NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Vermoeden van inbreuk is voldoende voor douanebeslag

Vermoeden van inbreuk is voldoende voor douanebeslag

De douane mag beslag leggen op namaakproducten wanneer zij vermoeden dat deze op de Europese markt gebracht zullen worden. Dat stelt Advocaat Generaal Cruz Villalón in de conclusie die hij vorige week publiceerde.

Het betreft twee zaken die beide betrekking hebben op goederen waarvan wordt vermoed dat zij zijn nagemaakt of door piraterij zijn verkregen (telefoons en scheerapparaten). De goederen komen van buiten de EU, maar bevinden zich momenteel in een EU land. De bestemming van de goederen is onduidelijk. De goederen zijn geplaatst onder de regeling “extern douanevervoer”. Dat betekent dat er een juridische fictie intreedt, waardoor alles verloopt alsof de goederen zich niet op het grondgebied van een EU land bevinden. Er hoeven dus bijvoorbeeld geen invoerrechten over betaald te worden.

De Europese Anti Piraterij Verordening bepaalt dat de douane dergelijke goederen in beslag mag nemen wanneer het gaat het om namaakproducten, waarmee inbreuk gemaakt wordt op de intellectuele eigendomsrechten van derden.

Vanwege het territoriale karakter van intellectuele eigendomsrechten is echter pas sprake van inbreuk wanneer de goederen in de EU op de markt gebracht worden. Het Hof van Justitie van de EU heeft in het verleden bepaald dat goederen die zich in extern douanevervoer bevinden, vanwege de juridische fictie daarvan niet op de markt gebracht zijn in de EU.

 Wanneer de eindbestemming van namaakgoederen in extern douanevervoer binnen de EU gelegen is, kan de douane de goederen dus in beslag nemen, maar niet wanneer die eindbestemming buiten de EU ligt. De eindbestemming van goederen in extern douanevervoer is in de meeste gevallen echter nog niet bekend. Het zou dus kunnen dat deze uiteindelijk wel in de EU op de markt gebracht gaan worden.

De Advocaat Generaal stelt nu dat de douane ook beslag mogen leggen op namaakgoederen in  extern douanevervoer waarvan zij vermoeden dat deze op de markt gebracht zullen worden in de EU. De douane moeten volgens hem over een “begin van bewijs” beschikken. Dat wil zeggen over een indicatie dat deze goederen daadwerkelijk inbreuk kunnen maken op een intellectueel eigendomsrecht.

Verschillende omstandigheden kunnen de basis vormen voor een gefundeerd vermoeden dat de goederen, die op zich al de schijn hebben „namaakgoederen” te zijn, in de EU in de handel zullen worden gebracht. Het gaat dan bijvoorbeeld om een extreem lange duur van de transitsituatie, het soort en het aantal gebruikte transportmiddelen, de moeilijkheidsgraad van het identificeren van de afzender van de goederen of het gebrek aan gegevens over de fysieke bestemming of de geadresseerde van de goederen.

Lees de conclusie hier

BRON: curia.europa.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.