NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Smaken verschillen aanmerkellijk

Smaken verschillen aanmerkellijk

Na de uitspraken van het Europese Hof omtrent beschrijvende woordmerken (o.a.  'Company-Line' en 'Doublemint' leek het er op dat nieuwe woordcombinaties uitsluitend bestaande uit beschrijvende woorden (aanduidingen die kunnen beschrijven), niet voor merkbescherming in aanmerking kwamen als de combinatie niet iets toevoegt en de combinatie dus onderscheidend vermogen. Dat wil zeggen als de combinatie beschrijvend kan zijn voor de kenmerken voor de betreffende waren en/of diensten. Tenzij, natuurlijk het nieuwe woord door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen (inburgering).
Een combinatie van verwijzende woorden heeft alleen dan onderscheidend vermogen (dus als merk in te schrijven en bescherming genietend) als de combinatie (samenvoeging) een ongebruikelijk wending wordt gegeven in syntactische of semantische zin.

De soep werd later wat minder heet gegeten als die in eerste instantie was opgediend, want het Europese Hof overwoog later dat als een combinatie geen blijk geeft van een bijzonder inventiviteit daarmee nog niet is gezegd dat de combinatie geen onderscheidend vermogen heeft. 
De feitelijke omstandigheden, zoals gebruik in de branche (SAT.2) of een eigen nieuwe - niet beschrijvende - betekenis hebben verkregen in het spraakgebruik losstaand van de beschrijvende bestanddelen (Postkantoor), spelen daarbij een rol.
Daarbij geldt dan ook nog dat de andere indruk die de combinatie wekt, ver genoeg verwijderd is van de indruk die uitgaat van de eenvoudige aaneenvoeging van de bestanddelen van een woordmerk, dat bestemd is om zowel gehoord als gelezen te worden, zal aan die voorwaarde zowel voor de auditieve als voor de visuele indruk die door het merk wordt gewekt, moeten zijn voldaan. Tot slot, dient de beoordeling van het onderscheidend vermogen plaats te vinden enerzijds in relatie tot de waren of diensten en anderzijds in relatie tot de perceptie ervan door het relevante publiek. Het gaat daarbij om de perceptie van de normaal geïnformeerde en redelijke omzichtige en oplettende gemiddelde consument van de desbetreffende waren en/of diensten.

Afgelopen december diende het Gerechtshof Amsterdam ook een merkensoep op, waaruit blijkt dat de Europese soep hier (althans in Amsterdam) nog minder heet wordt gegeten als kennelijk  Europees opgediend. U mag zelf bepalen of u de Amsterdamse smaak lekker vindt of niet.

In de zaak Travelcard tegen Multi Tank Card (MTC) voerde MTC in eerste instantie (Vzr. Rb Haarlem) met succes aan dat het merk TRAVEL CARD (ingeschreven in 1988) vernietigbaar was vanwege gemis aan onderscheidend vermogen (uitsluitend bestaand uit beschrijvende bestanddelen). Het woordmerk TRAVEL CARD is ingeschreven voor ‘het verlenen van krediet en rekening-courant door middel van de uitgifte van credit cards voor reis- en verblijfskosten, alsmede het beheren hiervan (klasse 36).

De voorzieningenrechter acht het voorshands aannemelijk dat de inschrijving van het woordmerk slechts heeft kunnen geschieden - gelijk Multi Tank Card ter zitting heeft betoogd - doordat het BMB ten tijde van het depot en de registratie van het woordmerk TRAVELCARD in maart 1988 nog (net) niet onder de strenge(re) vigeur van de Merkenrichtlijn en de daarop gebaseerde BVIE viel. Gelet op de bepalingen van de Merkenrichtlijn en de huidige jurisprudentie is er een gerede kans dat het woordmerk van Travel Card zal worden vernietigd.

In hoger beroep - ingesteld door Travelcard  (TC) en waarbij TMC niet is verschenen (zij had  al een onthoudingsverklaring getekend en kennelijk geen belang bij het verweer in hoger beroep) - bepaalde het hof Amsterdam diametraal anders. Het Hof overweegt namelijk dat het teken TRAVEL CARD wel degelijk enig (zwak) onderscheidend vermogen heeft en wel intrinsiek onderscheidend vermogen en dus niet vanwege gebruik (inburgering).

4.3.1. TC stelt zich naar het voorlopig oordeel van het hof terecht op het standpunt dat de aanduiding ‘travelcard’, en derhalve het onderhavige woordmerk in zijn geheel beschouwd, niet als een (in de Benelux) gebruikelijke of voor de handliggende omschrijving van een tankpas(systeem) kan worden aangemerkt. Het teken ‘travelcard’ heeft in zoverre in dat specifieke kader wel (enig) onderscheidend vermogen en stelt aldus het relevante publiek in staat om de betrokken diensten als afkomstig van een onderneming te onderscheiden. Dat het relevante publiek bij het horen van de bestanddelen travel en card een verband zal leggen met reizen en betaal- en kredietkaarten is niet voldoende om hier anders over te oordelen. Aangenomen moet derhalve worden dat sprake is van een rechtsgeldig merk, zij het met een zwak onderscheidend vermogen en een navenant beperkte beschermingsomvang.

4.3.2. Dit brengt mee dat grief 1 slaagt dat de grieven 2 en 3 (die betrekking hebben op inburgering van het woordmerk en een eventuele inbreuk op het beeldmerk van TC) geen bespreking behoeven.

Deze uitspraak lijkt een winst voor de potentiële houders van woordmerken die uitsluitend bestaan uit louter beschrijvende bestanddelen, maar valt minder goed te rijmen met bijvoorbeeld de beschikkingen van het Haagse hof inzake de weigering van de “woordmerken” ‘MULTIMATE’ en ‘TURNKEYWORLD’, waarbij de geweigerde merken ook bestonden uit twee in Nederland redelijk gebruikelijke Engelse beschrijvende woorden.

Smaken verschillen in Amsterdam en Den Haag.

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.