NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Wetsvoorstel wijziging Mediawet: belangrijke punten

Wetsvoorstel wijziging Mediawet: belangrijke punten

Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heeft het wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet ingediend bij de Tweede Kamer. Doel van de wetswijzigingen is het moderniseren en toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst. De wet treedt waarschijnlijk 1 januari 2016 in werking. Hieronder volgen belangrijke punten uit het voorstel: 

 

Publieke mediaopdracht vernieuwd
Volgens Dekker is de huidige publieke mediaopdracht zo ruim dat vrijwel elk programma en genre daaronder kan vallen, terwijl niet al het aanbod publieke waarde heeft. De taak van de publieke omroep is om herkenbaar aanbod te maken met publieke (meer)waarde. De publieke mediaopdracht, zoals genoemd in art. 2.1, lid 1 sub a, Mediawet, wordt daarom gewijzigd in: 

"het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod dat tot doel heeft een breed en divers publiek te voorzien van informatie, cultuur en educatie, via alle beschikbare aanbodkanalen".

In de huidige publieke mediaopdracht wordt 'verstrooiing' (vermaak) ook genoemd. Programma's met amusement als doel op zich zijn volgens de staatssecretaris echter geen kerntaak van de publieke omroep, en verstrooiing vervalt daarom als specifiek doel op zich. Amusement mag wel worden gebruikt om een informatief, cultureel en educatief doel te bereiden of om een breed en divers publiek te trekken en te binden, met als doel dat dit publiek naar informatieve, culturele en educatieve programma's zal kijken. Dit wordt als volgt in de Mediawet opgenomen (art. 2.1, lid 1 sub a1 Mediawet): 

"het kunnen inzetten van amusement als middel om een informatief, cultureel of educatief doel te bereiken of een breed en divers publiek te trekken en te binden zodat deze doelen onder de aandacht worden gebracht".

Innovatie en talentontwikkeling meer aandacht
Innovatie van het media-aanbod wordt nadrukkelijker een opdracht voor de publieke omroep. Vernieuwende formats en programma-ideeë
n dragen immers bij aan de pluriformiteit en onderscheidendheid van de publieke omroep. Ook het geven van kansen aan talenten en hen helpen om zich verder te ontwikkelen, draagt bij aan het innovatieve karakter van de publieke omroep. Er wordt daarom een sub c toegevoegd aan art. 2.1. Mediawet: 

"c. het stimuleren van innovatie ten aanzien van media-aanbod, het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media- aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken." 

Toegang van externe partijen tot publieke mediabestel vergroot
In het wetsvoorstel wordt de toegang van externe partijen tot het publieke mediastel vergroot. Ook andere partijen de dan erkende omroepen moeten met een idee, programmaformat of concreet product bij de NPO terecht kunnen. Deze openheid vernieuwt het bestel en zorgt voor meer pluriformiteit en creativiteit. De NPO zal zulke televisie-, radio of andere programmavoorstellen (met een publiek karakter) beoordelen en binnen het publieke bestel laten verzorgen (zie art. 2.54, leden 2 en 3 Mediawet). 

Zendtijd- en plaatsingsgaranties vervallen
De omroepen blijven verzorgers van het media-aanbod, maar de zendtijd- en plaatsingsgaranties van omroeporganisaties komen te vervallen (artt. 2.51 en 2.52 Mediawet). Deze garanties leiden soms tot suboptimale keuzes in de programmering of doorkruisen de opbouw van het uitzendschema. Daarnaast verwacht de staatssecretaris dat omroepen in de toekomst specifiek on-demand aanbod gaan produceren.

Het wetsvoorstel introduceert daarom een bepaling die de NPO de opdracht geeft om er bij de coö
rdinatie van het media-aanbod op de aanbodkanalen voor te zorgen dat er ruimte is voor media-aanbod van de omroeporganisaties. 

Catch-up verplichting
Op grond van art. 2.50 Mediawet wordt programma-aanbod op ten minste 3 algemene televisieprogramma kanalen en 5 algemene radioprogramma kanalen van de landelijke publieke mediadienst verzorgd. In het wetsvoorstel komt daar een catch-up verplichting bij. "Catch-up" wordt gedefinieerd als: "afname als mediadienst op aanvraag van media-aanbod gedurende een beperkte periode die begint tijdens of kort na de verspreiding van dat media-aanbod op een programmakanaal". 

Op tenminste 1 aanbodkanaal moet een kosteloze mediadienst op aanvraag worden verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma's op de algemene programmakanalen.

Positie NPO gewijzigd en toezicht raad van toezicht 
Om een flexibele en slagvaardige publieke omroep te kunnen realiseren wordt de positie van de NPO gewijzigd van coördinatie- en samenwerkingsorgaan in sturings- en samenwerkingsorgaan (art. 2.2. Mediawet). De NPO zal de koers van de gehele publieke omroep gaan bewaken. Daarnaast krijgt de NPO de taak om doelmatigheid te realiseren. De taak van de raad van toezicht wordt uitgebreid. De raad zal onder andere toezicht houden op de uitvoering van de publieke mediaopdracht en algemene gang van zaken in de organisatie van de NPO (art. 2.7, lid 1 sub a en c Mediawet).

 

Modernisering regionale omroep

Om één aanspreekpunt binnen de regionale omroepen te realiseren wordt er  een wettelijke bestuurlijke organisatie voor de regionale omroepen geïntroduceerd: de Stichting Regionale Publieke Omroep (RPO) (paragraaf 2.3.1 Mediawet) In een volgend wetsvoorstel worden er verdere maatregelen genomen om de regionale omroep te moderniseren.


Ranking the stars, na 2016 nog toegestaan?

 



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.