020 530 0160

Per 1 oktober nieuwe procesregels voor de mondelinge behandeling en uitbreiding regiefunctie rechters

Gepubliceerd op 29 juli 2019 categorieën 

Er is al genoeg gezegd en geschreven over de deceptie die ‘KEI’ heet, de (poging tot) digitalisering van de rechtspraak. Gebleken is dat de schaal en complexiteit van de digitalisering van de rechtspraak zijn onderschat. In 2016 zijn echter al wel de procesregels voor het digitaal procederen in werking getreden en is er bij de rechterbank Gelderland en Midden Nederland als pilotgerechten conform deze nieuwe procesregels digitaal geprocedeerd. 

Nu de digitalisering van de rechtspraak niet doorgaat, althans niet in deze vorm en op deze wijze, moeten de digitale procesregels weer plaats maken voor de oude en zal het digitaal procederen bij de pilotgerechten moeten worden stop gezet. Omdat niet alle digitale procesregels uitsluitend zijn toe te passen op het digitaal procederen, maar in het kader van modernisering en vereenvoudiging bij voorkeur ook voor het niet-digitaal procederen worden toegepast, blijven een aantal van die procesregels behouden.

De nieuwe procesregels treden in werken per 1 oktober 2019 en geven de rechter een sterkere regiefunctie en er zijn meer mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling.

Uitbreiding mondelinge behandeling

In de eerste plaats wordt gewaarborgd dat de rechter op verzoek van een partij of partijen, maar ook ambtshalve, in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling kan bevelen. Het verschil met het huidige procesrecht is dat de mondelinge behandeling niet is beperkt tot een schikkings- inlichtingencomparitie. 

Daarnaast krijgt de rechter meer mogelijkheden om de mondelinge behandeling af te stemmen op de bijzonderheden van de zaak en de wensen van partijen. Zo krijgen partijen de gelegenheid om hun standpunten nader toe te lichten en kunnen getuigen en deskundigen met voorafgaande toestemming van de rechter ook tijdens de mondelinge behandeling worden gehoord. 

Het pleidooi vervalt omdat de rechter partijen altijd in de gelegenheid moet stellen hun standpunten mondeling toe te lichten. Dit vloeit ook voort uit artikel 6 EVRM waarin het recht op een mondelinge behandeling is opgenomen (fair and public hearing). Verder kunnen de procespartijen elkaar tijdens de mondelinge behandeling rechtstreeks vragen stellen. De rechter heeft wel de bevoegdheid om te beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven.

Schikkingen en het proces verbaal

Verder worden de regels over de schikking en het proces-verbaal overgenomen uit de procesregels voor het digitaal procederen. Die regels verschillen bijna niet van de huidige praktijk, voornamelijk de formulering is anders. Wel is nu uitdrukkelijk opgenomen dat de procedure eindigt door het bereiken van een schikking en moet standaard een proces verbaal van de schikking worden opgemaakt, dat is nu alleen nog indien een partij dit verlangd. Nieuw is dat het proces-verbaal van een mondelinge behandeling waarop geen schikking is bereikt ook kan bestaan uit geluid- of beeldopnames.

Overgang

De procedures die bij de pilotgerechten voor 1 oktober 2019 digitaal zijn gestart worden conform de procesregels voor digitaal procederen afgehandeld. Om te bevorderen dat het digitaal procederen bij deze pilotgerechten zo snel mogelijk wordt uitgefaseerd, kan de rechter met toestemming van partijen de zaak ook verder afhandelen volgens niet-digitale procesregels. Ook een minder vergaande aanpak is mogelijk. De rechter kan ook met partijen afspreken dat zij geen gebruik meer maken van het digitale systeem van de rechtspraak. In geval van verzet tegen een verstekvonnis dat wordt ingesteld na 1 oktober 2019, zijn de regels voor niet-digitaal procederen van toepassing – ook al is de verstekprocedure dus digitaal gevoerd.

Vrijwillig digitaal procederen

Overigens is het digitaal procederen niet van de baan. De raad voor rechtspraak heeft een nieuw basisplan vastgesteld voor de digitalisering van rechtspraak. Het basisplan gaat uit van digitale toegankelijkheid voor rechtzoekenden en een beter beheersbare aanpak. Procespartijen kunnen op vrijwillige basis hun stukken digitaal indienen, waarna er een digitaal dossier beschikbaar wordt gesteld. Als deze aanpak positieve resultaten oplevert, kan het digitaal procederen alsnog verplicht worden gesteld. 

Bron: rechtspraak.nl
Deze blog is automatisch geïmporteerd uit een oudere versie van deze website. Daarom is de lay-out mogelijk niet perfect.
Deel:

publicaties

Gerelateerde artikelen