NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Veoh boekt overwinning op Universal Music: Veoh is een host

Veoh boekt overwinning op Universal Music: Veoh is een host

Veoh, een met YouTube vergelijkbare site waarop gebruikers online video’s kunnen plaatsen en bekijken, heeft een belangrijke overwinning geboekt tegen Universal Music.

In navolging van het Ninth Circuit Court, besloot ook het Court of Appeals vorige week dat Veoh kan worden aangemerkt als host in de zin van de Digital Millennium Copyright Act (DMCA). Veoh verwijdert content van haar netwerk nadat zij in is gesteld van het onrechtmatige karakter daarvan. Om die reden kan Veoh niet verantwoordelijk worden gehouden voor de auteursrechtinbreuken die door haar gebruikers worden gepleegd. In gelijke zin oordeelde het Second Circuit vorig jaar dat YouTube een beroep kon doen op de safe harbor voor hosting providers.

 

Paragraaf 512 van de DMCA schept – net als de daarop gebaseerde E-commerce richtlijn – een aantal safe harbors voor bepaalde activiteiten van service providers, namelijk loutere doorgifte (mere conduit), tijdelijke opslag (caching) en het op verzoek opslaan van informatie (hosting). Een hosting provider is volgens de DMCA niet (direct dan wel indirect) aansprakelijk voor inbreuken op het auteursrecht indien hij geen daadwerkelijke kennis heeft van het onrechtmatige karakter van het materiaal en dit ook niet hoeft te hebben, en indien hij – zodra hij die kennis (na een notificatie) wel heeft – prompt handelt om de informatie te verwijderen of ontoegankelijk te maken.

 

Kennis speelt dus – net als in het regime van de E-commerce richtlijn –  een cruciale rol. Evenals de Europese richtlijn schept de DMCA niet alleen een plicht tot handelen naar aanleiding van een notificatie, maar is de provider soms ook verplicht zelf signalen op te vangen, namelijk als hij het onrechtmatige karakter van het materiaal redelijkerwijs behoort kennen (in de woorden van de DMCA: wanneer de provider zich bewust moet zijn van “facts or circumstanes from which infringing activity is apparent”). Uit de Amerikaanse jurisprudentie lijkt te volgen dat een dergelijke “red flag” slechts in uitzonderlijke gevallen aanwezig moet worden geacht. Dat een dienstverlener zich in het algemeen bewust is van het feit dat gebruikers inbreukmakend handelen, is niet genoeg, zo wordt ook bevestigd in de Viacom/YouTube-uitspraak van vorig jaar. Slechts wanneer een provider overduidelijke signalen omtrent het onrechtmatige karakter van materiaal negeert wordt een dienstverlener verondersteld kennis te hebben. Buiten die gevallen om rust op de dienstverlener geen (algemene) toezichtverplichting en is voor daadwerkelijke kennis een notificatie van de rechthebbende vereist.

In de zaak tegen Veoh stelde Universal Music zich op het standpunt dat Veoh geen beroep toekwam op de vrijwaring van aansprakelijkheid, onder meer omdat Veoh geen klassieke web hosting dienst zou verrichten, waardoor geen sprake zou zijn van het “opslaan”  van informatie in de zin van de DMCA. Het Ninth Circuit ging hier echter niet in mee:

"UMG's theory fails to account for the reality that web hosts, like Veoh, also store user-submitted materials in order to make those materials accessible to other Internet users. The reason one has a website is so that others may view it. As amici note, these access activities define web hosting -- if the web host only stored information for a single user, it would be more aptly described as an online back-up service."

Universal Music meende verder dat Veoh wel degelijk kennis had (of behoorde te hebben) van inbreukmakende video’s die zich op haar platform bevonden. Het Ninth Circuit oordeelde echter dat het voor Veoh zeer moeilijk was om te bepalen wat op haar site wel inbreuk maakt en wat niet, en dat het daarom op de weg van de auteursrechthebbende ligt om Veoh te wijzen op inbreukmakend materiaal.

Copyright holders know precisely what materials they own, and are thus better able to efficiently identify infringing copies than service providers like Veoh, who cannot readily ascertain what material is copyrighted and what is not."

Ook het argument van Universal Music, dat algemene kennis van het feit dat zich op het platform ook inbreukmakend materiaal bevindt voldoende zou moeten zijn om een “red flag  aan te nemen, wordt door het Ninth Circuit verworpen:

"[M]erely hosting a category of copyrightable content, such as music videos, with the general knowledge that one's services could be used to share infringing material, is insufficient to meet the actual knowledge requirements. We hold that Veoh's general knowledge that it hosted copyrightable material and that its services could be used for infringement is insufficient to constitute a red flag."

Alhoewel een dienstaanbieder zichzelf niet “immuun” kan maken voor aansprakelijkheid door bewust een oogje dicht te knijpen, is van een dergelijke “willful blindness” bij Veoh geen sprake. Veoh verwijdert immers aantoonbaar materiaal nadat zij daarop wordt geattendeerd.

Tot slot kon ook het argument van Universal, dat Veoh financieel voordeel en controle over de inbreukmakende activiteiten van haar gebruikers had, haar niet baten. De DMCA stelt namelijk dat eis dat een provider ““does not receive a financial benefit directly attributable to the infringing activity, in a case in which the service provider has the right and ability to control such activity”. Net als in de YouTube/zaak, oordeelt het Ninth Circuit echter dat ook geen sprake is van een actieve bemoeienis door Veoh:

"We agree with the Second Circuit and hold that, in order to have the 'right and ability to control,' the service provider must 'exert substantial influence on the activities of users.' 'Substantial influence' may include, as the Second Circuit suggested, high levels of control over activities of users, as in Cybernet. Or it may include purposeful conduct as in Grokster."

Naar mijn mening een terechte conclusie. Ook ik ben van mening dat de (algemene) kennis van een diensverlener dat zijn dienst (ook) wordt gebruikt om inbreuk te maken, onvoldoende is om aansprakelijkheid aan te nemen. Evenmin zou daaruit een kwade intentie moeten kunnen worden afgeleid. Dit zou de mogelijkheid van (indirecte) aansprakelijkheid te ver oprekken. Wat zouden immers de gevolgen zijn voor diensten eBay,  iTunes, Google en YouTube?  Al deze dienstverleners weten in zijn algemeenheid dat hun diensten ook (in aanzienlijke) mate inbreukmakend gebruikt kunnen en zullen worden. Toch is het onwenselijk om ze reeds daarom aansprakelijk te houden. Bestandsuitwisseling, ongeautoriseerde bestanden daaronder begrepen, is nu eenmaal de onmiskenbare realiteit van het internet. Daarom is voor aansprakelijkheid – naast wetenschap – meer  vereist. Het Ninth Circuit Court  heeft dat op mooie wijze onderkend.

BRON: The Hollywood Reporter


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.