NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Wie heeft recht op broncode na ontbinding samenwerking?

Wie heeft recht op broncode na ontbinding samenwerking?

De Voorzieningenrechter Arnhem heeft op 13 april 2011 uitspraak gedaan in een zaak die betrekking had op de vraag wie het auteursrecht bezit op in samenwerkingsverband ontwikkelde software.

Wat was er aan de hand?

Eiseres, een rijschool, eiste de broncode op de software, omdat in de samenwerkingsovereenkomst zou staan opgenomen dat het auteursrecht op de broncode bij beide partijen zou liggen. Omdat Eiseres de overeenkomst had ontbonden, zou de gedaagde partij (Echoboomers B.V.) de broncode aan Eiseres moeten leveren.

Partijen hadden twee overeenkomsten gesloten: een ontwikkelovereenkomst en een samenwerkingsovereenkomst.

In de ontwikkelovereenkomst stond onder de bepaling "Intellectueel en industrieel eigendom" opgenomen dat alle intellectuele eigendomsrechten op - onder meer - de software bij Echoboomers zou berusten, en dat Eiseres daarop een gebruiksrecht zou krijgen.

In de samenwerkingsovereenkomst was onder meer opgenomen, in artikel 6, dat alle intellectuele eigendomsrechten op "producten die binnen het project "Online Plansysteem Verkeersschool [eiser sub 1]", verder te noemen PlanDrive (het product) worden ontwikkeld" bij beide partijen zou berusten. Het zou beide partijen vrij staan om "al dan niet zelfstandig" het product te verveelvoudigen, aan te passen, uit te geven en te exploiteren. Het artikel "Intellectueel en industrieel eigendom" uit de ontwikkelovereenkomst zou volledig komen te vervallen.

Tenslotte stond in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen, in artikel 9, dat Echoboomers bij beeindiging van de overeenkomst de broncode op de meest recente versie van de producten aan Eiseres zou leveren.

Op 30 september 2010 heeft Eiseres Echoboomers onder meer verzocht om de broncode ter beschikking te stellen. Echoboomers heeft dat geweigerd.

Op 8 november 2010 heeft Eiseres de samenwerkingsovereenkomst ontbonden.

Op 15 november 2010 - dus gek genoeg na de ontbinding - stelt Eiseres Echoboomers in gebreke ter zake van de afgifte van de broncode.

Voor de rechter eist Eiseres onder meer de overhandiging van de broncodes van de generieke software en van de maatwerk software; en dat zij het beheer en onderhoud daarvan kan laten uitvoeren door een ander, zonder afhankelijk te zijn van Echoboomers.

Ten grondslag aan haar eist legt zij wanprestatie in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst en inbreuk op de auteursrechten van Eiseres. Overigens blijkt uit het vonnis niet waarin Echoboomer dan zou wanpresteren of waarom zij inbreuk zou maken.

Hoe oordeelde de rechter?

De Voorzieningenrechter oordeelt allereerst dat de overeenkomst rechtsgeldig (partieel) is ontbonden.

Uit het vonnis blijkt echter niet waarom de overeenkomst rechtsgeldig zou zijn ontbonden, laat staan dat dit partieel zou zijn. Ik zet dus vraagtekens bij deze overweging. Immers, voor ontbinding is vereist, kort gezegd, (i) een tekortkoming, (ii) een rechtvaardiging van de ontbinding, en (iii) verzuim, althans blijvende of tijdelijke onmogelijkheid van de nakoming.

Ik neem aan dat Eiseres haar vordering baseert op de weigering door Echoboomers om de broncode te overleggen aan Eiseres en dat ze daartoe gerechtigd zou zijn op grond van artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst. Dit wordt echter niet onderbouwd (maar wellicht ook niet betwist). Ik vraag me af of dit wel een tekortkoming betreft (immers: de broncode zou pas bij beeindiging moeten worden geleverd, er was dus nog geen tekortkoming). Daarnaast is het mij niet duidelijk waarom de ontbinding (Nota bene van de hele overeenkomst, zoals gesteld in de feiten) gerechtvaardigd zou zijn. Maar belangrijker, en veel opvallender, is vereiste nummer (iii): ik zie niet in waarom Echoboomers in verzuim zou zijn, of waarom nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk zou zijn. In onderhavige procedure is dat gesteld noch bewezen. Sterker nog, de ingebrekestelling - een mogelijkheid om in verzuim te geraken - vind pas plaats na de ontbinding.

Kortom, het uitgangspunt van het vonnis, ontbinding van de overeenkomst, doet mij nogal verbazen. En dat heeft nogal zijn gevolgen. Immers: de Voorzieningenrechter oordeelt dat de verplichting tot levering van de broncode uitdrukkelijk ziet op de situatie dat de samenwerking tussen partijen is beeindigd. Het had dus op de weg van Echoboomers gelegen om de beeindiging van de overeenkomst te betwisten!

De Voorzieningenrechter oordeelt vervolgens als volgt:

"Een verplichting tot levering van die broncode na
beëindiging van de samenwerking, dient klaarblijkelijk het doel ieder van de partijen bij de
samenwerkingsovereenkomst in staat te stellen conform artikel 6 van de
samenwerkingsovereenkomst zelfstandig deze software te verveelvoudigen, aan te passen, uit te geven en te exploiteren.


4.8. Derhalve volgt uit de artikelen 6 en 9 van de samenwerkingsovereenkomst, in onderling
verband en samenhang gelezen, dat het in artikel 6 van de samenwerkingsovereen¬komst
geregelde zelfstandig recht van ieder der partijen om de generieke software PlanDrive te
verveelvoudigen, aan te passen, uit te geven en te exploiteren, zich ook uitstrekt over de
rechtsverhouding tussen partijen na de beëindiging van die samenwerkingsovereenkomst.
Aangenomen moet daarom worden dat beide partijen thans ieder zelfstandig gebruik maken van de in artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst aan hen toegekende rechten. Het verweer van Echoboomers dat Rijschool [eiser sub 1] c.s. geen belang heeft bij de afgifte van de broncode van de generieke software PlanDrive, omdat voor iedere exploitatiehandeling Rijschool [eiser sub 1] c.s. toestemming nodig heeft van Echoboomers, die Echoboomers niet verleent, faalt dan ook.

4.9. De verplichting van Echoboomers om de broncode van de generieke software PlanDrive na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst ter beschikking te stellen aan Rijschool [eiser sub 1] c.s. ligt, zoals hiervoor reeds is aangegeven, vast in artikel 9 van die overeenkomst. Nu de samenwerkingsovereenkomst is beëindigd, is, mede gelet op de hiervoor omschreven samenhang tussen dit artikel 9 en artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst, de vordering van Rijschool [eiser sub 1] c.s. tot nakoming van deze verplichting voor toewijzing gereed.

4.10. Het verweer van Echoboomers dat er nog geen generieke software PlanDrive is, zodat zij ook niet de broncode daarvan kan afgeven, wordt verworpen omdat vooralsnog geoordeeld Echoboomers niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen generieke software PlanDrive is. Vast staat dat Echoboomers reclame maakt voor de lancering van de nieuwe versie 3.0 van PlanDrive en dat zij momenteel aan geïnteresseerde rijschoolhouders demonstraties geeft van deze nieuwe versie. Rijschool [eiser sub 1] c.s. heeft daarnaast onvoldoende weersproken gesteld dat de generieke software PlanDrive op de markt is gebracht door Echoboomers, nu naast haarzelf ook een andere rijschool, Verkeersschool [X], gebruik maakt van die software. Dat die software dusdanig veel aanpassingen heeft ondergaan en daardoor beschouwd moet worden als voor die andere rijschool ontworpen maatwerksoftware en dus niet de generieke software PlanDrive betreft, heeft Echoboomers gelet op de betwisting van Rijschool [eiser sub 1] c.s., onvoldoende aannemelijk gemaakt. De vordering tot afgifte van de broncode van de generieke software PlanDrive zal dan ook op de wijze als hierna vermeld worden toegewezen.

4.11. Wat betreft de vordering tot afgifte van de broncode van de maatwerksoftware PlanDrive wordt als volgt overwogen. In de ontwikkelovereenkomst is over de broncode van de maatwerksoftware niets geregeld. Rijschool [eiser sub 1] c.s. stelt zich op het standpunt dat de ontwikkelovereenkomst, gelet op de samenhang met de samenwerkingsovereenkomst, samen met die overeenkomst op 8 november 2010 is beëindigd, dan wel dat de ontwikkelovereenkomst door opzegging eindigt op de expiratiedatum van de ontwikkelovereenkomst op 6 mei 2011. Echoboomers stelt daarentegen dat de ontwikkelovereenkomst niet is opgezegd en daardoor voortduurt. Wat daar ook van zij, voor de beoordeling van de vordering tot afgifte van de broncode van de maatwerksoftware PlanDrive is de huidige status van de ontwikkelovereenkomst niet relevant.

4.12. Uitgangspunt is dat in de ontwikkelovereenkomst alle rechten van intellectuele en
industriële eigendom, en dus ook de auteursrechten, van de maatwerksoftware PlanDrive
exclusief voorbehouden zijn aan Echoboomers, zodat Echoboomers op grond van deze
overeenkomst als auteursrechthebbende op die software beschouwd moet worden. Echter in artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst is het artikel over intellectueel en industrieel eigendom in de ontwikkelovereenkomst vervangen en is bepaald dat de auteursrechten aan beide partijen gemeenschappelijk toekomen en dat ieder der partijen zelfstandig bevoegd is de software te verveelvoudigen, aan te passen, uit te geven en te exploiteren. In dat artikel is uitdrukkelijk opgenomen dat het artikel over intellectueel en industrieel eigendom in de ontwikkelovereenkomst volledig vervalt. Hoe die twee overeenkomsten zich precies tot elkaar verhouden is echter niet duidelijk geworden. Voorshands is wel voldoende aannemelijk geworden dat de regeling van de auteursrechten in artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst ook is gaan gelden voor de ontwikkelovereenkomst.
 Daardoor is voorshands aannemelijk dat er ook een gemeenschappelijk auteursrecht rust op de maatwerksoftware PlanDrive en dat Rijschool [eiser sub 1] c.s. naast Echoboomers medeauteursrechthebbende is op die software. Teneinde Rijschool [eiser sub 1] c.s. in staat te stellen gebruik te kunnen maken van de aan haar zelfstandig toekomende rechten als mede-auteursrechthebbende, dient Echoboomers ook de broncode van de maatwerksoftware PlanDrive aan Rijschool [eiser sub 1] c.s. af te staan. De vordering tot afgifte van de broncode van de maatwerksoftware PlanDrive zal dan ook worden toegewezen op de wijze als hierna is vermeld."

En ten aanzien van het beheer en onderhoud van de maatwerk software:

"4.14. Vast staat dat de maatwerksoftware PlanDrive thans draait op de servers van
Echoboomers. Rijschool [eiser sub 1] c.s. stelt zich op het standpunt dat zij bij brief
van 8 november 2010 ook bedoeld heeft de ontwikkelovereenkomst te beëindigen, althans in ieder geval dat die door opzegging eindigt per 6 mei 2011. Uit de brief van 8 november 2010 blijkt niet dat zij ook de ontwikkelovereenkomst heeft ontbonden. Gegeven het ter zitting verwoorde standpunt moet worden aangenomen dat de ontwikkelovereenkomst door opzegging per 6 mei 2011 zal eindigen. Uit de (aanstaande) beëindiging van de ontwikkelovereenkomst (o.a. inhoudende een webhostingovereenkomst) vloeit voort dat Rijschool [eiser sub 1] c.s. gerechtigd is de maatwerksoftware PlanDrive onder te brengen bij een andere serviceprovider dan Echoboomers, teneinde het gebruik en het beheer en onderhoud van de maatwerksoftware PlanDrive te continueren. Echoboomers moet daaraan meewerken zodra de ontwikkelovereenkomst is geëindigd, per 6 mei 2011 dus, zodat ook deze vordering zal worden toegewezen.
"

Kortom, de Voorzieningenrechter veroordeelt Echoboomers onder meer tot het overhandigen van de broncode op zowel de standaard als de maatwerk software en om mee te werken aan overheveling van het beheer en onderhoud van de maatwerk software naar een door de Eiseres aan te wijzen serviceprovider. Ik vraag me af hoe het vonnis er zou hebben uitgezien als Echoboomers de ontbinding van de overeenkomst zou hebben betwist...

Lees hier het volledige vonnis.

BRON: itenrecht.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.