NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Update cookiewet: minister geeft antwoord op vragen Eerste Kamer

Update cookiewet: minister geeft antwoord op vragen Eerste Kamer

Deze week verscheen de Nadere Memorie van Antwoord in verband met de wijziging van de Telecommunicatiewet. Het zijn de antwoorden van Minister Verhagen op vragen van de Eerste Kamer over het wetsvoorstel. Een belangrijk onderdeel betreft de nieuwe eisen voor het gebruik van cookies.

Ik schreef al eerder dat de Eerste Kamer zich – in mijn ogen terecht – zeer kritisch heeft getoond over de wijze waarop de nieuwe Europese cookieregels in het Nederlandse wetsvoorstel zijn geïmplementeerd. De reactie van de minister in de Memorie van Antwoord was zwak vond ik. De Nadere Memorie van Antwoord bevat wel enkele interessante punten die ik hier zal bespreken.

Interpretatieverschillen

De minister stelt voorop dat het van het ‘allergrootste belang’ is dat binnen de Europese Unie geen interpretatieverschillen over de nieuwe regels bestaan. Dat is van nog meer belang bij internetdiensten. De minister betreurt het daarom dat er nog zoveel discussie is in Europa over de interpretatie van de nieuwe regels. Vooral over het begrip toestemming en hoe dat in de praktijk moet worden verkregen bestaat nog veel onduidelijkheid. De invoering van de richtlijn in de Nederlandse wet kan (en mag) echter niet langer op zich laten wachten.

Nederlands wetsvoorstel gelijk aan Europese richtlijn (volgens de minister)

Vanwege het belang om interpretatieverschillen te voorkomen, is Nederland zo dicht mogelijk bij de tekst van de richtlijn gebleven, aldus de minister. Waarom heeft Nederland dan niet simpelweg die tekst overgenomen, denk ik dan. De minister maakt het nog bonter als hij stelt dat Nederland de letterlijke tekst van de richtlijn heeft gevolgd bij de implementatie. Dat is een volslagen idiote bewering. Nederland heeft als enige lidstaat een rechtsvermoeden geïntroduceerd waardoor de strenge Wet bescherming persoonsgegeven (‘Wbp’) van toepassing is op tracking cookies, tenzij kan worden bewezen dat er geen persoonsgegeven worden verzameld. De richtlijn maakt geen onderscheid tussen tracking cookies en andere cookies. Maar vooral: de richtlijn rept niet over een rechtsvermoeden, of over de vraag wat er moet gebeuren als er persoonsgegevens worden verzameld. Dat hoeft ook niet, want in dat laatste geval is de Wbp gewoon van toepassing. De introductie van een rechtsvermoeden is daarmee een extra regel, en bovendien een extra belasting waartoe de richtlijn geenszins aanleiding geeft.

OPTA terughoudend bij handhaving

De minister doet een opvallende en belangrijke mededeling met betrekking tot de handhaving van de nieuwe regels. Gegeven het feit dat de nieuwe cookieregels zo snel mogelijk zullen moeten worden ingevoerd in de Nederlandse wet, terwijl er nog zoveel onduidelijk is, stelt de minister voor dat toezichthouder OPTA terughoudend zal optreden zolang er binnen de EU geen consensus is bereikt. OPTA moet ervoor zorgen niet uit de pas te lopen met de andere lidstaten. Als de consensus eenmaal is bereik, kan OPTA met beleidsregels een nadere invulling aan de regels geven.

Op zichzelf is het goed dat OPTA terughoudend zal handhaven zolang de interpretatie van de regels nog niet duidelijk is. Het doet echter wel de vraag rijzen wie die duidelijkheid dan moet geven. Als alle lidstaten op elkaar wachten, dan gebeurt er niets. Ondertussen verkeert zowel het bedrijfsleven als de consument in onzekerheid. Waarom zou Nederland hierin geen voortrekkersrol kunnen spelen?

In de toekomst toestemming via browsers

De minister benadrukt nog maar weer eens dat de huidige browsers niet geschikt zijn als manier om de vereiste toestemming te geven. Opvallend is dat hij wel de verwachting uitspreekt dat het uiteindelijk toch mogelijk zal zijn om via de browser toestemming kan worden gegeven en verkregen. De minister spreekt daarbij expliciet uit dat hij een voorkeur heeft voor de browser oplossing. Dit vergroot niet alleen het gebruiksgemak, maar leidt ook tot kostenbesparing.

Cookiewet ook van toepassing op digitale televisie

Tot nog toe was nog niet duidelijk of de nieuwe cookieregels ook zouden gaan gelden voor digitale televisie. De minister maakt dat nu duidelijk: als kijkgedrag wordt gevolgd door informatie uit te lezen die is vastgelegd op randapparatuur zoals een digitale decoder, dan zijn de cookieregels gewoon van toepassing.

Cookiewet ook van toepassig op device fingerprinting

Veel marktpartijen zagen de oplossing in device fingerprinting. Zij dachten (of hoopten) met gebruik van deze technologie niet aan de strenge cookieregels te hoeven voldoen. Ik heb altijd gezegd dat de regels m.i. wel degelijk ook op deze techniek van toepassing is. Dat wordt nu door de minister bevestigd. De wet is niet alleen van toepassing op het plaatsen van gegevens (cookies) op de eindapparatuur van gebruikers, maar ook op het uitlezen van gegevens die al aanwezig zijn in de eindapparatuur. En dat is precies wat device fingerprinting doet. Gelet op de ratio van de nieuwe cookiewet (consumentenbescherming en techniekneutrale formulering) is het ook logisch dat dit soort technieken ook onder de wet valt.

Een praktisch probleem is wel dat de gebruiker, anders dan bij cookies, niet kan controleren of hij wordt gevolgd door middel van device fingerprinting. De wet zal op dit punt dus heel moeilijk zijn te handhaven.

Bewijslast en rechtsvermoeden

De leden van VVD en CDA maken zich zorgen over de wijze waarop gebruikers van cookies kunnen bewijzen dat ze toestemming hebben verkregen. Helaas schept de minister op dit punt geen duidelijkheid.

Wel benadrukt hij dat in zijn ogen het Nederlandse wetsvoorstel niet strenger is. Ook het rechtsvermoeden dat persoonsgegevens worden verzameld, maakt de wet niet strenger, aldus de minister. Zijn redenering is op dit punt wel erg zwak. De minister gaat er volledig aan voorbij dat een rechtsvermoeden een bewijslast met zich meebrengt: de plaatser van de cookie zal moeten bewijzen dat er geen persoonsgegevens worden verzameld. Bewijslast heet niet voor niets zo. Het is een last die een risico neerlegt bij de plaatser van een cookie: als hij niet kan bewijzen dat er geen persoonsgegevens worden verzameld, moet hij aan de strenge Wbp voldoen. Deze bewijslast (en daarmee bewijsrisico) is uniek en geldt niet in de andere Europese lidstaten. Zelfs de Wbp kent een dergelijke bewijslast niet. Daarmee is het Nederlandse wetsvoorstel wel degelijk aanzienlijk belastender dan de Europese richtlijn voorschrijft.

Op 6 maart aanstaande zal het wetsvoorstel in de Eerste Kamer plenair worden behandeld.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Anastasia Da paxiao maandag 12 augustus 2013 17:36

Hallo heer / mevrouw, er is business Ik wil dat we together.If u geïnteresseerd bent antwoord terug naar mij doen? Thanks jouwe Anastasia.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.