NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Waar heeft het schadebrengende feit zich voorgedaan?

Waar heeft het schadebrengende feit zich voorgedaan?

‘La Cour de Cassation’, het hoogste gerechtshof van Frankrijk, heeft vorige maand in een auteursrechtelijke inbreukzaak prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie betreffende de juiste interpretatie van artikel 5 van de EEX- Verordening (Verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken).

De zaak betreft een Franse singer-songwriter die er achter kwam dat zijn liedjes, zonder dat hij het wist, in Oostenrijk op cd’s gekopieerd waren. Daar bleef het echter niet bij, aangezien de cd’s vervolgens door Engelse bedrijven werden doorverkocht via internet. De singer-songwriter was hier niet van gediend en stapte naar de Franse rechter met, onder andere, een beroep op zijn auteursrecht. In eerste aanleg gaf de rechter hem gelijk, maar in hoger beroep werd de uitspraak vernietigd. ‘Le Tribunal de Grande Instance de Toulouse’ was namelijk van mening dat de Franse rechters in dit geval geen jurisdictie hebben. Anders gezegd: de singer-songwriter zal naar de rechter in een ander land moeten stappen als hij iets tegen de inbreuken op zijn auteursrecht zou willen doen.

Op basis van de EEX-Verordening is de hoofdregel dat een persoon in beginsel gedagvaard dient te worden in de staat waar hij zijn woonplaats heeft. Echter, ten aanzien van verbintenissen uit een onrechtmatige daad – waar in dit geval sprake van is, nu onmiskenbaar inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van de singer-songwriter – stelt het derde lid van artikel 5 van de EEX-Verordening, dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat ook kan worden opgeroepen “voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.”

De singer-songwriter stapte vervolgens naar ‘La Cour de Cassation’, het cassatiegerecht van Frankrijk, en stelde dat ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’, de plaats is waar de inbreukmaker woont of waar de beschermde werken worden gedistribueerd. Volgens hem had de rechter in hoger beroep moeten onderzoeken of de cd’s met zijn liedjes ook verkrijgbaar waren via websites die bezocht kunnen worden in Frankrijk en of ook Fransen deze cd’s konden kopen. Was dat het geval, dan had hij - naar zijn mening - namelijk gewoon naar de Franse rechter kunnen gaan.

Het cassatiegerecht was het niet met deze redenering eens en verwees naar de eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie, Shevill en Martinez. Hoewel deze uitspraken zien op (on)rechtmatige (online) publicaties, ging het Europese Hof hier in op de uitdrukking ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich voordoet’. Het bepaalde in deze zaken dat naast de gerechten in de woonplaats van de uitgever, ook de gerechten in landen waar de publicatie wordt verspreid; de gerechten in het land waarin de benadeelde het centrum van zijn belangen heeft; of de gerechten in het land waar de content toegankelijk is, bevoegd zijn om over de zaak te beslissen.

Naast bovengenoemde uitspraken, haalde het Franse Hof ook de uitspraak LOréal/eBay aan, waarin het Europese Hof bepaalde dat - in zaken betreffende de online verkoop van namaakartikelen - de toegankelijk van een website in een bepaald land niet voldoende is om te kunnen concluderen dat de verkoop ook daadwerkelijk gericht is op klanten uit dat betreffende land.

Het Franse ‘Cour de Cassation’ stelde vervolgens dat de betreffende kwestie niet aan de hand van de drie bovengenoemde uitspraken kon worden beslist, aangezien het hier een geheel andere – namelijk auteursrechtelijke – casus betreft. Nu het hof er zelf niet uit lijkt te komen, heeft het twee prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie.

Met zijn eerste vraag wil het Franse hof graag vernemen of in de gevallen waarin wordt gesteld dat inbreuk is gemaakt op iemands auteursrecht doordat beschermde content op internet is geplaatst, op grond van artikel 5(3) van de EEX-Verordening, naar de rechter kan worden gestapt in de lidstaat waarin de beschermde content toegankelijk is of was, om de daar opgelopen schade te verhalen? En dient het plaatsen van de content dan specifiek gericht te zijn op publiek in een bepaald land of is er wellicht een andere factor van belang?

Vervolgens vraagt het Franse hof zich af of het antwoord op bovenstaande vraag hetzelfde zou zijn als de vermeende inbreuk niet het gevolg is van het plaatsen van de ‘losse’ content op een website, maar indien de content op een fysieke drager is gekopieerd, die vervolgens online wordt aangeboden (zoals in de betreffende zaak het geval was).

Het is nu dus afwachten op de antwoorden van het Europese Hof van Justitie. Nu ook deze zaak weer aantoont dat het internet nieuwe onzekerheden met betrekking tot bestaande regelgeving met zich mee brengt, kunnen we alleen maar hopen op een helder antwoord van het Hof. Wie weet... misschien wordt het binnenkort eens duidelijk hoe we de jurisdictie-regels dienen toe te passen op het internet. Zo niet, dan kunnen we vast weer een tijdje vooruit.

Lees hier de Franse uitspraak

Door: Aimée van Hattum

BRON: kluwercopyrightblog.com


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.