NL EN

Scheert beter dan MACH 3

Gillette en Wilkinson bedienen beide de markt van scheersystemen voor natscheren. De Mach 3 is vlaggenschip van Gillette. Wilkinson biedt met de Hydro 3 en Hydro 5 een concurrent voor de Mach 3. De twee fabrikanten troffen elkaar eerder in de juridische arena, zowel in binnen- als buitenland. In hoger beroep beantwoordt het Haagse Hof de vraag of Wilkinson zich met de claim ‘scheert BETER dan MACH 3’ schuldig maakt aan ongeoorloofde vergelijkende reclame en er dus vervolgens sprake is van merkinbreuk.

Ongeoorloofde vergelijkende reclame

Het gebruik van andermans merk in een vergelijkende reclame is toegestaan wanneer voldaan is aan alle wettelijke vereisten. Zo dient de vergelijking op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen met elkaar vergelijken (art. 194a lid 2 sub c BW). De claim ‘scheert BETER dan MACH 3’ is slechts toelaatbaar als deze superieure kenmerken ook worden bewezen. Het vermelden van innovatieve elementen op de verpakking voldoet niet aan het vereiste dat op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van goederen met elkaar worden vergeleken. Wilkinson had haar doelpubliek moeten informeren waar en hoe de juistheid van het betrokken kenmerk kon worden gecontroleerd. Het Hof is het niet eens met de stelling van Wilkinson dat de consument een onderzoeksplicht zou hebben en dus die additionele informatie zelf zoekt. Die controleerbare informatie is volgens het Hof ook niet te vinden in de onafhankelijke studie die Wilkinson heeft aangehaald omdat deze niet op elk testonderdeel of kenmerk een vergelijking bevat. Het Hof oordeelt daarom dat zelfs na kennisneming van de studie, de juistheid van de claim nog steeds onvoldoende controleerbaar is.

Het Hof concludeert dat de claim ‘scheert BETER dan MACH 3’ een ongeoorloofde vergelijkende reclame betreft. Nu dit vaststaat en Wilkinson schijnbaar geen andere argumenten heeft aangedragen waarom geen sprake zou zijn van merkinbreuk, luidt het verdict van het Hof ook merkinbreuk ten aanzien van het gebruik van het merk ‘MACH 3’.

Territoriale reikwijdte van het verbod

Wilkinson heeft tevergeefs betoogd dat een verbod tot Nederland moet worden beperkt en krijgt een verbod opgelegd op grond van onrechtmatige daad voor de Beneluxlanden. Gillette heeft namelijk bewezen dat onrechtmatige daad plaatsvindt of dreigt plaats te vinden in de Beneluxlanden.

Een merkenrechtelijk verbod is van kracht in het gehele grondgebied van de Unie, tenzij het gebruik van het teken door een derde, in een bepaald deel van het merkenrechtelijke territorium, geen afbreuk doet of kan doen aan de functies van het merk (DHL/Chronopost-arrest). Het Hof ziet geen reden voor een beperking van het merkenrechtelijke verbod. Wilkinson heeft niet bewezen dat het gebruik van het teken MACH 3 in andere landen dan Nederland geen afbreuk kan of zou kunnen doen aan de functies van het betrokken Gemeenschapsmerk.

Het Hof overweegt ook dat wanneer een claim is opgesteld in een taal die een deel van de consumenten niet begrijpt, er geen sprake kan zijn van toelaatbare vergelijkende reclame waardoor ook het gebruik van andermans merk niet geoorloofd is.

Het Hof wijst het argument van Wilkinson af dat het verbod tot Nederland moet worden beperkt omdat de merkinbreuk is verbonden aan de vaststelling dat in Nederland sprake is van ongeoorloofde reclame. Bij de beoordeling van merkinbreuk is het, volgens het Hof, namelijk van belang dat niet de gehele claim wordt betrokken maar slechts het onderdeel ‘MACH 3’. Er is dan a priori sprake van merkinbreuk, ongeacht de taal van de claim.

De omstandigheid dat een concern ervoor kiest de distributie per land door een andere rechtspersoon te laten plaatsvinden kan er volgens het Hof niet toe leiden dat ook een verbod slechts per land zou kunnen worden opgelegd.

Het Hof breidt het verbod (zowel merkenrechtelijk als gebaseerd op onrechtmatige daad) verder uit tot het gebruik van de claim in de Franse taal in Nederland. Gillette heeft immers een belang bij een dergelijk verbod en het tegendeel is niet gesteld of gebleken.

Proceskosten

Tot slot nog een woord over de proceskosten. In IE-zaken kan de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de volledige proceskosten gemaakt ter handhaving van IE-rechten. Wilkinson heeft betoogd dat slechts 5% van de kosten van Gillette zien op het merkenrechtelijk onderdeel van het geschil. Alleen de kosten die daarvoor zijn gemaakt vallen onder het regime van de proceskostenveroordeling art. 1019h Rv. Het Hof oordeelt als volgt. Het antwoord op de vraag of er sprake was van ongeoorloofde vergelijkende reclame is weliswaar van belang voor het antwoord op de merkinbreukvraag, maar in hoofdzaak heeft Gillette haar vorderingen op haar merkrechten gebaseerd.

 

 

 

 

 

BRON: IE-Forum


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

japanese tube woensdag 16 oktober 2013 09:39

Je hebt hier een ongelofelijk weblog! Zou je misschien gastberichten willen plaatsen op mijn weblog?

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.