NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Voorlopige bevindingen OPTA over het gebruik van Deep Packet Inspection

Voorlopige bevindingen OPTA over het gebruik van Deep Packet Inspection

Een aantal weken geleden kwam het nieuws naar buiten dat diverse telecomaanbieders deep packet inspection (DPI) gebruikten om te bekijken wat hun abonnees doen met mobiel internet. KPN presenteerde vol trots dat zij als eerste telecomaanbieder kon bijhouden hoeveel van haar gebruikers een dienst als Whatsapp of VOIP gebruikten. Zij gaf aan van plan te zijn haar abonnees extra te laten betalen voor het gebruik van deze diensten. Later bleek ook dat andere telecomaanbieders DPI gebruiken voor vergelijkbare doelen.

Door velen werd geschokt gereageerd op het nieuws. Met DPI kan het dataverkeer op het internet namelijk inhoudelijk geïnspecteerd worden. De inhoud van de verzonden pakketjes wordt bekeken en op basis van de inhoud kunnen de pakketjes dan bijvoorbeeld tegengehouden worden. DPI brengt daardoor heel wat privacybezwaren met zich mee. Het komt er eigenlijk op neer dat constant over je schouder wordt gekeken bij alles wat je online doet. Zelfs de inhoud van berichten die je stuurt kan worden gelezen.

Onduidelijk was echter of het gebruik van DPI in strijd is met de wet. OPTA besloot daarom een onderzoek in te stellen naar het gebruik van DPI door aanbieders van mobiele telefonienetwerken. In verband met de dringende aard van het onderwerp heeft er een zogenaamde ‘quick scan’ plaatsgevonden, wat betekent dat het onderzoek beperkt was tot het stellen van schriftelijke vragen aan de telecomaanbieders. De voorlopige bevindingen van het onderzoek werden vandaag gepubliceerd.

Conclusie is dat het gebruik van DPI wettelijke beperkingen kent. Het gaat dan enerzijds om regels ter bescherming van persoonsgegevens (de Wet bescherming persoonsgegevens: Wbp) en anderzijds om regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in telecommunicatiecontext (de Telecommunicatiewet: Tw). Dat laatste gedeelte heeft OPTA onderzocht. Het onderzoek in het licht van de Wbp laat OPTA aan collega-handhaver CBP over.

Uit de schriftelijke vragenronde is gebleken dat de telecomaanbieders in meer of mindere mate DPI gebruiken. Gegevensstromen en applicaties worden geïdentificeerd, waarbij de analyse soms zo diep gaat dat niet alleen de header van het datapakket bekeken wordt. De aanbieders geven allen aan dat het gebruik van deze techniek nodig is om de dienstverlening te optimaliseren.

Hoewel niet vast is komen te staan dat de aanbieders daadwerkelijk berichten van abonnees lezen, geeft OPTA wel aan dat de aanbieders verder gaan dan nodig is met betrekking tot het optimaliseren van de dienstverlening. Of dit in strijd is met het communicatiegeheim zoals vastgelegd in art. 18.13 Tw, laat OPTA afhangen van de bevindingen van het CBP. Ook over de zorgplicht die telecomaanbieders hebben om de privacy van abonnees te beschermen doet OPTA vooralsnog geen uitspraken. Ook hier worden de bevindingen van het CBP afgewacht.

Het wachten is dus op de resultaten van het onderzoek van het CBP. Wel geeft OPTA aan dat zij naar aanleiding van het onderzoek van het CBP zo nodig handhavend zal optreden.

Overigens zijn diverse aangiften gedaan bij de politie tegen de telecomaanbieders. In art. 139c van het Wetboek van Strafrecht is namelijk bepaald dat het afluisteren, aftappen of opnemen van elektronische communicatie verboden is. Art. 139d WvSr stelt het treffen van voorbereideingen daartoe ook strafbaar. Uit berichten op Webwereld blijkt dat ook deze weg voorlopig niet tot maatregelen zal leiden. Het kan nog enkele maanden duren voordat de aangiftes worden behandeld.

Lees het rapport van OPTA hier

BRON: OPTA.nl en Webwereld.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.