NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Tweede kort geding over aanbesteding van trams is misbruik van procesrecht

Tweede kort geding over aanbesteding van trams is misbruik van procesrecht

 

Ik schreef al eerder over de aanbesteding voor de levering van tramvoertuigen door HTM. Deze aanbesteding heeft op 1 juni jl. geleid tot een vonnis van de Rechtbank Den Haag. Daarin werd geoordeeld dat HTM de inschrijvingen van CAF en Siemens op een aantal punten opnieuw diende te beoordelen en dat zij op basis van de herbeoordeling tot een nieuw voorlopig en deugdelijk gemotiveerd gunningsvoornemen diende te komen. (zie hier het bericht op ITenRecht over het eerdere vonnis)  

Op 17 juni meldde HTM aan CAF dat zij uitvoering had gegeven aan het vonnis. HTM heeft de inschrijvingen op 16 punten opnieuw beoordeeld, maar komt wederom tot de conclusie dat Siemens de economisch meest voordelige aanbieding heeft gedaan. HTM besluit dus opnieuw te gunnen aan Siemens. CAF is van mening dat HTM met de herbeoordeling nog steeds in strijd handelt met de regels van het aanbestedingsrecht en is daarom wederom een kort geding procedure gestart tegen HTM. De rechtbank onderscheidt in haar vonnis van 1 september jl. twee vragen.

Heeft HTM voldaan aan het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter?

“In het vonnis van de voorzieningenrechter van 1 juni 2011 is beslist dat HTM over diende te gaan tot herbeoordeling van de 16 punten die zijn genoemd in punt 1.14. van dat vonnis en dat zij de gehele beoordelingsmatrix, inclusief de gehanteerde subgunningscriteria en de bijbehorende wegingsfactoren en puntentoekenning op die onderdelen aan CAF bekend diende te maken. Voorts is overwogen dat voor een herbeoordeling op meer of andere punten geen aanleiding bestaat, omdat niet aannemelijk is dat ter zake van andere punten sprake is van wijzigingen die een herbeoordeling rechtvaardigen. Na de herbeoordeling heeft HTM op 17 juni 2011 een nieuw gunningsvoornemen met een toelichting aan CAF toegezonden, met als bijlage een beoordelingsmatrix waarin alle wegingsfactoren en de puntentoekenning per onderdeel bekend zijn gemaakt. HTM heeft daarmee voldaan aan het vonnis van de voorzieningenrechter van 1 juni 2011.”

CAF betoogt nog dat de toelichting onvoldoende is, maar volgens de rechter kan niet van HTM gevergd worden dat zij de vraag hoe de beoordelingscommissie tot de toekenning van de punten is gekomen toelicht.

Had HTM op grond van de herbeoordeling tot een andere gunningsbeslissing moeten komen?

Het argument van CAF dat HTM (reken)fouten heeft gemaakt bij de beoordeling wordt ook niet gehonoreerd:

“Tot uitgangspunt moet worden genomen dat HTM als aanbestedende dienst een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. Alleen wanneer sprake zou zijn van apert onjuiste beslissingen die grote gevolgen voor de eindscore hebben gehad, bestaat er aanleiding voor de voorzieningenrechter om in te grijpen. Voor het overige dient slechts marginaal getoetst te worden of de door HTM toegekende scores binnen haar beoordelingsvrijheid vallen en of de aanbestedingsprocedure op correcte wijze is uitgevoerd. In dit verband heeft CAF tegenover de gemotiveerde betwisting door HTM onvoldoende aannemelijk gemaakt dat HTM bij de herbeoordeling zodanige fundamentele fouten heeft gemaakt dat deze tot een nieuwe herbeoordeling van de BAFO's van CAF en Siemens zouden moeten leiden.”

Overige bezwaren van CAF

Ditmaal vordert CAF, in tegenstelling tot de vorige keer, wel heraanbesteding. De rechter gaat hier echter niet in mee en oordeelt zelfs dat CAF misbruik maakt van procesrecht. De bezwaren die CAF aan haar vordering ten grondslag legt had zij namelijk in de vorige procedure al naar voren moeten brengen:

“Zij had haar bezwaren tegen de aanbestedingsprocedure dan ook zoveel mogelijk dienen te concentreren. Onder die omstandigheden kon zij er niet mee volstaan in de vorige kort gedingprocedure uitdrukkelijk haar vordering niet te richten op heraanbesteding, maar slechts een vordering in te stellen strekkende tot herbeoordeling van de BAFO's en thans - na een haar onwelgevallige uitkomst van die herbeoordeling - alsnog bezwaar te maken tegen de gehele aanbestedingsprocedure en heraanbesteding te vorderen. CAF maakt hiermee misbruik van procesrecht. De vordering tot heraanbesteding wordt dan ook reeds daarom afgewezen.”

CAF heeft hoger beroep ingesteld van het vonnis van 1 juni en vordert dat het HTM verboden wordt om een definitieve gunningsbeslissing te nemen tot vijftien dagen na het te wijzen arrest in het hoger beroep. De voorzieningenrechter ziet daarvoor geen aanleiding. Alle vorderingen van CAF worden afgewezen. Ik verwacht dat CAF ook van dit vonnis in hoger beroep zal gaan. De juridische strijd omtrent deze aanbesteding is in ieder geval nog niet gestreden.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (2)

Ronald van Onselen maandag 12 september 2011 16:24

Dit is nog geen gelopen race voor HTM/Siemens. CAF heeft in de eerste procedure uitdrukkelijk niet willen kiezen voor een integrale tijdrovende nieuwe procedure omdat het zwaartepunt voor haar lag bij de discussie rond de 16 punten. Daarmede konden alle partijen er sneller uit zijn. Dat zij deze procespositie koos mag haar nu niet worden verweten omdat de verschillen in scores flinterdun zijn en een zeer nauwgezette en transparante gang van zaken ronf de 16 punten essentieel is. Ik vind het te snel door de bocht om te stellen dat CAF misbruik van procesrecht heeft gemaakt. Integendeel. Zij heeft zich waar mogelijk practisch en waar nodig principieel opgesteld. Overigens zijn er In Europa tussen trambouwers wel rmeerdere procedures gevoerd rond 1 aanbesteding. De inschrijvingebn liggen dicht bij elkaar en de belangen zijn groot. Het zou goed zijn dit goed uit te procederen. Dit voorkomt wellicht mogelijk te veel van dit type zaken. Inderdaad de juridische strijd is nog niet gestreden.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.