NL EN

Wat is de kracht van bewijs?

Meer in het bijzonder: wat is de kracht van een zogenaamde onderhandse akte? (Een onderhandse akte komt neer op een ondertekend document, door één of meerdere partijen).

De artikelen 157 en 158 van Rechtsvordering bevatten daartoe een heerlijke regeling, met hoofdregels, uitzonderingen daarop, en uitzonderingen op de uitzondering (waardoor toch de hoofdregel weer van kracht is).

Hoe kom ik hierop? Omdat mijn oog viel op een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Het gaat hier om het bestaan van een akte van geldlening, en het bewijs wat daar dwingend uit voortvloeit.

Hoofdregel is, kort gezegd, dat een onderhandse akte dwingend bewijs oplevert. Eén uitzondering daarop is de situatie dat het rechtsgevolg niet ter "vrije bepaling van partijen staat".

Voor een schuldbekentenis bestaat ook een uitzondering op de regel van dwingend bewijs, namelijk wanneer die schuldbekentenis door één partij is aangegegaan of vastgelegd (en niet door zowel schuldeiser als schuldenaar).

De uitzondering op de uitzondering (waardoor er dus wél dwingend bewijs aan een slechts door één partij aangegegane of vastgelegde bekentenis), is wanneer die bekentenis is aangegevaan door de schuldenaar in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.

Deze laatste situatie doet zich voor in bovengenoemde uitspraak. Zie hieronder voor de volledigheid nog de samenvatting zoals door de rechtbank zelf gepubliceerd. 
    
"Art. 157 lid 2 Rv bepaalt dat een onderhandse akte ten aanzien van de verklaring van een partij tussen partijen dwingend bewijs oplevert omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen. Gezien de tekst van de akte is deze bestemd te bewijzen, dat gedaagde een bedrag van DM 60.000,- (€ 30.677,51) als geldlening van eiser heeft ontvangen en dat hij daarover een rente van 4% per jaar verschuldigd is. Art. 157 lid 2 Rv blijft ingevolge art. 158 lid 1 Rv buiten toepassing waar het onderhandse akten betreft waarin verbintenissen van slechts één partij zijn aangegaan of vastgelegd, voorzover die verbintenissen strekken tot voldoening van een geldsom, tenzij de akte handgeschreven is of voorzien van een goedschrift. Geconstateerd moet worden dat in de akte van geldlening zoals die is overgelegd,slechts verbintenissen van gedaagde zijn vastgelegd, namelijk tot betaling van rente en (uiteindelijke) terugbetaling van de geleende som aan Sehling, verbintenissen dus die strekken tot voldoening van een geldsom. Gedaagde betoog dat, nu het goedschrift ontbreekt, art. 157 lid 2 Rv buiten toepassing blijft en dat aan de onderhandse akte geen dwingende bewijskracht toekomt. De rechtbank is van oordeel dat dit verweer faalt en overweegt daartoe als volgt. Art. 158 lid 2 Rv maakt een uitzondering op de werking van het eerste artikellid ingeval de verbintenissen door de schuldenaar zijn aangegaan in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Nu gedaagde tijdens de comparitie van partijen heeft verklaard dat de brief is opgesteld om aan de bank te kunnen laten zien teneinde een geldlening van die bank te kunnen verkrijgen ten behoeve van zijn autobedrijf, is de rechtbank van oordeel dat hij bij ondertekening van de overeenkomst d.d. 15 juli 1988 in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft gehandeld. Ook de omstandigheid dat de overeenkomst is opgemaakt op briefpapier van het bedrijf van gedaagde wijst in die richting. Dit betekent dat art. 158 lid 1 Rv ten aanzien van de akte niet van toepassing is, zodat daaraan conform art. 157 lid 2 Rv dwingende bewijskracht toekomt."



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Nora dinsdag 8 februari 2011 18:21

Wat ik mij afvraag is een geboorteakte op gewaarmerkt papier (kopie/afschrift dus niet het orgineel) Is het ook een onderhandse akte?
Want de akte is alleen ondertekend door de ambtenaar één partij

Je schrijft: (Een onderhandse akte komt neer op een ondertekend document, door één of meerdere partijen).



EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.