NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Vingerafdruk is geen intellectueel eigendom

Vingerafdruk is geen intellectueel eigendom

Dat lang niet iedereen gelukkig is met de (al dan niet langdurige) opslag van vingerafdrukken bij het aanvragen van een nieuw paspoort is algemeen bekend. Vele bezwaren, voornamelijk uit de hoek van de inbreuk op privacy en de zorgen over de beveiliging van de ‘reisdocumentenadministratie’, worden naar voren gebracht tegen de registratie van de vingerafdrukken.

Zo ook mevrouw X bij het indienen van een aanvraag voor een Nederlands paspoort. Hierbij weigerde zij haar vingerafdrukken af te geven, waarop de aanvraag werd geweigerd. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. In het beroep tegen het besluit op bezwaar voert eiseres verschillende gronden aan, waarom in haar geval van het vereiste van het afnemen van vingerafdrukken (artikel 28a, eerste lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN)) dient te worden afgeweken. De rechtbank Utrecht heeft echter weinig op met deze bezwaren.

De meest opvallende grond waarop eiseres zich beroept is art. 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit artikel betreft het recht op eigendom, waarbij in lid 2 wordt bepaald dat intellectuele eigendom wordt beschermd. Eiseres is van mening dat haar financiële compensatie had moeten worden geboden voor de inbreuk op haar (intellectuele) eigendomsrecht op haar vingerafdrukken. Echter volgens de rechtbank is er van een eigendom, intellectueel of anderszins, op een vingerafdruk geen sprake:

De rechtbank is van oordeel dat vingerafdrukken niet kunnen worden aangemerkt als een (intellectueel) eigendom in de zin van artikel 17 van het Handvest, zodat reeds daarom voor een (aanbod voor een) financiële compensatie geen noodzaak is.” (r.o. 25).

Verder doet zij een beroep op artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Haar persoonlijke levensovertuiging, dat een maatschappij niet ingericht [hoort – R.H.] te worden op basis van angst, maar op basis van vertrouwen” verzet zich tegen het meewerken aan “een politie- of surveillancestaat”. Eiseres betoogt dat de eis van het afgeven van vingerafdrukken in strijd is met deze levensovertuiging en dus een ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op respect voor haar privéleven (r.o. 6). De rechtbank volgt dit beroep niet. Zij is van mening dat de eis van afgifte van de vingerafdrukken voldoet aan de vereisten voor een rechtvaardiging voor de inmenging in het privéleven, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 8 EVRM.

Ook voert eiseres aan dat haar gewetensbezwaren een ‘tijdelijke verhindering’ in de zin van art. 28a lid 6 PUN zijn (r.o. 17). De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog. Doordat de gewetensbezwaren naar hun aard niet tijdelijk zijn (r.o. 19) en met de ‘tijdelijke verhindering’ in art. 28a lid 6 PUN een fysieke verhindering wordt bedoeld (r.o. 20), kunnen de gewetensbezwaren van eiseres niet als ‘tijdelijke verhindering’ worden aangemerkt. Het betoog van eiseres in dit kader, dat de wetsgeschiedenis van de Paspoortwet achterhaald is omdat de langdurige opslag van vingerafdrukken per 23 juni 2011 is komen te vervallen, volgt de rechtbank niet (r.o. 22).

Verder voert eiseres aan dat op grond van Richtlijn 1995/46 een afweging tussen haar individuele bezwaren en het vereiste van afgifte van de vingerafdrukken had dienen plaats te vinden, wijst de rechtbank van de hand. Uit de (niet achterhaalde) wetsgeschiedenis blijkt dat door de wetgever een voldoende specifieke belangenafweging (ook op grond van Richtlijn 1995/46) is gemaakt, waardoor een extra afweging door verweerder niet noodzakelijk is (r.o. 23-24).

Een beroep op artikel 4:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat het verstrekken van de gevraagde gegevens jegens haar onevenredig is gaat niet op, wegens de uitzondering in het tweede lid dat ziet op bij wettelijk voorschrift aangewezen gegevens (r.o. 26). Ook voert eiseres aan dat het langdurig zonder paspoort moeten leven in strijd is met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM). Volgens de rechtbank is eiseres een eerlijke rechtsgang geboden, met een redelijke termijn. Er is daardoor geen sprake van strijd met artikel 6 EVRM (r.o. 27). 

Tenslotte voert eiseres aan dat ook volstaan had kunnen worden met het afnemen van twee in plaats van vier vingerafdrukken (de verordening vereist slechts twee vingerafdrukken: artikel 1 lid 2 Verordening 2252/2004, als gewijzigd bij Verordening 444/2009). Van een dringende maatschappelijke behoefte van het afnemen van vier afdrukken is geen sprake, aldus eiseres. De rechtbank wijst er op dat nu eiseres helemaal geen vingerafdrukken heeft afgegeven, dit argument niet van belang is (r.o. 29).

De rechtbank Utrecht verklaart het beroep van eiseres ongegrond. Voor een paspoort zal zij dus toch haar vingerafdrukken dienen af te staan.

Lees het vonnis hier.

Door: Rosalie Heijna

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Koen Versmissen donderdag 31 mei 2012 12:41

Soms is juristenlogica echt onnavolgbaar: "U heeft helemaal geen vingerafdrukken afgegeven, dus het is niet van belang dat u twee in plaats van vier wel genoeg vindt, en nu vlug naar het stadhuis om alsnog vier vingerafdrukken af te geven." Hoezo, niet van belang?

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.