NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Tussentijds hoger beroep 843a vonnis: Hof Den Bosch draait om

Tussentijds hoger beroep 843a vonnis: Hof Den Bosch draait om

Eerder berichtte ik over de tussenstand van 2-2 voor wat betreft de vraag of je van een 843a tussenvonnis tussentijds in hoger beroep kan.

Het hof Den Bosch had daarbij (samen met Amsterdam) een uitzondering bedacht. Den Bosch komt daar nu van terug, en geeft aan dat een tussentijds beroep niet mogelijk is, mede in verband met een Hoge Raad uitspraak uit januari 2010. Het hof overweegt als volgt:

" De bestreden beslissing waarbij de bij wege van incident in de bodemzaak ingestelde (primair) op art. 843a Rv gebaseerde vordering is afgewezen, moet als een tussenvonnis worden aangemerkt. Het dictum van dit vonnis houdt immers niet een beslissing in die ten opzichte van (een van) de partijen is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde - waaronder moet worden verstaan: de rechtsvordering die inzet is van het geding (zie HR 22 januari 2010, LJN BK1630, r.o. 3.3.2) - een einde wordt gemaakt. Op grond van art. 337 lid 2 Rv is tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis, niet zijnde een provisioneel vonnis, uitgesloten, tenzij de rechter die de uitspraak heeft gedaan anders heeft bepaald, hetzij in de bestreden tussenuitspraak zelf, hetzij bij afzonderlijke beslissing op een binnen de beroepstermijn gedaan daartoe strekkend verzoek afzonderlijk hoger beroep van dat vonnis heeft toegestaan. Bij gebreke van een zodanige beslissing van de rechter die de bestreden tussenuitspraak heeft gedaan, dient de appellant die tussentijds beroep instelt, in dit beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard, zonodig ambtshalve (zie HR 14 juli 2006, NJ 2006, 432).

4.3.2. Nu niet is gebleken van enige bepaling door de rechtbank – in het vonnis waarvan beroep of bij latere beslissing op een tijdig door een van partijen daartoe gedaan verzoek - dat van het vonnis in het incident van 7 oktober 2009 afzonderlijk hoger beroep is toegestaan, dienen zowel Marisel in het door haar ingestelde principaal appel als [A.] en Amweko BV in het door hen ingestelde incidenteel appel niet ontvankelijk te worden verklaard.

4.3.3. Ten aanzien van het door [A.] en Amweko BV ingestelde incidenteel appel wijkt deze beslissing af van een eerder oordeel van dit hof over de ontvankelijkheid van een hoger beroep tegen een incidenteel vonnis waarbij een op art. 843a Rv gebaseerde vordering is toegewezen (hof ’s-Hertogenbosch 23 oktober 2007, LJN BB6845). Naar het oordeel van het hof vloeit echter uit de duidelijke uitleg die de Hoge Raad in zijn hiervoor genoemde arrest van 22 januari 2010, LJN BK1630, heeft gegeven over de aard van de beslissingen waarop het verbod van tussentijds appel van toepassing is (en de reden waarom) voort dat op het oordeel in het arrest van 23 oktober 2007 dient te worden teruggekomen. Het ingrijpende en definitieve karakter van de toewijzing van een incidentele vordering ex art. 843a Rv laat immers onverlet dat het gaat om een beslissing die de rechter geeft in het kader van de voortgang en/of instructie van de zaak en dat met een dergelijke beslissing geen einde wordt gemaakt aan het geding omtrent enig deel van de rechtsvordering die inzet is van het geding.
Het hof overweegt voorts dat noch door Marisel noch door [A.] en Amweko BV feiten en/of omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat zij ondanks het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv. ontvankelijk zouden moeten worden geacht in hun tussentijds hoger beroep van het vonnis in het incident. "

Lees hier de uitspraak.

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.