NL EN

Virtuele diefstal

Omdat de onderhavige RuneScape-zaak een interessante, wellicht unieke rechtsvraag behelst en het verloop van het proces naar ik heb begrepen ook vanuit het buitenland met belangstelling wordt gevolgd, heeft het eerste middel mij aanleiding gegeven tot een betrekkelijk uitvoerige bespreking (…)”

Aan de hand van deze eerste zin mag het duidelijk zijn dat de Advocaat-generaal van de Hoge Raad eens goed is gaan zitten voor deze, overigens zeer lezenswaardige, Conclusie in de RuneScape-zaak (LJN:BQ9251). In 22 pagina’s worden de zaak en de achterliggende rechtsvraag uitvoerig besproken. De belangrijkste elementen uit de Conclusie worden hieronder nader toegelicht.

Inleiding

Het gaat in deze zaak om twee virtuele goederen, een virtueel amulet en een virtueel masker. Deze voorwerpen zijn te verkrijgen in het spel RuneScape, een zogenaamde MMORPG (Massive Multiplayer Online Role Playing Game). De betreffende virtuele voorwerpen zijn schaars, hetgeen er voor zorgt dat de destijds 13-jarige bezitter van deze voorwerpen binnen het spel een ‘rijke’ en ‘machtige’ speler is.  

Deze rijkdom en macht is de reden dat hij op 6 september 2007 wanneer hij naar huis fietst, door twee jongens wordt belaagd. Zij zijn ook spelers van RuneScape en willen dat de 13-jarige zijn items uit RuneScape aan hen overdraagt. Ze dwingen hem mee te rijden naar hun huis waar ze hem tegen het hoofd slaan en schoppen en hem bedreigen met een mes. Vervolgens wordt hij gedwongen om zijn RuneScape account te openen en zijn masker en amulet naar het account van één de belagers over te zetten.

Rechtsvraag

De rechtsvraag die hier centraal staat, is of het afnemen van het masker en het amulet als diefstal kan worden aangemerkt. Daarvoor is op grond van artikel 310 Wetboek van Strafrecht (verder: “Sr”) vereist dat deze virtuele voorwerpen als ‘goed’ kunnen worden aangeduid. De Rechtbank Leeuwarden is op  21 oktober 2008 van mening dat dit inderdaad het geval is (LJN:BG0939). Het Hof Leeuwarden is het hier op 11 november 2009 mee eens (LJN:BK2773).

Conclusie Advocaat-generaal

De Advocaat-generaal bespreekt eerst het oordeel van het Hof Leeuwarden en geeft daarna een beschrijving van virtuele werelden in het algemeen en RuneScape in het bijzonder. Vervolgens bespreekt de Advocaat-generaal uitgebreid het legaliteitsbeginsel alsmede de methoden die gebruikt kunnen worden om wetsartikelen te interpreteren. Na een rechtsvergelijking met de Verenigde Staten, Engeland en Duitsland komt de Advocaat-generaal uiteindelijk toe aan de bespreking van het cassatiemiddel.

Oordeel Hof

Het Hof geeft aan dat een ‘goed’ als bedoeld in artikel 310 Sr, niet per definitie stoffelijk hoeft te zijn. Al in het zogenaamde Elektriciteits-arrest uit 1921 is bepaald dat ook elektriciteit, hoewel dit niet stoffelijk is, als ‘goed’ in de zin van artikel 310 Sr moet worden aangemerkt. Vereist was hierbij wel dat er sprake was van een zekere economische waarde. Volgens het Hof hebben de virtuele voorwerpen uit RuneScape een economische waarde, zowel binnen als buiten het spel. De door inspanning en tijdsinvestering opgebouwde bezittingen hebben voor de spelers immers een reële waarde die hen kan worden afgenomen. Hiermee is aan de vereisten van het Elektriciteits-arrest voldaan en kunnen de virtuele voorwerpen als ‘goed’ in de zin van artikel 310 Sr worden aangemerkt.

Naast het vereiste dat er van een ‘goed’ sprake moet zijn, zijn er ook nog andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat van diefstal in de zin van artikel 310 Sr kan worden gesproken. Vereist is namelijk tevens dat het goed toebehoort aan degene van wie het is afgenomen. In de RuneScape-zaak zou men hierover kunnen twisten omdat de (intellectuele eigendoms)rechten op de voorwerpen niet bij de speler maar bij de eigenaar van het spel liggen. Het Hof verwerpt dit argument en geeft aan dat de speler door het inloggen op het account als enige over het amulet en het masker kon beschikken. Hij had de feitelijke en exclusieve heerschappij over de voorwerpen. Het Hof vergelijkt deze situatie met het stelen van een pasoort. Een paspoort is onbetwist eigendom van de Staat der Nederlanden maar dit document kan wel degelijk door middel van diefstal van iemand worden afgenomen. In de RuneScape zaak betekent dit dat hoewel de eigenaar de rechten heeft ten aanzien van de voorwerpen, ze desondanks aan de speler toebehoren.   

Ook aan de laatste voorwaarde, namelijk dat het object uit de beschikkingsmacht van de speler moet zijn geraakt, is volgens het Hof voldaan. Nadat de 13-jarige was gedwongen om het masker en het amulet over te dragen, kon hij zelf niet meer over de voorwerpen beschikken. Daarmee waren de voorwerpen dus niet langer in zijn beschikkingsmacht. Een door de verdediging aangevoerde vergelijking met het wegnemen van computergegevens gaat hier volgens het Hof niet op. Na het wegnemen van computergegevens zijn deze namelijk niet uit de beschikkingsmacht van het slachtoffer geraakt. Zowel het slachtoffer als de partij die de gegevens heeft weggenomen beschikken in dat geval over de gegevens.

Het Hof concludeert dat er van diefstal sprake is.

Beoordeling cassatiemiddel

De Advocaat-generaal is het met deze conclusie van het Hof eens en geeft aan dat het cassatiemiddel naar zijn mening moet falen. 

De Advocaat-generaal gaat daarbij nog in op de stelling dat het masker en het amulet slechts illusies zijn en niet echt bestaan en daarom niet als ‘goed’ aangemerkt kunnen worden. De Advocaat-generaal is het met deze stelling oneens. Hoe onstoffelijk en niet-tastbaar de voorwerpen ook zijn, ze zijn wel te individualiseren objecten die binnen en buiten de spelcontext een zelfstandig bestaan en geldelijke waarde hebben en daarmee een (vooral ook economische) functie vervullen.

Tevens besteedt de Advocaat-generaal veel aandacht aan de verhouding tussen het legaliteitsbeginsel en de mogelijkheid om wetsartikelen te interpreteren. Aan de ene kant verlangt het  legaliteitsbeginsel dat een wetsbepaling zo concreet en scherp mogelijk is geformuleerd. Dit biedt de burger rechtszekerheid en moet machtsmisbruik door de overheid voorkomen. Aan de andere kant is geen enkel wetsartikel zo scherp en concreet geformuleerd dat er nooit interpretatieproblemen zullen optreden. De interpretatie kan echter niet zo ver gaan dat dit rechtsonzekerheid tot gevolg heeft. In de RuneScape zaak vindt de Advocaat-generaal dat het Hof binnen de grenzen van toelaatbare interpretatie is gebleven toen zij de virtuele voorwerpen als ‘goed’ aanmerkte.  

Uiteindelijk concludeert de Advocaat-generaal dat aan alle voorwaarden van het Elektriciteits-arrest is voldaan. Er is sprake van een i) zelfstandig bestaan en ‘individualiseerbaarheid’, ii) de mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke en exclusieve beschikkingsmacht, iii) overdraagbaarheid en verhandelbaarheid, iv) een vermogenswaarde en v) een mogelijkheid tot toe-eigening. Bovendien verzet de wetsgeschiedenis van artikel 310 Sr zich niet tegen deze uitleg en blijft interpretatie van het begrip ‘goed’ binnen de grenzen van het toelaatbare.

Vervolg

De zaak is nu verwezen naar de rol van 4 oktober 2011. Voorlopig is de uitspraak van de Hoge Raad op die datum bepaalt.

 

Lees hier de Conclusie van de Advocaat-generaal. 

 

 

 

.

 

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.