NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Schending gelijkheidsbeginsel pas beoordelen na gunningsbeslissing?

Schending gelijkheidsbeginsel pas beoordelen na gunningsbeslissing?

In een vonnis van 3 mei spreekt de rechtbank Den Haag zich uit over de vraag of een fout van de Staat in een aanbestedingsprocedure ertoe heeft geleid dat de mededinging dermate verstoord is dat er opnieuw aanbesteed moet worden. Het antwoord op die vraag luidt vooralsnog ontkennend, aldus de rechtbank.

De fout die de Staat gemaakt had bestaat er, kort gezegd, uit dat zij een verslag van een bespreking die de Staat met de eiser had, per ongeluk heeft verzonden aan een andere inschrijver, Martens en Van Oord. Daardoor beschikte Martens en Van Oord over meer kennis dan de andere inschrijvers.

De rechtbank begint haar beoordeling met een heldere uitleg van de rol van het gelijkheidsbeginsel bij een kennisvoorsprong:

“Vooropgesteld wordt dat in een aanbestedingsprocedure op grond van het gelijkheidsbeginsel aan de inschrijvers gelijke kansen dienen te worden geboden. Indien er sprake is van een (niet toevallige) kennisvoorsprong van één van de inschrijvers betekent dit echter nog niet dat dit zonder meer in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Dit zal wel het geval kunnen zijn indien sprake is van een zodanige kennisvoorsprong dat daardoor de mededinging wordt vervalst of uitgeschakeld.”

Tot zover niets nieuws. Hierover schreef ik ook al in mijn blog over de level playing field in aanbestedingsprocedures. De rechtbank oordeelt vervolgens dat niet zeker is dat de fout van de Staat tot een concurrentieverstoring heeft geleid. De reden die de rechtbank hiervoor geeft verbaasde me enigszins:

“Het is immers geenszins zeker dat Martens en Van Oord de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. De vier inschrijvingen zijn ongeopend in bewaring gegeven aan een notaris. Welke inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan is daardoor op dit moment nog niet bekend.”

De rechtbank geeft aan dat de eiser de uitkomst van de aanbestedingsprocedure zal moeten afwachten. Pas wanneer blijkt dat Martens en Van Oord de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, bestaat er aanleiding om te onderzoeken of het ten onrechte aan Martens en Van Oord toegezonden proces-verbaal tot dit resultaat heeft geleid. Voor nu worden de vorderingen van de eiser afgewezen.

Het lijkt erop dat de rechtbank de beoordeling of het gelijkheidsbeginsel is geschonden afhankelijk stelt van de vraag of de kennisvoorsprong daadwerkelijk tot een ander gunningsresultaat heeft geleid. Dat lijkt mij niet logisch. Het gelijkheidsbeginsel brengt mee dat er een level playing field moet zijn. Dat ziet niet op de uitkomst van de aanbestedingsprocedure, maar juist op de uitgangspositie van de inschrijvers. In mijn ogen kan er dan ook sprake zijn van vervalste concurrentie, zonder dat dit per se tot gevolg heeft dat er gegund wordt aan een andere partij.

De rechtbank geeft overigens nog wel aan dat in de eventuele nieuwe procedure die eiser zal starten ná voorlopige gunning aan Martens en Van Oord, de bewijslast mogelijk omgekeerd zal worden. Omdat het moeilijk vast te stellen zal zijn dat het proces-verbaal tot de uitkomst van de aanbestedingsprocedure heeft geleid, zal de rechtbank aannemen dat Martens en Van Oord betere kansen heeft gehad dan de andere inschrijvers. Dit tenzij de Staat hiervan tegenbewijs kan leveren.

Lees hier het hele vonnis



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Anastasia Da paxiao maandag 12 augustus 2013 17:13

hello,Mr/mrs,there is busness i want us to do together.can you reply back to me?
yours Anastasia.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.