NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • ‘Vind ik leuk’ een mening beschermd door de vrijheid van meningsuiting?

‘Vind ik leuk’ een mening beschermd door de vrijheid van meningsuiting?

Deze vraag ligt momenteel voor het gerecht in Virginia, Amerika. Daar heeft de sheriff van Hampton, Roberts,  zes van zijn personeelsleden de laan uit gestuurd, omdat zij tijdens de verkiezingscampagne de uitdager hadden ‘geliked’ op Facebook. De rechtbank oordeelde dat het aanklikken van de ‘vind ik leuk’-knop niet valt onder de vrijheid van meningsuiting, omdat het als meningsuiting niet voldoende is en de mening niet voldoende was onderbouwd.

In het hoger beroep hebben de Amerikaanse burgerrechtenbeweging ACLU en Facebook zich ook partij gesteld, zij zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van een mening die beschermd wordt door de vrijheid van meningsuiting. In september horen we hoe de Amerikaanse hoger beroepsrechter hierover denkt.

Hoe zou dit vraagstuk in Nederland uitvallen? De vrijheid van meningsuiting wordt in Nederland beschermd door artikel 10 EVRM. Deze bepaalt dat een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting. Beperkingen zijn toelaatbaar indien deze (i) bij wet zijn voorzien en (ii) noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en wel voor één van de in dat artikel opgesomde doeleinden. Is het klikken op de ‘vind ik leuk’-knop een ‘meningsuiting’ in de zin van het verdrag?

De Engelse tekst van art. 10 EVRM spreekt over “freedom of expression”. Alle vormen van expressie vallen hier onder, via elk soort medium. Zo valt een uiting op de televisie, in een boek, in kunst, door middel van ‘symbolic speech’ zoals een speciale wijze van kleding of het opblazen van een jachthoorn en ja, ook een uiting via het internet onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat er om dat informatie en/of ideeën worden overgedragen, communicatie dus.

Er geldt voor de toepassing van artikel 10 EVRM geen beperking naar de inhoud. Zo vallen meningen ‘that offend, shock or disturb’, uit het bekende Handyside-arrest, onder de vrijheid van meningsuiting en ook commerciële uitingen kunnen beschermd zijn onder artikel 10 EVRM. Gezien de brede scope die het EHRM geeft aan de vormen waarin meningen kunnen worden uitgedragen geloof ik niet dat de argumentatie ‘de mening is niet voldoende’ en ‘de mening is niet voldoende onderbouw’ snel zal worden aangenomen in Nederland. Dit hangt uiteraard wel af van de omstandigheden van het geval.

In de zaak zoals voor de Amerikaanse rechter voorligt acht ik het nog onwaarschijnlijker dat de rechter van mening zal zijn dat er geen sprake is van een ‘meningsuiting’ in de zin van artikel 10 EVRM. In dit geval ging het namelijk om een mening die betrekking heeft op het publieke debat, namelijk de sherrif-verkiezing. Uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt dat meningen betreffende de politieke of maatschappelijke discussie een bijzondere bescherming wordt geboden onder artikel 10 EVRM. Deze zijn namelijk de ‘kern’ van de democratische samenleving. Mijns inziens kan (en moet) het ‘liken’ van een politiek en in sommige gevallen ook een publiek figuur, zoals bijvoorbeeld een sherrif, worden gezien als een steunbetuiging aan die figuur, en daarmee als een bijdrage aan het politieke of maatschappelijke debat. Deze mening is dan wel beschermd door de vrijheid van meningsuiting.

Lees het bericht hier.

BRON: datanews.knack.be


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.