NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Vermoedelijke ontlening moeilijk te weerleggen

Vermoedelijke ontlening moeilijk te weerleggen

Is er nog sprake van inbreuk op een auteursrechtelijk beschermd werk, indien de beweerdelijk inbreukmaker stelt nooit van dit beschermde werk te hebben gehoord?

Deze vraag moest de rechtbank Den Haag vorige week beantwoorden in een bodemprocedure waar twee sieraden centraal stonden die veel op elkaar leken. Eiseres in de procedure was Lyie Sarl (“Lyie”), een Franse onderneming die onder het merk Vanrycke zilveren en gouden sieraden ontwerpt en vanaf eind maar 2008 een hanger voor een ketting verhandelde. Gedaagde Blitz Trading c.s. bracht sinds 2012 een soortgelijke hanger op de markt.

 

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de hanger van Lyie auteursrechtelijk beschermd is, daar het zowel een eigen oorspronkelijk karakter bezit als een persoonlijk stempel van de maker draagt.

Uit de auteurswet vloeit daarmee voort dat elke ongeautoriseerde verveelvoudiging van de hanger een inbreuk vormt op dit exclusieve recht van Lyie. Uit de rechtspraak volgt dat van een verveelvoudiging in ieder geval slechts sprake is indien de auteursrechtelijke beschermde elementen aan een specifiek werk zijn ontleend. Uit oogpunt van een effectieve auteursrechtelijke bescherming voor de rechthebbende hoeft van een bewuste ontlening geen sprake te zijn. Er zal sprake zijn van een vermoeden van ontlening indien tussen twee werken een grote mate van overeenstemming bestaat.

Door de inbreukmaker kan hiertegen worden aangevoerd dat, ondanks de grote mate van overeenstemming tussen de twee werken, de schepping toch niet het gevolg is van een (on)bewuste ontlening, daar de gelijkenis puur op toeval berust. Van een inbreuk is in dat geval geen sprake. Het is echter aan de inbreukmaker om te bewijzen dat van (on)bewuste ontlening geen sprake is, hetgeen een niet gemakkelijke opgave is. De enkele verklaring van de inbreukmaker dat zij het beschermde werk nooit heeft gekend, volstaat bijvoorbeeld niet.

 

Ook in deze zaak slaagde Blitz Trading c.s. er niet in het vermoeden van ontlening bij de rechtbank voldoende gemotiveerd te weerleggen. De rechtbank achtte het daarbij mede van belang dat de Lyie hanger vanaf 2008 in ieder geval in winkels in Amsteradm en Maastricht te koop is aangeboden en daarnaast regelmatig in de publiciteit komt in Franse modetijdschriften en internationale blogs. Het was daardoor goed mogelijk dat Blitz Trading c.s. reeds kennis had genomen van de hanger van Lyie.

 

Het weerleggen van het vermoeden van ontlening is dus uiterst moeilijk. De vraag is welk verweer dan wél zou kunnen slagen. In het Shoppingspel-arrest heeft de Hoge Raad aangegeven dat indien bewezen kan worden dat de beweerde nabootsing al ontworpen was voordat het beweerdelijk nagebootste werk naar buiten was gebracht, dit een bijzondere omstandigheid is waarmee het uit de punten van overeenstemming voortvloeiende vermoeden van ontlening kan worden weerlegd. Als in een dergelijk uitzonderlijk geval het vermoeden van ontlening succesvol wordt weerlegd, zullen er twee afzonderlijke werken bestaan die auteursrechtelijk beschermd zijn, doch een grote overeenstemming in auteursrechtelijk beschermde trekken genieten. De afzonderlijke werken kunnen derhalve naast elkaar geëxploiteerd worden, zonder dat daarbij inbreuk wordt gemaakt op het overeenstemmende werk.

 

Lees de gehele uitspraak hier.

 

Auteur: Tom Janse

BRON: ie-forum.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.