NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Verzuim en ingebrekestelling, een overzicht - AG Hoge Raad Cubeware / A-line

Verzuim en ingebrekestelling, een overzicht - AG Hoge Raad Cubeware / A-line

Afgelopen week heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een langlopend conflict tussen Cubeware en A-line (HR 13 januari 2012, LJN: BU4911, 10/03886), betreffende een mislukte automatisering.

Wat was er aan de hand?

Cubeware zou een IT-systeem opleveren en implementeren bij A-line. En jawel: zonder het gewenste resultaat. A-line ontbindt uiteindelijk de overeenkomst, maar stuurt daarvoor niet eerst een ingebekestelling. De zaak komt voor de rechter. Geoordeeld wordt dat A-line terecht mocht concluderen dat Cubeware niet na zou (kunnen) komen. Maar mocht A-line de overeenkomst ook ontbinden, of was nog een ingebrekestelling vereist?

Wat zegt de wet?

De wet stelt, kort gezegd, het volgende. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de schuldenaar in verzuim is. Hoofdregel is dat slechts sprake is van verzuim wanneer de schuldeiser de schuldenaar in gebreke heeft gesteld en daarbij een redelijke termijn voor nakoming heeft geboden. Daarnaast kent artikel 6:83 BW nog een drietal gevallen waarin een ingebrekestelling niet is vereist, namelijk – kort gezegd – wanneer een fatale termijn is overschreden; wanneer een verbintenis uit onrechtmatige daad of schadevergoeding niet wordt nagekomen; of wanneer uit een mededeling van de schuldenaar moet worden afgeleid dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekort schieten.

Wat oordeelt het Hof?

A-line stelt zich in deze zaak op het standpunt dat zij de conclusie mocht trekken dat Cubeware niet meer na zal komen, en dat ze daarom gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden. Immers, uit het bericht van de door partijen ingeschakelde deskundige zou niet anders kunnen worden afgeleid dat Cubeware in de verschillende fasen van de samenwerking er niet in is geslaagd om een deugdelijk resultaat te bewerkstelligen. A-line mocht daarom, volgens het Hof, terecht de conclusie trekken dat Cubeware niet alsnog haar verplichtingen uit de overeenkomst zou (kunnen) nakomen.

Deze redenering lijkt er op dat nakoming blijvend niet mogelijk was. Daardoor is de hoofdregel van vereiste ingebrekestelling niet van toepassing en kan direct worden ontbonden. AG Langemeijer biedt duidelijkheid. Met het woord “kunnen” tussen haakjes heeft het Hof volgens hem niet bedoeld dat nakoming onmogelijk zou zijn, maar dat A-line de conclusie mocht trekken dat Cubeware ook na een eventuele ingebrekestelling haar verplichting tot deugdelijke levering en implementatie van het IT-systeem niet zou nakomen – althans dat zij daartoe niet in staat zou zijn, door een oorzaak toe te rekenen aan Cubeware.

Maar wat nu? Cubeware is blijkbaar niet in de blijvende onmogelijkheid na te komen; A-line heeft geen ingebrekestelling gestuurd; en van de situaties zoals genoemd in art. 6:83 BW lijkt geen sprake te zijn.

De rechtspraak biedt echter uitkomst voor A-line, zoals ook het Hof terecht in haar arrest over heeft genomen:

"Onder deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kan naar het oordeel van het hof naar redelijkheid en billijkheid een expliciete schriftelijke ingebrekestelling achterwege blijven en komt Cubeware ondanks het ontbreken daarvan in verzuim."

De opsomming in art. 6:83 BW is namelijk niet limitatief. Er zijn dus ook andere gevallen mogelijk waarin sprake is van verzuim, zonder dat sprake is van een ingebrekestelling.

Wat concludeert de Advocaat Generaal van de Hoge Raad?

AG Langemeijer legt deze regels en situaties nog eens haarfijn uit in zijn conclusie.

"2.4. De opsomming in art. 6:83 BW is niet limitatief(10). In de eerste plaats bestaan elders in de wet geregelde gevallen waarin geen ingebrekestelling nodig is. In de tweede plaats kunnen er gevallen zijn waarin op grond van de rechtshandeling (bijv. een beding in de overeenkomst) of op grond van de gewoonte geen ingebrekestelling nodig is(11). In de derde plaats zijn in de rechtspraak gevallen erkend waarin op grond van (de aanvullende werking van) de redelijkheid en billijkheid verzuim van de schuldenaar kan worden aangenomen zonder een schriftelijke ingebrekestelling. Ten slotte geldt ook hier de regel, dat onder omstandigheden een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn(12).

Vervolgens gaat Langemeijer in op een aantal standaard arresten die deze zogenaamde aanvullende en derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in de praktijk brengen. Daarna wordt ook nog een kort overzicht gegeven van de vakliteratuur omtrent dit onderwerp:

2.8. In de vakliteratuur worden, naast opzettelijke niet behoorlijke nakoming, als voorbeelden van situaties waarin op grond van de redelijkheid en billijkheid geen ingebrekestelling is vereist, genoemd:
- vruchteloze herstelpogingen door de schuldenaar;
- uit de contacten met de schuldeiser had de schuldenaar moeten begrijpen dat het geduld van de schuldeiser op raakte;
- uit de ernst van de tekortkoming of anderszins blijkt van grote onkunde van de schuldenaar(15).
Omdat de houding van de schuldenaar ten opzichte van het van hem te verlangen herstel dikwijls een rol speelt in de rechtspraak, wordt in de vakliteratuur ook wel een vergelijking gemaakt met het leerstuk van de rechtsverwerking(16).

2.9. Overigens wordt in de vakliteratuur uiteenlopend geoordeeld over het aanvaarden dat een ingebrekestelling uitblijft: tegenover de billijkheid voor de teleurgestelde schuldeiser staat de eis van rechtszekerheid voor de schuldenaar. Mijns inziens heeft dit dikwijls te maken met uiteenlopende percepties van schuldeisers en schuldenaren over het antwoord op de vraag of het herstel in een concreet geval naar behoren is geschied: de schuldenaar meent dat hij nu wel aan zijn verplichtingen heeft voldaan, de schuldeiser is nog niet tevreden. In 2004 heeft Streefkerk een veelbesproken voorstel gedaan tot herziening van de wettelijke regeling van het verzuim(17).
"

Aan de hand daarvan concludeert Langemeijer dat het Hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, waarna hij concludeert tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad verwerpt het beroep daaropvolgend: de aangevoerde klachten niet kunnen leiden tot cassatie. Het arrest zelf is daarmee klaar en op zichzelf genomen dus weinig interessant. 

De conclusie van de AG echter wel interessant: het biedt een heel prima overzicht van de stand van zaken op het gebied van verzuim en ingebrekestelling. Zeer lezenswaardig dus, zowel voor leveranciers als voor afnemers.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.