NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Webshops mogen geen leveringskosten in rekening brengen bij consument

Webshops mogen geen leveringskosten in rekening brengen bij consument

Het Europese Hof van Justitie heeft een interessante uitspraak gedaan in een zaak tussen het Duitse postorderbedrijf Heinrich Heine en de Duitse consumentenbond Verbraucherzentrale.

 

Het postorderbedrijf bepaalt in haar algemene voorwaarden dat de consument een vast tarief van EUR 4,95 moet betalen voor bezorging. Dit bedrag wordt niet aan de consument terug betaald, zelfs niet indien de consument gebruik maakt van zijn ontbindingsrecht.

 

De Europese richtlijn betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (richtlijn 97/7/EG) bepaalt dat consumenten een termijn van ten minste zeven werkdagen hebben om zich terug te trekken uit een overeenkomst. Zonder boete, zonder opgave van redenen. Koop je als consument dus iets in een webwinkel, maar bedenk je je op tijd, dan kan je het product dus kosteloos terugsturen naar de webwinkel. Wel stelt de richtlijn dat de consument de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen zelf moet betalen.

 

De Duitse consumentenbond is van mening dat de verzendkosten voor het toesturen van het product daarom niet voor rekening van de consument mogen komen. Oftewel: leveringskosten zouden niet in rekening mogen worden gebracht, indien de consument zich tijdig op zijn ontbindingsrecht beroept.

 

Het Europese Hof van Justitie geeft de consumentenbond gelijk: het in rekening brengen van kosten voor de levering aan de consument, die de overeenkomst rechtmatig heeft ontbonden, is in strijd met de richtlijn.

 

Wat mij betreft is dit een terechte uitspraak: de grondgedachte achter de richtlijn is dat de consument vrij moet zijn in zijn beslissing om de overeenkomst binnen de geldende termijn te ontbinden. Het in rekening brengen van leveringskosten zou hem kunnen ontmoedigen van het nemen van zo’n beslissling.

 

Voor de praktijk is dit ook een belangrijke beslissing. Wees er op bedacht dat de consument bij élke aankoop via internet (of andere vorm van “koop op afstand”) dus het recht heeft om kosteloos de overeenkomst te ontbinden. Slechts de kosten voor het terugzenden komen dan voor rekening van de consument.

 

Lees hier de uitspraak.

 

BRON: curia.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIES (5)

Dolf woensdag 21 april 2010 12:01

Misschien is deze uitspraak terecht gezien de bestaande wetgeving. Ik ben echter van mening dat het een vreemde situatie is.

Men vergeet vaak dat een webwinkel niet veel anders is dat een normale winkel. Een webwinkel maakt kosten om het product te leveren. Indien het product ondeugdelijk is kan ik me in de situatie vinden. Als het product wel deugdelijk is maar de consument bedenkt zich gewoon, moet de webwinkelier kosten dragen waar hij niets aan kan doen.
Indien men bijvoorbeeld kleding in een fysieke winkel koopt, heeft men ook vaak het recht om deze terug te brengen. Als consument krijg je dan je aankoop bedrag terug. Men krijgt dan echter niet de kosten voor het parkeren en de brandstof terug. Dat vindt iedereen meer dan logisch. Zou het dan wel normaal/logisch zijn dat je die bij een webwinkel terug krijgt?

Wouter woensdag 21 april 2010 14:33

Beste Dolf,

Dank voor je reactie. De vegelijking tussen webwinkel en normale winkel is begrijpelijk, maar niet geheel juist. Bij een normale winkel heeft de consument namelijk de mogelijkheid om het product te zien, te voelen, te ruiken, kortom: te onderzoeken. Bij een webwinkel is dat niet het geval. In dat licht heeft de Europese wetgever regels gesteld om de consument te beschermen tegen een 'verkeerde keus'.

Doel van de regel is dus om de consument te beschermen “tegen de risico’s die voortvloeien uit de praktische onmogelijkheid om de goederen te zien vóór de sluiting van de overeenkomst van verkoop op afstand”.
Daarom “dienen hem ten slotte de kosten te worden terugbetaald die hij heeft gedragen voor een nevenprestatie van de leverancier, zoals de verzending van de goederen, die na de herroeping door de consument geen enkel belang heeft.”

De Duitse regering volgt meer jouw argumentatie en voert in deze procedure aan dat de verzendkosten zouden vallen onder de „overige voorwaarden en regels voortvloeiend uit het herroepingsrecht”, die de lidstaten moeten bepalen (punt 14 van de considerans van de richtlijn). Terugbetaling van gestorte bedragen zou slechts betrekking hebben op de hoofdprestaties, en in het bijzonder de door de consument betaalde prijs. Verzendkosten zouden daar dus niet onder vallen. Met betrekking tot het doel - dat de consument de mogelijkheid moet hebben om de goederen kosteloos te onderzoeken - voert de Duitse regering aan dat dit doel geen enkele aanwijzing zou bevatten op grond waarvan de contractuele verhouding tussen partijen zou kunnen worden hervormd. Volgens de Duitse regering staat het niet in de weg, om de consument de verzendkosten te laten betalen, aan de uitoefening van zijn herroepingsrecht De consument zou immers vóór de sluiting van de overeenkomst in kennis zijn gesteld van het bedrag van die kosten. Verder zou de beslissing om de overeenkomst op te zeggen, los staan van het bestaan van die kosten, aangezien die al zijn gemaakt.

Het Hof stelt echter vanaf r.o. 44 dat, anders dan de Duitse regering aanvoert, “noch uit de formulering van artikel 6 van richtlijn 97/7 noch uit de algemene opzet ervan [blijkt] dat de bewoordingen „gestorte bedragen” aldus moeten worden uitgelegd dat zij enkel de door de consument betaalde prijs omvatten, met uitsluiting van de door deze laatste gedragen kosten.
45 Richtlijn 97/7 maakt immers overeenkomstig artikel 4 ervan enkel een onderscheid tussen de prijs van het goed en de leveringskosten wat de informatie betreft die de leverancier ter beschikking van de consument moet stellen vóór de sluiting van de overeenkomst. Wat daarentegen de rechtsgevolgen van de herroeping betreft, maakt deze richtlijn niet een dergelijk onderscheid en ziet dus op alle bedragen die de consument aan de leverancier heeft gestort.
46 Deze uitlegging wordt ook bevestigd door de formulering zelf van de zinsnede „[a]an de consument kunnen ten hoogste worden aangerekend” in artikel 6, lid 2, tweede volzin, om te wijzen op „de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen”. Zoals de advocaat-generaal in punt 32 van zijn conclusie heeft opgemerkt, maken de termen „ten hoogste” een strikte uitlegging van deze bepaling noodzakelijk en geven deze uitzondering een limitatief karakter.
47 Uit een en ander volgt derhalve dat de termen „gestorte bedragen” in artikel 6, lid 2, eerste volzin, van richtlijn 97/7 ook alle bedragen omvatten die door de consument zijn gestort om de door de overeenkomst veroorzaakte kosten te dekken, onder voorbehoud van de aan artikel 6, lid 2, tweede volzin, van deze richtlijn te geven uitlegging.”

Tevens gaat het Hof in op de utidrukking “voor de uitoefening van zijn herroepingsrecht”:

“Wat verder de doelstelling van artikel 6 van richtlijn 97/7 betreft, wordt in punt 14 van de considerans ervan gesteld dat het verbod om aan de consument de door de overeenkomst veroorzaakte kosten aan te rekenen in geval van herroeping door deze laatste, beoogt te verzekeren dat het door de richtlijn gewaarborgde herroepingsrecht „niet louter formeel blijft” (zie in dit verband arrest van 3 september 2009, Messner, C 489/07, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 19). Aangezien dit artikel 6 aldus duidelijk tot doel heeft dat de consument er niet van wordt weerhouden zijn herroepingsrecht uit te oefenen, zou dit artikel in strijd met deze doelstelling worden uitgelegd indien het de lidstaten toestaat om in geval van een dergelijke herroeping de leveringskosten ten laste van de consument te brengen.
55 Op dit punt dient eraan te worden herinnerd dat artikel 6, lid 1, eerste alinea, tweede volzin, en lid 2, tweede volzin, van deze richtlijn de leverancier enkel toestaat om de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen aan te rekenen aan de consument in geval van herroeping door deze laatste.
56 Indien ook de verzendingskosten ten laste van de consument worden gelegd, zou dit voor de consument noodzakelijkerwijs een afschrikkende werking hebben voor de uitoefening van zijn herroepingsrecht, hetgeen ingaat tegen de doelstelling zelf van artikel 6 van de richtlijn, zoals die in punt 54 van het onderhavige arrest in herinnering is gebracht.
57 Door het aanrekenen van die kosten zou voorts een evenwichtige verdeling van de risico’s tussen de partijen in op afstand gesloten overeenkomsten op losse schroeven worden gezet door de consument alle kosten in verband met het vervoer van de goederen te laten dragen.
58 Dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst in kennis is gesteld van het bedrag van de verzendingskosten, neemt de afschrikkende werking van het aanrekenen van deze kosten aan de consument voor de uitoefening van het herroepingsrecht door deze laatste niet weg.
59 Gelet op een en ander dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat artikel 6, lid 1, eerste alinea, tweede volzin, en lid 2, van richtlijn 97/7 aldus moet worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling volgens welke de leverancier, in een op afstand gesloten overeenkomst, de kosten van verzending van de goederen mag aanrekenen aan de consument wanneer deze laatste zijn herroepingsrecht uitoefent.”

Hopelijk is de logica achter de uitspraak je zo wat duidelijker geworden.

WoooW dinsdag 27 april 2010 00:45

Oud nieuws !
Er zijn hierover al eerdere rechterlijke uitspraken gedaan die deze zaak verduidelijkt hebben.

Wouter dinsdag 27 april 2010 09:26

Beste "WoooW",

In dat geval hoor ik graag van je welke rechterlijke uitspraken dat zouden zijn. Mijns inziens is dit namelijk zeker geen oud nieuws. Klaarblijkelijk was er voor de Duitse nationale rechter geen sprake van een "acte eclair", laat staan een "acte clair". Met andere woorden, blijkbaar was die rechter van mening dat er noodzaak bestond om de zaak te verduidelijken. En dan is het zijn goed recht om de zaak te verwijzen naar het Europese Hof, op grond van het Cilfit I -arrest (en Da Costa en Schaake). Wat mij betreft zeker geen oud nieuws dus.

romeo donderdag 13 mei 2010 18:30

Beste Wouter,

Aan de ene kant ben ik het eens de uitspraak en aan de andere kant niet. Consumenten kunnen producten van een webshop, voor de koop, inderdaad niet fysiek betasten en hebben het recht om gebruik te maken van hun herroepingsrecht, zonder dat er kosten daarvoor in rekening worden gebracht.
Maar als je alles nu vanuit een economisch perspectief bekijkt, dan schiet de wetgeving voor ondernemers te kort. De Wet koop op afstand beschermt alleen consumenten en niet de ondernemers voor de te lopen risico van annuleringen en terugzending. Dit is opzicht wel logisch omdat de consument de product niet fysiek kan betasten net als in een winkel.
Maar stel dat een beginnende ondernemer een webshop wil beginnen voor animatie merchandise en elektronic uit Azië. Dus echt producten die in Nederland en Europa moeilijk tot helemaal niet te verkrijgen zijn. De levertijd bedraagt ongeveer 2 a 4 weken.
Hij krijgt in een maand 25 orders, waarvan 15 binnen 2 weken worden geanulleerd omdat de consumenten zich bedenken en/of omdat de levertijd wel erg lang duurt. In dit geval hoeven de consumenten helemaal geen kosten dus te betalen en hebben zij recht op hun volledige aankoopbedrag inclusief verzendkosten.
De ondernemer zit nu met een kostenpost om die orders terug te sturen naar Azië. Hij kan het ook als voorraad houden, maar dan loopt hij voorraad risico. Als dit vaak gebeurt dan maakt de ondernemer nauwelijks winst en dan is de continuteit risico hoog.
Waarom wordt er met zulke risico`s voor ondernemers geen rekening gehouden?

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.