tegen deze Disney-figuren, of is een uitzondering van toepassing?

Auteursrecht: parodie
Net als Kabouter Plop en Piet Piraat zijn de GOT-personages zeer waarschijnlijk auteursrechtelijk beschermd werken. De Disney GOT-illustraties zijn als een bewerking (nabootsing) van deze werken aan te merken.

De Auteurswet kent een uitzondering voor het gebruik van een werk in het kader van een parodie (artikel 18b Auteurswet). Het
Europese Hof van Justitie heeft parodie-begrip uitgelegd en legt de lat voor een toegestane parodie laag. Er is volgens het Hof sprake van een parodie wanneer een bestaand werk wordt nagebootst maar met duidelijke verschillen met het bestaande werk. Naar mijn mening voldoen de Disney GOT-personages daaraan. Daarnaast moet er ‘aan humor worden gedaan of de spot worden gedreven’. Met de Disney GOT-personages wordt mijns inziens aan humor gedaan: de gewelddadige GOT-personages worden immers als romantische Disney-figuren afgebeeld.

Tot slot moet er een rechtvaardig evenwicht in acht worden genomen tussen de belangen en de rechten van de auteursrechthebbenden enerzijds en de vrijheid van meningsuiting van de gebruiker die zich beroept op de parodie-exceptie anderzijds. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Omdat de Disney GOT-personages geen bijzondere (bijvoorbeeld discriminerende) boodschap uitdragen, zal in dit geval de vrijheid van meningsuiting voor het belang van de auteursrechthebbenden gaan. Auteursrechtelijk gezien zijn de Disney GOT-personages zeer waarschijnlijk toegestaan op grond van de parodie-exceptie.

Merkenrecht: vrijheid van meningsuiting
In tegenstelling tot het auteursrecht kent het merkenrecht geen wettelijke parodie-exceptie. Een parodie kan op grond van de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) wel zijn toegestaan.

Wanneer een partij met de parodie iets aan de kaak wil stellen of wanneer hij de parodie puur voor de lol heeft gemaakt, zonder dat de partij een commercieel doel nastreeft, zal het merkgebruik waarschijnlijk zijn toegestaan. Wanneer een partij parodiërende t-shirts op de markt brengt, zoals Chanel-Ghostbusters kleding, zal een beroep op de parodie-exceptie echter niet slagen. In dat geval spelen de commerciële motieven immers een belangrijkere rol dan de (eventuele) humoristische bedoeling en trekt de parodiërende partij ongerechtvaardigd voordeel uit het merk.

Omdat Combo Estudio gespecialiseerd is in het maken van illustraties en personages, is te beargumenteren dat zij een commercieel belang heeft bij de parodie. De parodie kan er immers voor zorgen dat meer mensen het bedrijf de opdracht geven een illustratie te maken. Omdat de Disney GOT-personages vooral grappig bedoeld zijn, en het merk met name wordt gebruikt om te laten zien hoe GOT er uit zou hebben gezien als het door Disney zou zijn ontwikkeld, ben ik van mening dat deze parodie merkenrechtelijk door de beugel zou moeten kunnen.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Evert van Gelderen donderdag 28 mei 2015 10:08

Leuk bericht.
De merkrechten van Disney zijn ook nog het bespreken waard. De afbeelding lijkt immers van Disney afkomstig terwijl dat kennelijk niet zo is?

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.