<rss version="2.0" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
<channel>
  <atom:link href="http://www.solv.nl/weblog/40" rel="self" type="application/rss+xml" />
  <title>SOLV Weblog</title>
  <link>http://www.solv.nl/weblog/40</link>
  <description><![CDATA[ Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op SOLV.nl ]]></description>
  <language>nl</language>
  <copyright>Copyright 2012</copyright>
  <ttl>60</ttl>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/naam-onafhankelijke-burger-partij-van-hero-brinkman-goedgekeurd-door-kiesraad/18859</guid>
    <title>Naam Onafhankelijke Burger Partij van Hero Brinkman goedgekeurd door Kiesraad</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/naam-onafhankelijke-burger-partij-van-hero-brinkman-goedgekeurd-door-kiesraad/18859</link>
    <description><![CDATA[ 
De naam van de nieuwe politieke partij van Hero Brinkman, Onafhankelijke Burger Partij, is volgens de Kiesraad niet in strijd met de Kieswet. Terwijl deze naam volgens de Burger Partij Amersfoort toch wel erg veel lijkt op hun naam, die zij naar eigen zeggen al sinds 1998 hebben geregistreerd.
 
De Kiesraad verklaarde vorige maand al dat zij namen van politieke partijen alleen toetst op verwarring met bestaande landelijke partijnamen. Namen van lokale partijen als de Burger Partij Amersfoort worden daarin dus niet meegenomen, en de Kiesraad wees het bezwaar van de BPA dan ook af.
 
De BPA laat het er niet bij zitten en gaat tegen het besluit van de Kiesraad in beroep bij de Raad van State. Het is echter de vraag of het beroep van de BPA kansrijk is.Op grond  van de Kieswet kan een partijaanduiding slechts op de volgende 6 gronden worden afgewezen:
 
1. als de naam in strijd is met de openbare orde;
2. als de naam geheel dan wel in hoofdzaak overeenstemt met een reeds door hetzelfde centraal stembureau geregistreerde naam, en daardoor verwarring te duchten is;
3. als de naam anderszins misleidend is;
4. als de naam langer is dan 35 letters of andere tekens;
5. als de naam geheel of in hoofdzaak overeenkomt met die van een rechtspersoon die door de rechter verboden is verklaard en om die reden is ontbonden;
6. als op één dag twee geheel of vrijwel geheel gelijkluidende namen ter registratie worden ingediend, tenzij één van de twee namen al op een van de andere gronden moet worden afgewezen.
 
De Burger Partij Amersfoort is waarschijnlijk alleen bij het centraal stembureau Amersfoort geregistreerd, terwijl de Onafhankelijke Burger Partij van Hero Brinkman is geregistreerd bij de Kiesraad, die fungeert als het centraal stembureau voor de landelijke verkiezingen. De twee partijen zijn dus niet bij hetzelfde centraal stembureau geregistreerd, waardoor de 2e afwijzingsgrond niet opgaat voor de Burger Partij Amersfoort.
 
Interessant is nog wel de volgende bepaling. Een voor een “hogere” verkiezing geregistreerde aanduiding werkt in beginsel door naar “lagere” verkiezingen. Dat betekent dat een bij de Kiesraad geregistreerde aanduiding in beginsel ook door de betreffende politieke partij wordt gebruikt bij provinciale staten- en gemeenteraadsverkiezingen. Hierop geldt echter één belangrijke uitzondering. De doorwerking geldt niet, wanneer een door de Kiesraad geregistreerde partijnaam geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een al eerder op provinciaal of gemeentelijk niveau geregistreerde aanduiding van een andere partij.
 
Dat betekent dus dat Hero Brinkman te zijner tijd met zijn Onafhankelijke Burgerpartij niet onder die naam mee mag doen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Amersfoort. Gesteld dat hij zover komt natuurlijk. 
  ]]></description>
    <pubDate>Wed, 16 May 2012 18:18:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/portretrecht-zwaar-de-pineut/18856</guid>
    <title>Portretrecht ‘zwaar’ de pineut</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/portretrecht-zwaar-de-pineut/18856</link>
    <description><![CDATA[ Het Gerechthof van Amsterdam heeft in de zaak Appellant tegen Uitgeverij Bas van 15 mei jl. andermaal geoordeeld in het voordeel van de vrijheid van meningsuiting in een portretrechtzaak. Dit deed zij al eens eerder in haar uitspraak in de zaak De Hollandse Hardloopster.
In deze zaak ging het – kort gezegd – om een foto van een hardlopende moeder met een kinderwagen. Het fotobureau Hollandse Hoogte, had deze foto zonder toestemming van de betreffende persoon op haar website geplaatst en gaf de foto later in licentie aan de Consumentenbond. De Consumentenbond heeft deze foto vervolgens paginagroot opgenomen in de Consumentengids. Het belangrijkste argument van het Hof in deze zaak was dat het ging om een foto met een neutraal karakter. Het ging, met andere woorden, niet om een foto welke compromitterend of diskwalificerend zou kunnen zijn ten opzichte van de geportretteerde.
In de uitspraak van het Hof in de zaak van 15 mei is er echter in mijn ogen wel sprake van een diskwalificerende context waarin de foto is geplaatst. Het gaat hier namelijk om een foto van een zwaarlijvige man, welke vervolgens is opgenomen in het boek ´Platter &amp; Dikker´, een confronterend boek over onder meer exhibitionisme en obesitas in de huidige samenleving. De foto was niet in opdracht van de geportretteerde gemaakt en is vervolgens zonder zijn toestemming openbaargemaakt.
In ons rechtssysteem is een openbaarmaking van een foto - welke niet in opdracht is gemaakt - niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich hiertegen verzet. Of er sprake is van een redelijk belang hangt af van de omstandigheden van het geval. Hier dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen enerzijds de privacybelangen van de geportretteerde en aan de andere kant de vrijheid van meningsuiting.
Ik kan er goed inkomen dat het recht op privacy van een persoon in een neutrale foto moet wijken voor de vrijheid van meningsuiting. Maar in het geval er een foto wordt gemaakt van een man die kampt met zwaarlijvigheid, deze vervolgens zonder toestemming wordt opgenomen in een boek en dan ook nog eens in een - op zijn minst gezegd - dubieuze context wordt geplaatst, dan wordt wat mij betreft de grens van de vrije meningsuiting wel erg ver opgerekt. 
Het argument dat het verwijderen uit het boek van de foto een disproportioneel zware belasting zou zijn voor de uitgever, snijdt in mijn optiek geen hout. Dit oordeel kan namelijk een stimulans voor uitgevers en fotografen zijn om nog vaker over te gaan tot openbaarmaking van foto’s die niet in opdracht zijn gemaakt en waar de geportretteerde geen toestemming voor heeft gegeven. Het is waar dat ze daar wettelijk niet toe zijn verplicht, maar enige morele redenen voor het vragen van toestemming worden zo ook buiten spel gezet. 
Na deze uitspraak zal ik tijdens het uitgaan in ieder geval nog alerter zijn op fotografen die schuilgaan in de bosjes. En in het geval ze me toch te pakken krijgen, zal ik het Hof van Amsterdam hoe dan ook vermijden.
Lees hier de uitspraak van het Hof van 15 mei en hier de uitspraak in de zaak de Hollandse Hardloopster.
Door: Mathijs de Vos ]]></description>
    <pubDate>Wed, 16 May 2012 14:06:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/he-kleine-mierenneuker-wil-jij-wel-s-gauw-je-muil-houwe/18855</guid>
    <title>&quot;Hé kleine mierenneuker, wil jij wel &#039;s gauw je muil houwe?&quot;</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/he-kleine-mierenneuker-wil-jij-wel-s-gauw-je-muil-houwe/18855</link>
    <description><![CDATA[ Wie kent de uitspraak &quot; Hé kleine mierenneuker, wil jij wel &#039;s gauw je muil houwe&quot; nog.Hij is van Jacobse en Van Es, de Haagse jongens van de Tegenpartij. Briljante sketch van Van Kooten &amp; De Bie destijds.Het woord &quot;mierenneuker&quot; was onlangs weer veel in het nieuws. Aanleiding is een recente uitspraak van de Hoge Raad, in een zaak waarbij een verdachte in februari 2010 in Enschede tegen een agent  zei &#039;jij bent een mierenneuker&#039;. De verdachte zei dat toen hij een blikje bier af moest staan. De agent voelde zich in zijn eer aangetast en maakte een proces-verbaal op.De betreffende agent verklaart letterlijk als volgt:
&quot; (...) Op dat moment zag ik, verbalisant [verbalisant 1], dat [verdachte] een geopend blikje bier pakte en deze mee wilde nemen naar buiten. Ik heb toen het blikje bier afgepakt en heb tegen [verdachte] medegedeeld dat hij het blikje bier niet mocht meenemen. Op het moment dat wij in ons dienstvoertuig wilden stappen hoorde ik, verbalisant [verbalisant 2], dat [verdachte] tegen mij zei: &quot;jij bent een mierenneuker&quot;. Op het moment dat [verdachte] dit tegen mij zei, stonden er meerdere personen op straat die meekregen wat [verdachte] tegen mij zei. Ik, verbalisant [verbalisant 2], voelde mij op dat moment in mijn goede naam en eer aangetast.&quot;De verdachte verklaart letterlijk als volgt:&quot;Ik zit hier omdat ik ben aangehouden voor belediging van een ambtenaar in functie. Ik zou uw collega&#039;s mierenneukers hebben genoemd. Dit kan ik bevestigen. Vandaag, op 25 februari 2010, stond ik naast de Albert Heijn met een aantal jongens. Dit waren [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Ik stond half binnen, half buiten de ingang van de parkeergarage gelegen naast de Albert Heijn aan het Hendrik Jan van Heekplein 63 te Enschede. Hier werd ik aangesproken door uw collega&#039;s. Ik werd daar naar buiten gestuurd. Binnen stond een geopend blikje bier. Deze wilde ik meenemen om vervolgens het blikje bier in de afvalbak te gooien. Dit werd mij door uw collega afgepakt. De politieagent gooide het bier zelf weg en liep vervolgens weg. Toen ze wegliepen, riep ik dat de mannelijke agent een mierenneuker was. Ik vond hem heel kinderachtig. Ik geef toe dat ik heb geroepen dat hij een mierenneuker was&quot;
De rechtsvraag is het oordeel door de lagere rechters dat de in de bewezenverklaring vermelde bewoordingen &quot;jij bent een mierenneuker&quot; als belediging in de zin van art. 266 Sr kunnen worden aangemerkt.De Hoge Raad overweegt kort gezegd dat het gebruik van de door verdachte gebezigde woorden “Jij bent een mierenneuker” in het algemeen niet beledigend is, zodat het in casu afhangt van de context waarin die woorden zijn gebezigd. Letterlijk luiden de relevante overwegingen:
&quot;3.2 De bewezenverklaring houdt in dat het gaat om een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan. In een dergelijk geval moet een uitlating als beledigend worden beschouwd indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ9796, NJ 2010/671). 3.3. Het gebruik van de volgens de bewezenverklaring door de verdachte gebezigde woorden is in het algemeen niet beledigend, zodat in deze zaak de beantwoording van de vraag of sprake is van belediging in de zin van art. 266 Sr, afhangt van de context waarin die bewoordingen zijn gebezigd. Het Hof heeft in dit verband in de nadere bewijsoverweging weliswaar verwezen naar &quot;de geschetste context&quot;, maar onvoldoende duidelijk gemaakt wat die context in het onderhavige geval precies inhoudt en hoe die context tot het oordeel van het Hof over belediging heeft geleid. De bestreden uitspraak is in dit opzicht dus ontoereikend gemotiveerd.&quot;Lees hier het arrest. 
 
 
  ]]></description>
    <pubDate>Wed, 16 May 2012 11:09:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/general-motors-facebook-ads-niet-effectief-genoeg/18854</guid>
    <title>General Motors: Facebook ads niet effectief genoeg</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/general-motors-facebook-ads-niet-effectief-genoeg/18854</link>
    <description><![CDATA[ 

Autofabrikant General Motors stopt met betaald adverteren op Facebook. Dat meldden werknemers van het bedrijf dinsdag, zo bericht het Parool. GM zou jaarlijks 40 miljoen dollar aan marketing via Facebook besteden, waarvan een kwart als reclamegeld naar het internetbedrijf zelf gaat. GM vindt nu dat advertenties op de sociale netwerksite niet effectief genoeg zijn.Het nieuws komt op een wat ongelukkig moment , vlak voor de veelbesproken beursgang van Facebook komende vrijdag.
Lees hier een uitgebreid bericht over de kwestie van de Financial Times. ]]></description>
    <pubDate>Tue, 15 May 2012 10:58:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/minister-rapporteert-over-ict-projecten-is-haar-optimisme-gerechtvaardigd/18857</guid>
    <title>Minister rapporteert over ICT projecten; is haar optimisme gerechtvaardigd?</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/minister-rapporteert-over-ict-projecten-is-haar-optimisme-gerechtvaardigd/18857</link>
    <description><![CDATA[ Op 10 mei jl. heeft Minister van Binnenlandse Zaken Spies de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2011 aan de Tweede Kamer aangeboden. Met het toenemende belang en omvang van ICT, ook voor de Rijksoverheid, is er in de Jaarrapportage steeds meer aandacht gekomen voor de verslaglegging rondom grote ICT-projecten. Alleen de bijlage over grote en risicovolle ICT-projecten beslaat inmiddels al 110 pagina’s. Daarnaast wordt ook in de aanbiedingsbrief aandacht besteed aan de ICT projecten. En er klinkt een optimistisch geluid: ”In 2011 was er veel minder sprake van kostenoverschrijding van grote ICT-projecten dan in 2010. Dat is een positieve ontwikkeling. Het Rijk slaagt er beter in om de risico’s van grote projecten in te perken” aldus de Minister. Als kritisch volger van de ICT-projecten van de overheid was mijn nieuwsgierigheid direct gewekt. En ik heb de moeite genomen om de 110 pagina’s voor u door te nemen. Bent u ook benieuwd? Hieronder mijn bevindingen.
 
Projecten
In 2011 was er sprake van de uitvoering (en in sommige gevallen afronding) van 49 grote ICT-projecten met een hoog risico. Deze projecten variëren van “DigiInkoop”  tot de realisatie van een Passenger Related Data Exchange voor vliegpassagiers, herinrichting van de informatievoorziening van de IND, vervanging van het C2000 systeem bij Defensie, verschillende SEPA projecten en het Elektronisch Patiënten Dossier, heel eufemistisch gemarkeerd als “afgerond”  in 2011. Ook aan “Killen en Migreren” (het uitfaseren van businessapplicaties) en het volledig automatiseren van de sluizen en bruggen in Zeeland (MOBZ: Modernisering Object Bediening Zeeland) wordt veel tijd en overheidsgeld besteed.
 
Omvang in budgetten
De totaal voor deze projecten initieel geraamde kosten bedroegen 1957,86 miljoen euro. Gemiddeld per project een bedrag van bijna 40 miljoen euro. Het vorig jaar gestaakte – en wat mij betreft dus niet “afgeronde” -  EPD steekt daar met een budget van 300,7 miljoen euro ver bovenuit. 
De kosten conform de eerste herijking komen nu, als actuele laatste schatting maar liefst op 2409,61 miljoen euro.  Dat is een kostenstijging van maar liefst 23%! De Minister kan dan wel heel optimistisch stellen dat er sprake is van een positieve ontwikkeling, afgezet tegen 2010, maar dat is mijns inziens toch een beetje window dressing,  wellicht ingegeven door de kritische geluiden in de media over het mislukken van ICT projecten bij de overheid en de overschrijding van de budgetten. De harde cijfers laten – helaas – ook voor 2011  een minder positief beeld zien.
 
Ook de redenen van overschrijding van budgetten geven wat mij betreft aanleiding tot zorg. Bij Project SPEER (Strategic Process &amp; ERP Enabled Reengineering) van Defensie bestaat de overschrijding van het programma budget volgens het verslag uit “prijsstijgingen in de markt voor ICT dienstverlening en meerkosten als gevolg van vertragingen.” Dat laatste levert natuurlijk direct de vraag op: waarom komen die kosten voor rekening van de overheid? Wat is daar contractueel dan over afgesproken?
Dezelfde vragen rijzen bij de uitleg ten aanzien van kostenoverschrijdingen die, ik citeer lukraak uit het verslag, veroorzaakt zijn vanwege:
-       een aantal zaken die niet waren meegenomen in de aanbesteding (blz. 8)
-       het feit dat voor het converteren van data meer externe en projectinzet benodigd was (blz. 8);
-       een geschil over vertraging, vastgesteld door projectmanagement op 1,3 miljoen euro (blz. 27, maar totale stijging 2,8 miljoen);
-       prijscompensaties, afrondingsverschillen en compensatie projectbudget (blz. 30);
-       gebrek aan robuustheid (veel uitval tijdens schaduwdraaien, onvoldoende performance (blz. 47);
-       onduidelijkheid over de te leveren werkzaamheden door de leverancier en de Belastingdienst bij het ontwikkelen van het pakket (blz. 59);
-       de vertaling van het concept naar functionele eisen in het contract complexer is dan gedacht (blz. 62);
-       aanpassing van de veranderstrategie (blz. 82);
-       uitloop van het centrale project op Europees niveau (blz. 84);
-       uitloop/vertraging op de planning (blz. 86).  
Eerlijk is eerlijk, in een aantal gevallen is de budget- (en vaak ook termijn-) overschrijding het resultaat van een gewijzigde scope van het project, onder andere ten gevolge van wetswijzigingen. En een enkele keer is er zelfs een meevaller, omdat bepaalde hardware voordeliger dan begroot kon worden verworden. Maar het overall beeld is minder rooskleurig en leidt, zonder uiteraard van de details op de hoogte te zijn, tot de ongenuanceerde vraag: hadden een aantal van deze oorzaken niet voorkomen kunnen worden door daar contractueel (betere) voorzieningen voor te treffen?     
 
Overschrijding van de einddata van de projecten 
Als we de lijst van de 49 projecten doornemen lopen vrijwel alle projecten uit. De projecten kennen gezamenlijk, als we uitgaan van de thans actueel geschatte einddata (die dus nog kunnen verschuiven) een overschrijding van – afgerond in jaren – 69 jaar! Gemiddeld per project een overschrijding van bijna 1,5 jaar, met als uitschieters de projecten SPEER van Defensie (5 jaar overschrijding)  en PALS (Defensie), Toeslagen Nieuw (Financiën), MOBZ (I&amp;M), NL-SIS-I (V&amp;J)I en GPS (V&amp;J) met allemaal, thans ingeschat, 4 jaar overschrijding. 
 
Ten aanzien van het project SPEER (Strategic Process &amp; ERP Enabled Reengineering) wordt niet duidelijk uit de verslaglegging waar de overschrijding van de termijn nu precies in zit. Er lijkt een beetje crypisch te worden gezegd dat er qua doorlooptijd een wijziging is, omdat deze initieel op de verwerving van ERP-pakketten zag en later op “de business case”. 
 
Verder wordt vertraging deels veroorzaakt door geschillen over de scope, en deels omdat de scope in goed verleg wordt aangepast. Ten aanzien van geschillen of onduidelijk over de scope grijp ik terug op mijn eerdere – ongenuanceerde – vraag of dit niet deels voorkomen had kunnen worden.
 
Kortom: ik deel, na het doorspitten van de rapportage, de optimistische blik van de Minister niet en durf te stellen dat er nog veel moet gebeuren om de ICT projecten van de overheid qua doorlooptijd en budget meer binnen het gareel te krijgen. Om te beginnen ligt hier wat mij betreft een taak voor gespecialiseerde ICT juristen. Is dit een open sollicitatie? Uiteraard! Maar dan wel voor een opdrachtgever die een kritische geluid niet schuwt ;-)
 
Hier kunt u de betreffende stukken downloaden. ]]></description>
    <pubDate>Mon, 14 May 2012 16:05:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/de-week-van-maarten-verhoef/18853</guid>
    <title>De week van... Maarten Verhoef</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/de-week-van-maarten-verhoef/18853</link>
    <description><![CDATA[ Introductie 
Maarten G. Verhoef (42) is eigenaar van het bedrijf Oriste Business Values (www.oriste.nl). Het bedrijf biedt startende en gevestigde ondernemers bouwstenen om succesvol te zijn en blijven, juist ook in crisistijden. Naast producten als de zakenpartnertest.nl en workshops en businessmediation-trajecten is er ook een nieuw product bijgekomen en wel het boek ‘OVER WINNAARS’. Dat laat ondernemers op een heel eenduidige en super praktische wijze excelleren op basis van gedeelde waarden. 
Hoe gaat het? 
In één woord fan-tas-tisch. En dat komt vooral om dat de wereld om ons heen steeds meer beaamt dat het tijd wordt dat ondernemers en hun bedrijven weer laten zien wat hun meerwaarde is. Niet alleen in de glossy brochures, maar juist ook in de praktijk van alledag. 
Het boek ‘OVER WINNAARS’ maakt best veel los bij de mensen. Bedrijven (h)erkennen dat zijn terug moeten naar hun kernwaarden, al is het maar om te kunnen overleven in de economische chaotiek waarin we momenteel opereren. Wat bindt mensen aan hun bedrijf en zeker zo belangrijk is ook, wat bindt de ondernemer (nog aan zijn bedrijf en zijn businesspartners? In tijden waarin het lijkt alsof ieder voor zich opereert is het focussen op allianties en co-creaties ‘hot’. Maar hoe zorg je dat het geen ééndagsvlieg-relaties zijn, die je veel meer energie kosten dan in the long run opleveren? Het kiezen en houden van de juiste businessrelaties begint bij je eigen waardenpallet.
Drukke week?
Best wel en dat is alleen maar geweldig. Want de energie die het mag kosten, vertaalt zich ook weer terug in een enorme dosis doorzettingsvermogen en plezier. En zonder dat laatste is de lol er snel af. Met een grote glimlach mag ik dinsdag bijvoorbeeld voor de camera’s van TV Limburg verschijnen in het programma TVL Business, dat 10 juni zal worden uitgezonden. Daarvoor ben ik op de Entrepreneursday in Amsterdam te gast. De week vult zich ook met het doorspreken en opzetten van een grote ledendag voor de vakbond over ‘authenticiteit en ondernemen’ in het najaar. We gaan op de GIDS Academy een training geven over fundamenteel anders ondernemen in de toekomst. Daarnaast zijn er met een paar hogescholen gesprekken, om een college te maken voor student-ondernemers. Ook ontzettend inspirerend om te doen. Daarnaast is er een gesprek gepland om het boek ‘OVER WINNAARS’ ook in Duitsland uit te gaan geven. Dus vertalers, marktverkenners en ondernemersadviseurs komen samen om dat met ons af te kaarten. 
Zijn er nog juridische hobbels? 
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad is een spreuk die hier goed op van toepassing is. Oftewel, ik heb geen idee wat ons te wachten staat. Zeker niet als het gaat om het uitgeven van ons boek ‘OVER WINNAARS’ in Duitsland. Vooralsnog voorzie ik geen zwaarmoedige trajecten. Gelukkig is het lijntje met SOLV kort, dus mocht er onverwacht iets opduiken, dan is de back up snel geregeld! Gelukkig hebben we twee jaar geleden al eens een complete herbouw van leveringsvoorwaarden en statuten in gang gezet, dus wat dat betreft zijn zaken ook goed gefundeerd.
Wat hoop je vrijdag bereikt te hebben?
Dat het gedachtegoed om gefundeerd te ondernemen op grond van gedeelde waarden is gaan landen. Ik geniet daarom nu al van de zaken die de komende week gepland staan. De televisieopnames bij TVL Limburg zijn echt een cadeautje, maar ook andere media-aandacht is natuurlijk fantastisch. Daarnaast hoop ik een bijdrage mag leveren aan een goede dialoog tussen startende ondernemers en hun gedachten mag aanscherpen als het gaat om authentiek ondernemerschap. 
Wat ik ook nog gaaf vind, is dat mijn zoon van 3 betrokken wordt in de zaak die ik uitbouw. Hij gaat mee naar een nieuwe uitgeverij waarmee we gaan samenwerken. Boeken wegbrengen. Hij snapt dan ook beter waar ik mij vanuit ons bedrijf sterk voor maak. Samenwerken met partijen op basis van goede afspraken. Ook dat is voor mij een doel. Mijn eigen drie kinderen meenemen in het ‘waardenverhaal’ van waaruit ik denk, leef en ook onderneem. Niets zo leuk als hen iets gefundeerds mee te geven voor de toekomst. Echt een zegen! ]]></description>
    <pubDate>Fri, 11 May 2012 15:17:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/opvallend-vonnis-over-een-software-licentie-en-auteursrechtinbreuk/18852</guid>
    <title>Opvallend vonnis over een software licentie en auteursrechtinbreuk</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/opvallend-vonnis-over-een-software-licentie-en-auteursrechtinbreuk/18852</link>
    <description><![CDATA[ Een opvallend vonnis over een software licentieovereenkomst van de Rechtbank Rotterdam. De overeenkomst tussen partijen (Fides als licentiegever en EuroPsyche als licentienemer) zag op het online ter beschikking stellen van een digitaal platform voor verschillende doeleinden die samenhangen met de zorgverlening door EuroPsyche. Partijen ruziën over verschillende aspecten. 
Fides mag niet opschorten, ook al heeft EuroPsyche niet betaald
Ten eerste vindt Fides dat EuroPsyche niet op tijd betaald heeft en heeft zij daarom de toegang tot het platform gedeeltelijk geblokkeerd. De rechtbank stelt echter dat, zelf als vast komt te staan dat EuroPsyche toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen (de inhoud van die verplichtingen stond namelijk niet vast), Fides niet gerechtigd was de toegang tot het platform te blokkeren. 
De rechtbank acht de blokkade disproportioneel, omdat het een voor de continuïteit van de bedrijfsvoering van EuroPsyche essentieel systeem betreft.
“Daarbij is enerzijds in de overweging betrokken dat aannemelijk is dat niet of nauwelijks sprake is geweest van ingebrekestelling, terwijl EuroPsyche een substantieel bedrag op korte termijn heeft betaald, en anderzijds dat het hier een systeem betreft dat zorgverlening aangaat.”
“Het beroep van Fides op een (wettelijk) opschortingsrecht moet voorshands in dit geval daarom, ook al vloeien de verbintenissen over en weer uit dezelfde rechtsverhouding voort en ook al zou de geldvordering die zij op EuroPsyche stelt te hebben opeisbaar te achten zijn, als naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden aangemerkt.” 
Fides wordt dan ook door de rechtbank verboden om de toegang tot het platform te blokkeren tot het einde van de licentieovereenkomst (31 december 2012). De rechtbank realiseert zich dat Fides daardoor een belangrijk pressiemiddel om EuroPsyche tot betaling te dwingen wordt ontnomen. Daarom geldt het verbod onder de voorwaarde dat EuroPsyche steeds aan haar betalingverplichtingen voldoet. 
EuroPsyche heeft geen recht op afgifte van de software, ook al staat dat in de overeenkomst
Ten tweede wordt door EuroPsyche gevorderd dat zij een kopie ontvangt van de software die ten grondslag ligt aan het platform. In de licentieovereenkomst is voor Fides de verplichting opgenomen om zo’n kopie ter beschikking te stellen indien dit noodzakelijk is in het kader van een beveiligingsprocedure of voor testdoeleinden. Toch oordeelt de rechtbank dat Fides daartoe niet hoeft over te gaan. 
Dit omdat de software sinds 2011 als webapplicatie op afstand aan EuroPsyche beschikbaar wordt gesteld (voorheen was dat namelijk anders). Door online beschikbaarstelling is een back-up van de software gegarandeerd, aldus de rechtbank. Bovendien had EuroPsyche steeds toegang tot door haar zelfstandig te benaderen testomgevingen. EuroPsyche heeft dus geen recht op afgifte van een kopie van de software.
EuroPsyche maakt inbreuk op de auteursrechten op de software, ook al beschikt zij niet over de broncode
Tot slot beschuldigt Fides EuroPsyche in reconventie van auteursrechtinbreuk. De licentieovereenkomst eindigt per 31 december 2012 en vast staat dat EuroPsyche al enige tijd werkt aan de vervanging van het digitale platform. Fides stelt dat EuroPsyche daarbij de software van Fides als basis gebruikt.
De rechtbank gaat, gek genoeg, mee in deze redenering. Zij stelt dat Fides licentienemer is van de auteursrechthebbende, Systicon en dat: 
“EuroPsyche (als gebruiksgerechtigde van Fides), zonder toestemming van Systicon of Fides, niet gerechtigd [is] aan de hand van en gebaseerd op het digitale platform van Systicon een vervangend systeem te ontwikkelen teneinde dit, na de beëindiging van de overeenkomsten, commercieel te exploiteren.”
Dit lijkt niet geheel te stroken met de onlangs door het Europese Hof van Justitie gegeven uitleg aan de Softwarerichtlijn. Daarin werd namelijk als volgt geoordeeld:
“It must therefore be held that the copyright in a computer program cannot be infringed where, as in the present case, the lawful acquirer of the licence did not have access to the source code of the computer program to which that licence relates, but merely studied, observed and tested that program in order to reproduce its functionality in a second program.”
Het staat EuroPsyche dus in beginsel vrij om vergelijkbare of zelfs dezelfde software te creëren - ook als ze de functionaliteit en werking van de oorspronkelijke software hebben afgekeken - zolang ze daarbij de broncode maar niet kopiëren. De rechtbank stelt niet vast dat EuroPsyche de broncode van de Fides software heeft gebruikt, zodat er volgens mij ook geen sprake kan zijn van inbreuk op de software.
Wel erkent EuroPsyche dat zij schermafdrukken van de software heeft gemaakt en deze heeft gestuurd naar een derde partij, die de vervangende software voor EuroPsyche ontwikkelt. Hierin zou wel een inbreuk op de auteursrechten van Fides gelegen kunnen zijn. Fides heeft namelijk op grond van het reguliere auteursrecht wel auteursrechten op de grafische user interface, wanneer deze oorspronkelijk is. Het kopiëren van de grafische user interface en het openbaar maken van die kopie aan een derde, zou dan een inbreuk kunnen zijn. 
Een dergelijke inbreuk staat echter los van het maken van alternatieve software en rechtvaardigt in mijn ogen niet het door de rechtbank uitgesproken gebod om zich te onthouden van iedere (opdracht tot) nabootsing van de software van Fides. 
Lees hier het hele vonnis
Lees hier het bericht op ITenRecht ]]></description>
    <pubDate>Fri, 11 May 2012 13:12:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/teeven-geen-inzage-vorderen-gegevens-sociale-media/18851</guid>
    <title>Teeven: geen inzage vorderen gegevens sociale media</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/teeven-geen-inzage-vorderen-gegevens-sociale-media/18851</link>
    <description><![CDATA[ Staatssecretaris Teeven wil geen inzage verlenen in het aantal keren dat Justitie gegegevens vordert van gebruikers van sociale mediadiensten. Op basis van het Wetboek van Starfvordering kunnen bij providers als Facebook en Twitter gegevens worden opgevraagd in het belang van de opsporing van strafbare feiten. Cijfers daarover worden echter niet openbaar gemaakt, zo heeft Teeven tegen de Tweede Kamer gezegd. Het Advocatenblad vroeg naar mijn mening hierover.Het aantal gegevensvorderingen door OM en politie bij social mediabedrijven wordt weliswaar centraal bijgehouden, maar openbaarmaking van deze gegevens zou het opsporingsbelang mogelijk schaden omdat het risico bestaat dat ‘personen hun gedrag op deze informatie gaan afstemmen,’ liet staatssecretaris Teeven vorige week weten in antwoord op Kamervragen van GroenLinks-parlementariër Arjan El Fassed. Controle achteraf is ook al niet mogelijk, omdat ‘naleving van de notificatieplicht in concrete gevallen niet centraal wordt bijgehouden.’ El Fassed legt zich daar niet bij neer kondigde deze week aan zelf onderzoek te gaan doen bij de bedrijven. ‘Het gaat me vooral om de transparantie, want ik vermoed dat het veel vaker gebeurt dan wij denken. De vraag is dan: waar zijn ze naar op zoek? Wie is verdacht en waarvan? Wordt er doelgericht gezocht, is er sprake van proportionaliteit?’ Internetbedrijven zouden moeten laten checken in hoeverre zij verplicht zijn profielen van gebruikers aan opsporingsdiensten te overhandigen. Dat gebeurt ook wel, zegt privacy-specialist Christiaan Alberdingk Thijm. ‘Ons bereikt zo’n verzoek met enige regelmaat. Een probleem daarbij is dat veel van die bedrijven in de VS zitten, dus dan ben je sowieso onderworpen aan Amerikaans rechtsmacht, want veel servers staan in de VS. Maar ik betwijfel of die gegevens net zo interessant zijn als bijvoorbeeld gewone email-of zoekgegevens. De kans dat je via de telefoon gegevens uitwisselt is veel groter. Dus ik vermoed dat er niet zoveel uitkomt.’
Lees hier het bericht. ]]></description>
    <pubDate>Thu, 10 May 2012 16:00:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/ambush-marketing-bavaria-stunt-opnieuw/18850</guid>
    <title>Ambush marketing: Bavaria stunt opnieuw </title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/ambush-marketing-bavaria-stunt-opnieuw/18850</link>
    <description><![CDATA[ Veel mensen zullen zich nog de WK-wedstrijd van Nederland tegen Denemarken herinneren, op 14 juni 2010. Bierproducent Bavaria zorgde daar voor veel opschudding, want organiseerde dat 36 dames – verkleed als Deense fans – tijdens de wedstrijd hun Deense uitdossing uittrokken en hun Oranje “Bavaria-jurkjes” toonden. Op deze manier wisten zij zowel de aandacht van het publiek als van de televisiecamera’s op zich te vestigen. Dit tot groot ongenoegen van hoofdsponsor Budweiser, die diep in de buidel had getast om zich officieel sponsor te mogen noemen en dus wilde voorkomen dat Bavaria tegen betaling van slechts enkele jurkjes kon profiteren van de positieve uitstraling van het Wereldkampioenschap.
Deze strategie van Bavaria, waarbij zij aanhaakt bij gesponsorde sportevenementen, maar daarvoor niet betaalt, wordt wel “ambush marketing”of “guerilla marketing” genoemd. Bij ambush marketing lift een merk dat geen sponsor is, mee op de aandacht voor een evenement en profiteert het van de media-aandacht rond dat evenement. Een subtiele doch indringende manier om aandacht te vragen voor je merk, zonder al te veel geld aan sponsoring kwijt te zijn. Dergelijke reclame-acties kunnen doorgaans rekenen op de nodige sympathie: het (kleine) bedrijf, dat zich op creatieve wijze in verband probeert te brengen met een bepaald evenement en opbokst tegen haar veelal multinationale concurrent. 
Bedrijven verzinnen continu nieuwe, creatieve manieren om te profiteren van de populariteit van evenementen. Vrij succesvol waren in het verleden bijvoorbeeld de campagnes van Albert Heijn, die bij besteding van 15 euro “wuppies”, “welpies” en “beesies” uitdeelde gedurende de laatste paar WK’s en EK’s. Het merk Bavaria spant op het gebied van ambush marketing echter wel de kroon. De acties van Bavaria rondom grote voetbaltoernooien beginnen zo langzamerhand een traditie te worden. Naast het Bavaria jurkjes-incident in 2010, speelde Bavaria ook al een hoofdrol tijdens het WK van 2006 met de zogenaamde “Leeuwenhose”. Tijdens een oefenwedstrijd van Nederland tegen Kameroen, deelde het biermerk voor het voetbalstadion 15.000 “Leeuwenhosen” (een oranje boek, model Lederhose, met leeuwenstaart en voorzien van een groot merk “Bavaria”) uit aan Oranjesupporters.
Het EK dat volgende maand begint in Polen en Oekraïne wordt gesponsord door biermerk Carlsberg. De UEFA heeft aangegeven er scherp op toe te zien dat niet-sponsors (zoals Bavaria) niet opnieuw alle aandacht voor zich opeisen in de stadions. Desalniettemin lijkt het erop dat Bavaria er (nu al) weer in geslaagd is om onderwerp van het gesprek te worden. Gister stuitte ik op de onderstaande commercial, waarin UEFA-voorzitter Michel Platini een zaal toespreekt (nota bene over guerilla marketing!), en een blonde vrouw in het nieuwe Bavaria-jurkje, de zogenaamde “V-dress”, als koffiejuf het toneel opkomt:
Wederom een creatieve en originele actie van Bavaria. Maar is die ook geoorloofd? In Nederland is er geen wetgeving die specifiek ziet op ambush marketing, maar kan onder omstandigheden tegen ambush marketing worden opgekomen op grond van het recht inzake de ongeoorloofde mededinging en onrechtmatige daad. Uit de relevante jurisprudentie[1] valt af te leiden dat ambush marketing in Nederland in beginsel is toegestaan. De Hoge Raad stelt namelijk voorop dat het enkel profiteren van andermans prestatie niet in strijd is met de maatschappelijk zorgvuldigheid, ook niet wanneer daardoor schade wordt berokkend. Desalniettemin kunnen de bijzondere omstandigheden van het geval een bepaalde actie toch onrechtmatig kunnen maken. Zo oordeelde het Hof Amsterdam in 2006 over de Leeuwenhose-actie dat deze onrechtmatig was, omdat het een bedrijf niet is toegestaan om “willens en wetens, en op slinkse wijze het verbod om in een stadion reclame te maken te omzeilen”.[2]
Het komt mij voor dat de actie van Bavaria – in dit geval – geoorloofd is. Bavaria wekt in de commercial niet de indruk sponsor te zijn en de jurkjes zij niet voorzien van een groot Bavaria-logo. Bavaria haakt louter op ludieke wijze aan bij het komende EK, teneinde het eigen merk te promoten. En dat enkele feit is volgens de Nederlandse jurisprudentie van de Hoge Raad nu juist níet onrechtmatig, zelfs als de organisator (en de concurrent) hierdoor nadeel ondervindt. Een dergelijke uitkomst is naar mijn mening ook terecht. We moeten niet vergeten dat het hier om concurrentie gaat. Het tot op zekere hoogte aftroeven van de concurrent is een vast onderdeel van mededinging en hoort er nou eenmaal bij. Zolang ambush marketing binnen bepaalde grenzen blijft en het sponsorcontract van de concurrent niet in grove mate wordt ondermijnd, moeten ambush acties mogelijk zijn. De grenzen van toelaatbare ambush marketing liggen daar waar de acties wel erg grootschalig en vergaand zijnWel wijs ik er op dat het voorkomen van ambush marketing op grote evenementen als de Olympische Spelen en het WK Voetbal, inmiddels dermate belangrijk wordt geacht, dat vaak, in aanvulling op het gewone recht , speciale “gelegenheidswetgeving” wordt opgesteld die de exclusiviteit van de sponsors moet garanderen en speciaal ziet op het voorkomen van ambush marketing.  Een recent voorbeeld daarvan is de “London Olympics Bill”, die voorziet in een aantal advertentie-beperkingen op en rondom de Olympische Spelen van 2012 (in London). Dergelijke gelegenheidswetgeving biedt een vergaand middel om op te komen tegen ambush marketing. Ook de UEFA heeft, speciaal voor het EK, het “EURO 2012 rights protection programma” in het leven geroepen.
Voor “ambush marketeers” betekent dit, dat zij continu inventief moeten zijn om met nieuwe, ingenieuze acties te komen die binnen de grenzen van het toelaatbare vallen. Wanneer bedrijven hierin slagen en daarbij niet te ver gaan (en de nodige zorgvuldigheid betrachten), dan kunnen ze – naar mijn mening – rechtmatig profiteren van de populariteit van een evenement. 
UPDATE: De UEFA heeft het betreffende filmpje - op grond van het auteursrecht - inmiddels laten verwijderen van YouTube. Omroep Brabant meldt dat het filmpje elders nog wel beschikbaar is. 


[1] HR 27 juni 1986, NJ 1987, 191 (Holland Nautic/Decca), HR 23 oktober 1987, NJ 1988, 310 (KNVB/NOS), HR 23 mei 2003, NJ 2003, 494 (KNVB/Feijenoord).

[2] Hof Amsterdam 23 november 2006, IER 2007, nr. 34 (Bavaria/KNVB). ]]></description>
    <pubDate>Thu, 10 May 2012 10:20:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/twitter-wil-geen-persoonsgegevens-overleggen/18849</guid>
    <title>Twitter wil geen persoonsgegevens overleggen</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/twitter-wil-geen-persoonsgegevens-overleggen/18849</link>
    <description><![CDATA[ 
Naar aanleiding van de protesten vorig jaar van Occupy Wall Street op de Brooklyn Bridge heeft Amerikaanse justitie in Manhatten op 26 januari 2012 aan Twitter een verzoek gestuurd om de gegevens van één van de demonstranten (Malcolm Harris) over te dragen. Het gaat om alle gebruikersinformatie, inclusief het e-mailadres van de Twitteraar en tweets die zijn geplaatst over een periode van ongeveer 3 maanden.
Conform haar ‘Guidelines for Law Enforcement’ heeft Twitter de Twittergebruiker, Malcolm Harris, over dit verzoek ingelicht. Hierop heeft Malcolm Harris op 10 februari 2012 een zogenaamde ‘motion to quash’ tegen dit verzoek aan Twitter ingediend. Volgens hem is een verzoek om ‘alle gebruikersinformatie’ een te breed geformuleerd verzoek. Dit kan namelijk ook privé-berichten van Harris omvatten, als ook informatie die door Twitter is verzameld over Harris, zoals websites die hij heeft bezocht. 
Twitter had aangegeven niet te zullen voldoen aan het verzoek van justitie totdat op de ‘motion to quash’ van Harris is beslist.
Op 20 april 2012 heeft de rechtbank in New York het verzoek van Harris afgewezen. De rechtbank wijst er op dat hoewel een Twitter account veel persoonlijke informatie bevat, de privacy van de gebruiker niet door Twitter gegarandeerd wordt. Sterker nog, het ligt in de aard van Twitter dat deze informatie openbaar is en hier is de gebruiker, onder andere door de gebruiksvoorwaarden, van op de hoogte. De rechtbank is van oordeel dat Harris geen recht heeft om op te komen tegen het verzoek aan Twitter en draagt Twitter dan ook op om te voldoen aan het verzoek van justitie van 26 januari 2012.
Als reactie hierop heeft Twitter een ‘motion to quash’ ingediend tegen de uitspraak van de rechtbank New York van 20 april 2012. Twitter stelt dat haar gebruiksvoorwaarden bepalen dat de gebruiker zijn rechten behoudt op alle content die zij openbaar maken en toevoegen aan Twitter. De achterliggende gedachte hiervan is, aldus Twitter, dat zij anders moeten opkomen voor de rechten van de gebruikers van Twitter, wat een ‘undue burden’ oplevert voor Twitter. Daarbij is het verzoek volgens Twitter in strijd met de wet. De informatie die verzocht wordt mag alleen worden gegeven wanneer de informatie meer dan 180 dagen oud is (volgens de Stored Communications Act), of wanneer het verzoek gebaseerd is op een huiszoekingsbevel, aldus Twitter. Tenslotte stelt Twitter dat zij (volgens de Uniform Act) alleen gehoor hoeft te geven aan een dergelijk verzoek, indien deze via de Californische rechter is verkregen.
Deze ontwikkeling is opmerkelijk voor Twitter, omdat zij in het verleden wel gehoor heeft gegeven aan verzoeken om gebruikersgegevens door justitie. Eerder werd door justitie al verzocht om de gebruikersinformatie van Guido Fawkes in verband met het Occupy-protest. Het beroep hiertegen, dat werd ingesteld door Fawkes en de American Civil Liberties Union (ACLU), werd door de rechter in Suffolk afgewezen op 27 februari 2012, waarop Twitter de gebruikersinformatie aan justitie heeft overhandigd.
In het kader van het onderzoek naar het lekken van gevoelige gegevens door WikiLeaks verzocht de Amerikaanse justitie Twitter in december 2010 om informatie van drie Twitteraars, te weten de Nederlander Rop Gonggrijp, oprichter van service provider XS4ALL, de IJslandse parlementariër Brigitta Jonsdottir en beveiligingsonderzoeker Jacob Appelbau. Het hoger beroep dat was aangetekend tegen dit verzoek werd afgewezen. De rechter was van mening dat een beroep op privacy en vrijheid van meningsuiting niet op ging, omdat hun bijdrage op Twitter toch al openbaar was. Hierop heeft Twitter de gebruiksgegevens aan justitie afgestaan.
Ook in Nederland kan justitie om gebruikersgegevens vragen van Twitter. Op grond van artikel 126na en 126nc Wetboek van Strafvordering en artikel 13.4 Telecommunicatiewet kan een opsporingsambtenaar persoonsgegevens opvragen in het belang van een strafrechtelijk onderzoek. Volgens het Twitter privacybeleid zal Twitter waarschijnlijk aan een dergelijk verzoek gehoor geven: 
“Law and Harm: We may preserve or disclose your information if we believe that it is reasonably necessary to comply with a law, regulation or legal request; to protect the safety of any person; to address fraud, security or technical issues; or to protect Twitter&#039;s rights or property.&quot;
Door: Rosalie Heijna
  ]]></description>
    <pubDate>Wed, 09 May 2012 13:17:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/the-voice-en-de-bescherming-van-formats/18847</guid>
    <title>The Voice en de bescherming van formats</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/the-voice-en-de-bescherming-van-formats/18847</link>
    <description><![CDATA[ Talpa heeft The Voice aan een populaire zender in China verkocht, Zheijang TV. Dat heeft het productiebedrijf woensdag 9 mei bekendgemaakt. Het bedrijf van John de Mol heeft inmiddels naar verluidt miljoenen verdiend aan het format.  The Voice is verkocht aan meer dan 45 zenders over de hele wereld. Het programma is in 140 op televisie te zien.
Interessant is wat hij precies verkoopt. Het idee van een talentenjacht waarbij de juryleden kandidaten in de eerste auditieronde niet kunnen zien, is lastig te beschermen. Auteursrechtelijk zijn ideeën niet beschermd, slechts de originele uitwerking van het idee is beschermd. Om een format goed beschermd te krijgen is daarom vaak een flinke klus. 
Het onderscheid tussen onbeschermde ideeën en beschermde uitgewerkte ideeën leidt in de praktijk niet altijd tot een rechtvaardig resultaat. Het idee is vaak het meest waardevolle onderdeel van een werk. Een idee wordt een plot, wordt een synopsis, wordt een treatment, wordt een concept scenario. Als het basisidee goed is, is dat vaak al een garantie voor succes. Het soms onrechtvaardige gevolg dat dat basisidee niet beschermd is, doet zich dikwijls voor bij televisieformats.
Toen De Mol met Big Brother kwam werd hij door de bedenker van Expeditie Robinson, Bob Geldof, beschuldigd van plagiaat. Bob Geldof vond dat Big Brother van John de Mol gebaseerd was op zijn idee. John de Mol had nota bene met de productiemaatschappij van Geldof gesproken over een licentie op het format. Uiteindelijk zijn die onderhandelingen stukgelopen. Toen kwam John de Mol ineens met Big Brother. Pure diefstal, vond Geldof. Zijn productiemaatschappij begon een procedure tegen John de Mol Producties. Volgens Geldof was sprake van inbreuk op het format op Expeditie Robinson. 
Toegegeven, het idee of het uitgangspunt van de series lijkt veel op elkaar. Een groep personen wordt gedurende een bepaalde tijd afgezonderd van de wereld en moet opdrachten uitvoeren die worden vastgelegd met de camera. Uiteindelijk is er één winnaar. Geldof cs. procedeerden tot aan de Hoge Raad over de vermeende inbreuk op zijn rechten. Zij kregen steeds nul op het rekest. John de Mol had zijn idee immers heel anders uitgewerkt.
Een talentenjacht met een &quot;blinde&quot; jury kan op verschillende manieren worden uitgewerkt. Daarin zijn andere makers dus vrij. De reden waarom Talpa zo goed kan verdienen aan zijn formats schuilt waarschijnlijk ook in de waardevolle know how die het bedrijf mee verkoopt. 
Talpa heeft meer formats verkocht aan China, bijvoorbeeld ook het spelprogramma Ik houd van China. Volgens Quote behoort John de Mol met een vermogen van 1,7 miljard euro tot de tien rijkste Nederlanders. Dit heeft hij vooral te danken aan de opbrengsten van The Voice. Toch fijn, een goed idee.
Lees hier het bericht. ]]></description>
    <pubDate>Wed, 09 May 2012 11:16:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/boetes-en-het-vereiste-van-ingebrekestelling/18846</guid>
    <title>Boetes en het vereiste van ingebrekestelling</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/boetes-en-het-vereiste-van-ingebrekestelling/18846</link>
    <description><![CDATA[ Een boetebeding lijkt soms zo simpel, maar met het incasseren ervan kan je nog wel eens tegen nare (juridische)  verrassingen aanlopen. Bijvoorbeeld met het vereiste omtrent ingebreke stellen. Zo ook in een zaak omtrent een franchise. In een franchise-overeenkomst was op overtreding van een aantal contractuele verplichtingen, een boete gesteld. De eisende partij meent dat hij aanspraak maakt op die boete. De rechter wijst de vordering af. Want, zo redeneert de rechter, reeds op grond van het ontbreken van een ingebrekestelling - per mail of per aangetekend schrijven - kan worden geconcludeerd dat er geen grond is voor een veroordeling tot betaling van een boete.Letterlijk luidt de relevante overweging als volgt:  &quot;Niet in geschil is tussen partijen dat uit de tekst van de franchiseovereenkomst volgt dat voor een geslaagd beroep op artikel 29 lid 4 van de franchiseovereenkomst vereist is een ingebrekestelling die per aangetekende post is verzonden. [eiser] heeft zijn stelling dat hij een ingebrekestelling per mail heeft verzonden niet nader onderbouwd. Meer in het bijzonder heeft hij nagelaten aan te geven welke mails als een ingebrekestelling kunnen worden beschouwd. In de procedure is een heel pakket met e-mailcorrespondentie overgelegd zonder nadere toelichting op dit punt. Voor zover [eiser] heeft beoogd te verwijzen naar een email van (waarschijnlijk) 29 januari 2009 waarin hij schrijft over een schadeloosstelling voor omzetderving, geldt het volgende. In deze mail is niets terug te vinden omtrent een redelijke termijn voor de nakoming, hetgeen essentieel onderdeel is van een ingebrekestelling. Dat geldt evenzeer voor andere overgelegde e-mails van bijvoorbeeld 2 maart 2009, 27 februari 2009 en 23 februari 2009. Dat brengt mee dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat [eiser] De IJsvogel Groep in gebreke heeft gesteld. In het midden kan vervolgens blijven of het in het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om [eiser] te houden aan het overeengekomen vereiste van aangetekend schrijven. Reeds op grond van het ontbreken van een ingebrekestelling –per mail of per aangetekend schrijven- kan worden geconcludeerd dat er geen grond is voor een veroordeling tot betaling van een boete.&quot;De rechter verwijt de eisende partij overigens impliciet e.e.a. onvoldoende gesubstantieerd te hebben. Dat is inderdaad een risico bij het overleggen van een heel &quot;pakket met e-mails&quot;. Toch heb ik wel het gevoel dat de rechter wat makkelijk over de vraag heenstapt of er wel een ingebrekestelling gestuurd had moeten worden. (NB: je moet daarbij een onderscheid maken tussen de niet-nagekomen verplichting aan de ene kant, en de vereisten omtrent verzuim en ingebrekestelling met betrekking tot de schade en de boete aan de andere kant). De wet (artikel 6:93 BW) legt uit dat bij het vorderen van een boete, dezelfde eisen gelden als bij het vorderen van schadevergoeding. En dan is lang niet in alle gevallen een ingebrekestelling vereist. Mogelijk ligt daar nog een opening voor de eisende partij in deze zaak bij een eventueel beroep.Les uit deze uitspraak is en blijft hoe dan ook: doe een zorgvuldige check op de vereisten rondom ingebrekestelling alvorens een boete op te eisen. Niet alleen de eisen uit de wet, maar ook die uit het contract zelf (bijvoorbeeld een aangetekend schrijven).Lees hier de hele uitspraak.  ]]></description>
    <pubDate>Wed, 09 May 2012 10:53:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/wetsvoorstel-herziening-telecommunicatiewet-aangenomen/18843</guid>
    <title>Wetsvoorstel herziening Telecommunicatiewet aangenomen</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/wetsvoorstel-herziening-telecommunicatiewet-aangenomen/18843</link>
    <description><![CDATA[ Het wetsvoorstel tot herziening van de Telecommunicatiewet, een gevolg van enkele Europese richtlijnen, werd op 22 juni 2011 door de Tweede Kamer aangenomen. Gisteravond heeft ook de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel gestemd. Enkele van de meest belangwekkende onderdelen van de nieuwe wetgeving zijn een verplichte meldplicht datalekken voor telecom operators, open kabel, strengere regels voor het gebruik van cookies, en netneutraliteit. 
Met name over de nieuwe cookieregels heb ik veel geschreven. Ik ben daarover zeer kritisch. Het is goed dat er grenzen worden gesteld aan het onbeperkt inzetten van cookies voor het volgen van surfgedrag, zeker als dat gebeurt zonder dat de gebruiker daar wat van af weet. Maar de Nederlandse regeling wijkt belangrijk af van hetgeen de Europese richtlijn voorschrijft, en zit juridisch niet goed in elkaar. Het gaat dan vooral om de via een amendement in de wet terechtgekomen omkering van de bewijslast: als cookies – kort gezegd – worden gebruikt voor het analyseren van surfgedrag (en daaronder vallen ook bijvoorbeeld Google Analytics cookies), dan wordt vermoed dat er persoonsgegevens worden verzameld. Dat betekent dat de Wet bescherming persoonsgegevens op die cookies van toepassing is, tenzij je kan bewijzen dat er geen persoonsgegevens worden verzameld. In het huidige klimaat, waarin het domein van data protectie steeds verder uitdijt, zal dat nog knap lastig zijn. 
Met name de Eerste Kamerfracties van VVD en CDA waren over de voorgestelde cookieregels zeer kritisch. Een afgezwakte motie van senator Franken heeft tot doel dat regeling op het punt van de omkering van de bewijslast pas per 1 januari 2013 in werking treedt. Dit vanwege de ontwikkeling op Europees niveau van een Do-Not-Track standaard. De rest van de regeling zal sowieso direct in werking treden. 
De omkering van de bewijslast is een tamelijk bizar onderdeel van de cookieregels. En dat is het op 1 januari 2013 nog steeds. Als er tegen die tijd hopelijk een goede Do-Not-Track standaard is ontwikkeld, dan heeft dat betrekking op het informatie- en toestemmingsvereiste. Met andere woorden: dat is juist relevant voor de kern van de regeling, en niet zozeer voor de omkering van de bewijslast. Omdat over de interpretatie en de uitvoering van de kern van de regels in Europa nog geen consensus is, heeft Verhagen gesteld dat OPTA terughoudend zal handhaven. Een maand later kondigde OPTA bij de presentatie van de begroting aan dat de handhaving van de cookieregels in 2012 prioriteit zal hebben. Let wel, de wet was er toen nog niet, OPTA heeft nog steeds geen beleid, en in Europa is men het nog steeds niet eens over de vraag hoe de cookieregels moeten worden uitgevoerd. 
Fijn dat de omkering van de bewijslast waarschijnlijk pas per 1 januari volgend jaar geldt, maar OPTA mag de rest van de regeling vanaf nu gaan handhaven, en als we OPTA moeten geloven, gaat dat nog gebeuren ook. Het is de vraag of de ontwikkeling van een goede Do-Not-Track standaard dan niet te laat komt. Met de hete adem van OPTA in de nek zullen bedrijven hun bedrijfsprocessen immers vanaf vandaag moeten wijzigen, en daarbij kunnen ze niet afgaan op browsertoestemming of een andere Do-Not-Track optie. 
Om deze blog positief af te sluiten: het feit dat het wetsvoorstel is aangenomen, bekent ook dat Nederland het tweede land van de wereld is dat netneutraliteit in de wet heeft verankerd. De Nederlandse regeling gaat op dit punt behoorlijk ver en laat slechts een doorbreking van het beginsel van netneutraliteit toe in enkele strikt geformuleerde omstandigheden. De regeling is daarmee een belangrijke bijdrage voor een vrij en open internet. 
Wel heeft de Christen Unie een motie ingediend waarmee de partij tracht een uitzondering op te nemen voor het vrijwillig filteren op ideologische gronden. Dat zou dan op verzoek van de abonnee moeten gebeuren.
Over de ingediende moties zal op 15 mei worden gestemd. De stukken zijn hier te raadplegen.  ]]></description>
    <pubDate>Wed, 09 May 2012 08:51:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/edps-en-neelie-kroes-over-acta/18844</guid>
    <title>EDPS en Neelie Kroes over ACTA</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/edps-en-neelie-kroes-over-acta/18844</link>
    <description><![CDATA[ In aanloop naar de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de vraag in hoeverre de Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) strookt met de fundamentele mensenrechten, heeft de European Data Protection Supervisor (EDPS) alvast haar mening hierover geuit. Dit heeft zij gedaan in een lezenswaardige opinie van 24 april jl.
 
De grootste bezwaren van de toezichthouder op het verdrag zijn de volgenden:
 
In het algemeen vindt de EDPS de handhavingsmiddelen te ver gaan. Zodra het gedrag van internetgebruikers en hun elektronische communicatie in de gaten wordt gehouden en daarbij geen onderscheid wordt gemaakt  naar de mate waarin inbreuk wordt gemaakt op rechten van intellectuele eigendom, is dit in de ogen van de toezichthouder  disproportioneel. Ook acht zij dit in strijd met artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikelen 7 en 8 van het Handvest voor de Grondrechten van de Europese Unie. Hier zou, volgens haar, een onderscheid gemaakt dienen te worden tussen kleine, not-for-profit inbreuken en inbreuken op grote schaal, voor commerciële doeleinden.
 
Meer gedetailleerd vindt de toezichthouder dat onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de artikelen 27 en 23 ACTA. In artikel 27 is onduidelijk of alleen inbreuken op grote schaal worden aangepakt en de term “commerciële schaal” in artikel 23 vindt het EDPS te vaag.
 
Voorts is ook de term “bevoegde autoriteiten” in artikel 27 lid 4 niet voldoende duidelijk. Hierdoor rijst de vraag of wel is verzekerd dat alleen rechterlijke instanties de afgifte van persoonlijke gegevens van vermoedelijke inbreukmakers kunnen gelasten.
 
ACTA bevat, tot slot, onvoldoende beperkingen en waarborgen met betrekking tot de implementatie van middelen die het monitoren van elektronische communicatienetwerken behelzen. Ook hier ontbreken waarborgen op het gebied van gegevensbescherming, effectieve rechterlijke controle en het recht op een eerlijk proces.
 
Ook Eurocommissaris Neelie Kroes heeft zich over ACTA uitgelaten. Volgens Kroes hoeven we ons namelijk geen zorgen meer te maken over ACTA. Dit liet zij onlangs weten op een congres in Berlijn. 
 
Ze hield een speech over het belang van een vrij en open internet. Hierin zei ze ook het volgende:
 
“We have recently seen how many thousands of people are willing to protest against rules which they see as constraining the openness and innovation of the Internet. This is a strong new political voice. And as a force for openness, I welcome it, even if I do not always agree with everything it says on every subject. We are now likely to be in a world without SOPA and without ACTA. Now we need to find solutions to make the Internet a place of freedom, openness, and innovation fit for all citizens, not just for the techno avant-garde.” 
 
De uitspraken van Kroes zijn op zijn minst opvallend te noemen omdat het Europese Hof van Justitie zich nog moet buigen over de vraag in hoeverre het ACTA verdrag strookt met de fundamentele mensenrechten en het Europese Parlement nog over het verdrag dient te stemmen. De uitkomst hiervan staat geenszins vast. 
 
Kortom, de wereld is weer twee anti-ACTA stemmen rijker. Het wachten is op het Europese Hof en het Europese Parlement, voor misschien wel de genadeklap.
 
Lees hier de opinie van het EDPS en hier de speech van Neelie Kroes.
 
Door: Mathijs de Vos ]]></description>
    <pubDate>Mon, 07 May 2012 09:07:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/burst-of-the-security-bubble/18848</guid>
    <title>Burst of the (Security) Bubble…</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/burst-of-the-security-bubble/18848</link>
    <description><![CDATA[ In een interview met Wired geeft security onderzoeker Dan Kaminsky aan blij te zijn dat de security bubble eindelijk is gebarsten en men zich realiseert dat geen enkel netwerk bestand is tegen aanvallen. Dit betekent immers, zo stelt hij, dat de security industrie en haar klanten zich eindelijk op de juiste zaken kunnen concentreren. Wat Kaminsky betreft moet worden afgestapt van het idee &quot;te doen van iedereen doet, ongeacht of het werkt&quot;. “Het gaat niet over overleven, maar om het claimen dat je gepaste zorgvuldigheid betracht. Dat is prima als je probeert je baan te houden, maar niet goed als het erom gaat een technisch probleem op te lossen”. 
Door een aantal grote security incidenten, zelfs het Joint Strike Fighter project van het Pentagon, de Dalai Lama en last but not least RSA Security moesten het ontgelden, realiseert men zich inmiddels dat geen enkel netwerk veilig is. Als zelfs de &#039;schatbewaarders&#039; aanvallers niet buiten kunnen houden, wie dan wel? Ook Shawn Henry, voormalig top cyber-cop van de FBI, heeft bij zijn afscheid uitgesproken dat de huidige benadering om hackers buiten te houden niet voldoet. Tegenover Wired geeft Henry aan dat hij denkt dat het gevecht niet gewonnen kan worden. “Ik denk dat het een constant gevecht zal zijn, gedurende een lange tijd…”. Dit vraagt om een fundamentele verandering van de aanpak van security, aldus Henry.  
Ook Kaminsky meent dat er een fundamenteel andere aanpak moet komen, maar is hierin meer optimistisch. Gezien de huidige onhoudbare status quo is er juist ruimte voor innovatie.  We realiseren ons immers dat dit niet langer op de huidige manier kan voortduren. Kaminsky bepleit het splitsen van de perimeters. In plaats van een groot server park, moet je eilandjes creëren, die zo klein zijn als in operationele zin mogelijk is. Hierdoor vergroot je de mogelijkheid dat je een hacker hebt gesignaleerd voordat deze is doorgedrongen tot de kritische onderdelen. “It changes the rules of the game”, aldus Kaminsky. Maar wie de “game” gaat winnen remains to be seen…    
 Lees hier het hele artikel inclusief de interviews in Wired. 
Afbeelding: Zina Deretsky, National Science Foundation ]]></description>
    <pubDate>Sat, 05 May 2012 11:59:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/ip-adres-onvoldoende-voor-identificeren-individu/18842</guid>
    <title>IP-adres onvoldoende voor identificeren individu</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/ip-adres-onvoldoende-voor-identificeren-individu/18842</link>
    <description><![CDATA[ Een rechter in New York heeft afgelopen week geoordeeld dat het gebruik van een bepaald IP-adres onvoldoende bewijs oplevert om de betreffende abonnee schuldig te achten aan auteursrechtinbreuk. 
 
De betreffende zaak wordt gevoerd tussen een aantal producenten van pornofilms en 80 zogenaamde John Doe’s, een term die wordt gebruikt om niet geïdentificeerde personen aan te duiden. De porno producenten claimen dat deze John Doe’s zich schuldig hebben gemaakt aan auteursrechtinbreuk door het downloaden van films via een Bittorrent netwerk. Het enige bewijs dat zij hebben om de gedaagde Doe’s te identificeren zijn de IP-adressen waarmee de films zijn gedownload. De onderhavige procedure diende ertoe de internet providers te verplichten de identiteit van de betreffende abonnees te onthullen. Dit echter zonder succes.
 
De niet geïdentificeerde John Doe’s kregen wel de mogelijkheid zich te verweren. Een aantal van hen heeft dat dan ook gedaan, waaronder op feitelijke gronden. Zo stelt één John dat hij op zijn werk was ten tijde van de download met zijn IP-adres. John Doe #29 is “octogenerian”, een woord dat ik niet kende en dat personen tussen de 80 en 89 jaar oud aanduidt. Hij heeft naar eigen zeggen op zijn leeftijd: “neither the wherewithal nor the interest in using BitTorrent to download Gang Bang Virgins”.
 
Rechter Brown is eens met de John’s. Een IP-adres identificeert alleen de locatie waar zich een willekeurig aantal apparaten met een internetverbinding kan bevinden. Net zoals dat geldt voor een telefoonnummer, dat immers ook gelijktijdig kan worden gebruikt voor meerdere telefoons.
 
&quot;Thus, it is no more likely that the subscriber to an IP address carried out a particular computer function than to say an individual who pays the telephone bill made a specific telephone call.”
 
Het is volgens Brown dan ook onwaarschijnlijk dat met het achterhalen van de abonnee die behoort bij het IP-adres ook daadwerkelijk degene is gevonden die de film heeft gedownload. Zeker nu veel IP-adressen zullen leiden tot een draadloze router, zodat het naast de abonnee net zo goed een huisgenoot, collega, werknemer, gast, buurman of toevallige voorbijganger kan zijn geweest die via de verbinding van iemand anders porno heeft gedownload. 
 
De rechter merkt nog op dat in deze zaak zeer waarschijnlijk sprake is van zogenaamde Copyright Trolls; partijen die alleen maar uit zijn op lucratieve schikkingen door te dreigen met rechtzaken:
 
&quot;The most persuasive argument against permitting plaintiffs to proceed with early discovery arises from the clear indicia, both in this case and in related matters, that plaintiffs have employed abusive litigation tactics to extract settlements from John Doe defendants. Indeed, this may be the principal purpose of these actions&quot;
  
De zaak staat niet op zichzelf. In de Verenigde Staten zijn op grond van enkel IP-adressen al meerdere rechtszaken aangespannen tegen gigantische hoeveelheden onbekende BitTorrent gebruikers tegelijkertijd.  
 
Lees hier het bericht op Ars Technica. ]]></description>
    <pubDate>Fri, 04 May 2012 16:07:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/internetvrijheid-op-de-politieke-agenda-het-manifest-voor-internetvrijheid/18841</guid>
    <title>Internetvrijheid op de politieke agenda: het Manifest voor Internetvrijheid</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/internetvrijheid-op-de-politieke-agenda-het-manifest-voor-internetvrijheid/18841</link>
    <description><![CDATA[ Het kabinet Rutte is gevallen. Op 12 september 2012 zullen er Tweede Kamerverkiezingen plaatsvinden. Dit betekent dat politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s moeten schrijven. Bits of Freedom, de organisatie die opkomt voor internetvrijheid- en privacy, hielp een handje en schreef het Manifest voor Internetvrijheid, in de hoop dat politieke partijen internetvrijheid serieus  nemen en uitdrukkelijk opnemen in hun verkiezingsprogramma.
Het Manifest onderstreept het belang van een open internet dat voor iedereen toegankelijk is en waar privé-communicatie ook daadwerkelijk privé blijft. Daartoe zijn in het Manifest 11 (actie)punten opgenomen: 
1.     Beperkingen op (fundamentele) grondrechten moeten streng worden getoetst. Elke inperking moet voldoen aan de vereisten van noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit. Daarnaast moet elke beperking van grondrechten – conform de rechtspraak voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – zijn “voorzien bij wet”, wat betekent dat deze gebaseerd moet zijn op een duidelijke en toegankelijke wettelijke bepaling.
2.     Bij de ontwikkeling van IT-systemen en databanken, moet privacybescherming het uitgangspunt zijn. Privégegevens moeten optimaal beveiligd worden.
3.     Nederlandse burgers moeten meer inzicht in en controle krijgen over het gebruik van hun gegevens online. Slechts na toestemming mogen bedrijven (persoons)gegevens verwerken, en dit bovendien slechts voor duidelijk omschreven doeleinden.
4.     Het communicatiegeheim moet beschermd worden. Hiertoe moet de Grondwet worden aangepast zodat alle vormen van communicatie daaronder vallen.  Het aftappen en/of onderscheppen van gegevens door opsporingsdiensten moet alleen mogelijk zijn op grond van een concrete verdenking en na een voorafgaande toetsing door de rechter.
5.     De online informatievrijheid moet beschermd worden: legale informatie op het internet moet voor iedereen toegankelijk zijn en het verwijderen van informatie van websites moet niet kunnen zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Preventieve voorafgaande controle of filtering is ontoelaatbaar.
6.     De bewaarplicht moet worden afgeschaft: de verplichte opslag van gebruik- en verkeersgegevens van miljoenen gebruikers door telefonie- en internetaanbieders levert een grove inperking van het recht op privacy en databescherming op, terwijl de noodzaak van de bewaarplicht allerminst is aangetoond.
7.     Er moet een evenwichtig cybersecuritybeleid komen dat het internet daadwerkelijk veiliger maakt, maar tegelijkertijd grondrechten respecteert.
8.     Het auteursrecht moet op de schop: Nederland moet afzien van de invoering van maatregelen als een downloadverbod en websiteblokkades. In plaats van hardnekkig vast te houden aan steeds strenger wordende auteursrechthandhaving, moet gekeken worden naar andere, serieuze oplossingen en betaalmodellen die tegemoet komen aan de auteursrechtproblematiek op internet.
9.     Netneutraliteit, het beginsel dat internet providers al het internetverkeer hetzelfde moeten behandelen, zodat individuele internetgebruikers gebruik kunnen maken van de toepassingen en diensten van hun keuze, moet worden beschermd.
10.  Nederland moet tegen het omstreden anti-piraterijverdrag ACTA stemmen. ACTA is op ontransparante wijze tot stand gekomen en de inhoud van het verdrag vormt een bedreiging voor internetvrijheid- en privacy. In plaats hiervan zou Nederland een eigen flexibel en innovatief handhavingsbeleid voor intellectueel eigendomsrecht moeten ontwikkelen.
11.  De aangekondigde meldplicht datalekken moet snel worden ingevoerd. Op grond hiervan zijn de overheid en het bedrijfsleven verplicht om lekken van persoonsgegevens direct te melden aan slachtoffers.
Naar mijn mening een mooie lijst met actiepunten, die hopelijk door een groot aantal partijen wordt overgenomen in hun verkiezingsprogramma. Internet is in onze maatschappij inmiddels een eerste levensbehoefte geworden en is – als bron van informatie en manier van communicatie – niet meer weg te denken uit ons leven. Grondrechten gelden onverkort op internet. Internetvrijheid en privacy zijn dan ook belangrijk, maar zijn tot nu toe in de politiek onderbelicht gebleven. Dit terwijl Nederland, zo onderstreept het Manifest, op een flink aantal punten kan bijdragen aan meer en betere bescherming van internetvrijheid en privacy.
  ]]></description>
    <pubDate>Fri, 04 May 2012 12:23:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/nu-ook-4g-in-nederland/18845</guid>
    <title>Nu ook 4G in Nederland</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/nu-ook-4g-in-nederland/18845</link>
    <description><![CDATA[ Goed nieuws voor de eigenaren van de nieuwe iPad-4G: na een periode van testen introduceert KPN 4G - ook wel LTE genoemd - op 11 mei a.s. in Nederland. Het netwerk is in eerste instantie beschikbaar voor zakelijke mobiel internet gebruikers. De downloadsnelheid die kan oplopen tot 50 megabits per seconde en een uploadsnelheid van 25 Mbit/s, waardoor downloaden en uploaden van bestanden twee tot vier keer is dan bij een 3G netwerk. 
KPN is overigens nog niet uitgetest, samen met SURFnet zal er in een pilot worden onderzocht hoe het netwerk zich houdt bij zeer intensief gebruik.
Lees hier het hele bericht in AutomatiseringGids.
Foto: Novum ]]></description>
    <pubDate>Fri, 04 May 2012 10:18:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/alleen-broncode-van-software-is-auteursrechtelijk-beschermd/18840</guid>
    <title>Alleen broncode van software is auteursrechtelijk beschermd</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/alleen-broncode-van-software-is-auteursrechtelijk-beschermd/18840</link>
    <description><![CDATA[ Na een interessante conclusie van de Advocaat Generaal in november van vorig jaar, kwam het Europese Hof van Justitie op 2 mei met een helder arrest over de reikwijdte van auteursrechtelijke bescherming van software.
Het Hof maakt voor eens en voor altijd duidelijk dat alleen op de broncode van software auteursrecht kan rusten. De functionaliteit, de programmeertaal en de onderliggende ideeën en principes van een programma zijn niet beschermd.
Het Hof benadrukt, net als de Advocaat Generaal, dat bescherming van functionaliteit ongewenst is omdat dit zou leiden tot de mogelijkheid om ideeën te monopoliseren. Dit zou de technologische en industriële vooruitgang sterk belemmeren. 
Het Hof oordeelt als volgt:
It must therefore be held that the copyright in a computer program cannot be infringed where, as in the present case, the lawful acquirer of the licence did not have access to the source code of the computer program to which that licence relates, but merely studied, observed and tested that program in order to reproduce its functionality in a second program. 
Het staat programmeurs dus vrij om een vergelijkbaar of zelfs hetzelfde programma te creëren - ook als ze de functionaliteit en werking van het oorspronkelijke programma hebben afgekeken - zolang ze daarbij de broncode maar niet kopiëren.
Lees hier het hele (engelstalige) arrest ]]></description>
    <pubDate>Thu, 03 May 2012 11:02:00 +0200</pubDate>
  </item>
  <item>
    <guid>http://www.solv.nl/weblog/blog-menno-weij-op-blogit-nl-interessante-ontwikkelingen-in-rechtspraak-over-software/18839</guid>
    <title>Blog Menno Weij op BlogIT.nl: &quot;Interessante ontwikkelingen in rechtspraak over software&quot;</title>
    <link>http://www.solv.nl/weblog/blog-menno-weij-op-blogit-nl-interessante-ontwikkelingen-in-rechtspraak-over-software/18839</link>
    <description><![CDATA[ Vandaag heeft BlogIT.nl mijn blog &quot;Interessante ontwikkelingen in rechtspraak over software&quot; geplaatst. Lees de blog hier, en zie de platte tekst hieronder.
 
Interessante ontwikkelingen in rechtspraak over software
In twee weken tijd zijn er in drie rechtszaken interessante ontwikkelingen te melden over software en daarop verstrekte licenties. In dit blog een kort overzicht.
Functionaliteit en Programmeertaal auteursrechtelijk beschermd?
Allereerst de uitspraak van 2 mei van het Europees Hof van Justitie in de SAS-Institute zaak. De vraag die zich in deze zaak voordeed, is of functionaliteiten en de programmeertaal van software via het auteursrecht te beschermen zijn. Het antwoord van het Europees Hof is: “nee”. Het Hof formuleert met zoveel woorden dat “the functionality of a computer program and the programming language cannot be protected by copyright”. Deze uitspraak ligt in lijn met de heersende leer in de literatuur.
Is de aanschaf van standaardsoftware een koop in juridische zin?
Ten tweede een uitspraak van de Hoge Raad van afgelopen vrijdag, 27 april. Daarin creëert de Hoge Raad duidelijkheid over een langlopende vraag in de literatuur, of het verlenen van een gebruiksrecht op standaardsoftware kwalificeert als ‘koop’ in het Nederlands Burgerlijk Wetboek. (Veelgebruikt argument was altijd: je kóópt software niet, je krijgt enkel een licentie om de software te gebruiken.) De Hoge Raad heeft nu beslist dat de afdeling koop van toepassing is op de aanschaf van standaardsoftware, ook als download, mits (i) tegen betaling en (ii) voor onbepaalde tijd. De letterlijke bewoordingen van de Hoge Raad zijn dat “de aanschaf van standaardcomputerprogrammatuur voor een niet in tijdsduur beperkt gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag binnen het bereik van de kooptitel valt, ongeacht of sprake is van aanschaf op een gegevensdrager of via een download”. Interessante carve-out van de Hoge Raad: “niet aan de orde is derhalve de goederenrechtelijke aard van software, en evenmin de kwalificatie van (de titel van verkrijging van) de gebruiksrechten die bij de aanschaf van de software worden verkregen”. Ik voorspel: hier is het laatste woord nog niet over gezegd.
Mag leverancier optreden tegen verhandeling van “gebruikte” licenties?
Last but certainly not least: de Usedsoft zaak. Deze loopt ook bij het Europees Hof. Hierin is nog geen uitspraak gewezen, maar is op 24 april jl. een advies van de advocaat-generaal bij het Hof.
Het gaat in deze zaak om de zogenaamde uitputtingsregel, namelijk de vraag of de rechthebbende de verdere verhandeling/distributie van een op de markt gebracht exemplaar van software tegen kan gaan. (Vergelijk een boek. Daarop rusten auteursrechten. Maar eenmaal op de markt gebracht, mag dat exemplaar van het boek vrijelijk worden verhandeld.) 
De AG motiveert uitgebreid dat het recht op distributie van de kopie van software is uitgeput, wanneer de rechthebbende toestemming heeft verleend voor het downloaden via internet van deze kopie op een digitale gegevensdrager, mits (i) tegen betaling en (ii) voor onbeperkte tijd. Ik verzeker: dit is bepaald niet in lijn met de heersende (Europese) leer. Anderzijds: het gemaakte onderscheid tussen een fysieke dragen en downloaden op een fysieke drager, zeker met de bijkomende vereisten van betaling van een vaste prijs en een licentie voor onbeperkte tijd, is nogal kunstmatig.  Overigens komt volgens de AG UsedSoft hier niet mee weg. De UsedSoft klanten die (nog) niet over de software beschikten, downloaden de software namelijk na aankoop van de “tweedehands” licentie via de website van Oracle. In dat geval is de AG van mening dat er sprake is van een reproductie, doordat een nieuwe kopie wordt gemaakt – ook al heeft de eerste, oorspronkelijk verkrijger zijn kopie gewist of gebruikt hij deze niet meer.En nu is het wachten op het Europees Hof zelf. Durft het Hof ook de stap te nemen, tegen verschillende lidstaten en de commissie in, om de kunstmatige scheiding tussen fysieke drager en downloaden op te heffen? ]]></description>
    <pubDate>Thu, 03 May 2012 10:38:00 +0200</pubDate>
  </item>
</channel>
</rss>

