NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Toestemming om niet gebeld te worden

Toestemming om niet gebeld te worden

In mijn blog van 21 september 2011 ben ik reeds ingegaan op het Standpunt Telemarketing 2011 van OPTA (hierna: het “Standpunt”). Hierbij een vervolg waarbij nader wordt ingegaan op het onderscheid dat OPTA maakt tussen ‘gevraagde’ communicatie en communicatie waarvoor toestemming is gegeven.

De regeling voor telemarketing in artikel 11.7 lid 5 t/m 12 lijkt duidelijk. Er mag ongevraagd worden gebeld naar consumenten, mits eerst is gecontroleerd of het betreffende telefoonnummer in het Bel-me-niet register (“Register”) staat vermeld. Indien het nummer in het Register staat, mag niet worden gebeld. Omdat de regeling ziet op ongevraagde communicatie, spreekt het voor zich dat het controleren van het Register niet vereist is wanneer de communicatie ‘gevraagd’  is.

 

De Telecommunicatiewet (“Tw”) geeft geen definitie van gevraagde of ongevraagde communicatie. Het zou in dat kader voor de hand liggen om aan te sluiten bij de definitie van ‘toestemming’ zoals vastgesteld in de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”) en de Tw. OPTA heeft hier niet voor gekozen. Zij introduceert namelijk een verzwaarde vorm van toestemming. OPTA geeft aan dat van gevraagde communicatie alleen sprake is wanneer er actief en op eigen initiatief van de consument om de communicatie is verzocht:    

 

“Er mag alleen gebeld worden naar een abonnee die ingeschreven staat in het register indien die abonnee daadwerkelijk en met zo veel woorden verzoekt om communicatie. Ten eerste betekent dit dat de consument zélf en op eigen initiatief voor iedere afzonderlijke communicatie verzoekt om gebeld te worden. Dit verzoek kan bijvoorbeeld via een (web)formulier of antwoordkaart kenbaar worden gemaakt door de consument.”

 

Waarop OPTA deze uitleg baseert is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat het verkrijgen van toestemming als bedoeld in de Wbp en TW volgens OPTA niet voldoende om te spreken van ‘gevraagde’ communicatie:

 

“Toestemming is gedefinieerd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Telecommunicatiewet als “elke vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee betrokken aanvaardt dat hem betreffende persoonsgegevens worden

verwerkt”. Eventuele toestemming ziet derhalve in dit verband primair op de verwerking van de contactgegevens voor telemarketingdoeleinden, maar maakt daarmee ongevraagde communicatie nog geen gevraagde communicatie.”

 

Oftewel, ook als er toestemming is gegeven om te worden gebeld, blijft de communicatie ongevraagd zodat het Register moet worden geraadpleegd. Deze uitleg leidt in de praktijk tot een onwerkbare situatie.

 

Stel dat consument X zich bij het Bel-me-niet register inschrijft en zich daarbij voor alle telemarketing telefoontjes afmeldt. X mag nu niet meer voor telemarketingdoeleinden worden gebeld.  X doet enige tijd later mee aan een online promotioneel kansspel van telecomaanbieder Y. Bij deelname kan hij een hokje aanvinken waarbij staat vermeld “ja, ik wil dat telecomaanbieder Y telefonisch contact met mij opneemt inzake aanbieding Z”. Het is duidelijk dat door het aanvinken van het hokje toestemming is verkregen als bedoeld in de Wbp en Tw. Gezien het standpunt van OPTA, zal deze toestemming echter niet op initiatief van X tot stand zijn gekomen waardoor de communicatie ongevraagd blijft. Y zal dus voordat hij X belt, het Register moeten raadplegen.

 

Op dat moment zal blijken dat X in het Register staat ingeschreven en dus niet mag worden gebeld. Dit leidt tot de kafkaëske situatie dat X, ook al heeft hij toestemming gegeven om gebeld te worden, niet gebeld mag worden door Y. Dit lijkt mij niet in overeenstemming met het doel van de telemarketing regeling, namelijk het wegnemen van irritatie bij de consument voor ongevraagde telefoontjes.

 

Ik vermoed dat OPTA heeft willen voorkomen dat door het verkrijgen van toestemming de voorwaarden uit artikelen 11.7 lid 5 t/m 12 kunnen worden omzeild. Daarvoor is de strikte uitleg van ‘ongevraagde communicatie’ echter niet noodzakelijk. De overige verplichtingen blijven echter onverkort van kracht. Artikel 11.7 lid 12 Tw bepaalt namelijk dat tijdens elke overgebrachte communicatie op het recht van verzet moet worden gewezen dat er tevens de mogelijkheid tot inschrijving in het Register moet worden geboden. Daarbij doet het niet ter zake of de communicatie gevraagd of ongevraagd is. OPTA hoeft dus niet te vrezen dat partijen die van consumenten toestemming hebben gekregen om te bellen, de regels voor telemarketing kunnen omzeilen.

 

Lees hier het Standpunt.

BRON: opta.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Alexander Singewald maandag 7 november 2011 11:23

Is artikel 11.7 lid 12 Tw niet alleen van toepassing indien er sprake is van een ongevraagde oproep. Immers in artikel 11.7 lid 5 Tw staat dat de leden 6 tot en met 12 van toepassing zijn bij het 'overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden'. Ergo lid 12 is alleen van toepassing indien er sprake is van een ongevraagde oproep. Anders had er in 11.7 lid 5 Tw wel gestaan dat de leden 6 tot en met 11 van toepasing zijn bij ongevraagde communicatie. Want dan zou 11.7 lid 12 Tw ook bij gevraagde oproepen van toepassing zijn. En bij de thans in de Eerste Kamer aan de orde zijnde wijziging van de Tw wordt dit niet aangepast. Het standpunt dat bij gevraagde oproepen het recht van verzet en het bel-me-niet register wettelijk dient te worden aangeboden, is voor mij op basis van de Tw geen voldongen feit. Met vriendelijk groet, Alexander Singewald

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.