NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Russische wodka blijft in Rusland

Russische wodka blijft in Rusland

In een zaak over het merkenrecht op vier soorten Russische wodka is geoordeeld dat de rechten daarop nooit zijn overgegaan op Spirits International B.V. (hierna: Spirits), gevestigd te Rotterdam. Integendeel, zij zijn altijd gebleven bij de Federale Staatsonderneming FKP Sojuzplodoimport (hierna: FKP).

De kern van dit geschil is de vraag aan wie een viertal Benelux-merkenrechten toekomen. Het gaat om de volgende wodkamerken: Moskovskaya, Stolichnaya en Na Zdorovye. (hier: de VO-merkenrechten). De oorspronkelijke rechthebbende op deze merken is VVO, beide partijen zijn het daarover eens.

Volgens Spirits is VVO in 1990-1992 geprivatiseerd in een private onderneming genaamd VAO Sojuzplodoimport (hierna: VAO). In dat kader zijn volgens Spirits alle merkrechten van VVO, inclusief de VO-merkenrechten, overgegaan naar VAO. VAO heeft op haar beurt in 1997 een groot aantal merkenrechten, inclusief de VO-merkenrechten, overgedragen aan een andere onderneming, genaamd ZAO Sojuzplodoimport (hierna: ZAO). In 1999 heeft ZAO merkenrechten, waaronder de VO-merkenrecht, overgedragen aan Spirits. Spirits claimt dan ook rechthebbende te zijn van de VO-merkenrechten.

Volgens FKP is VVO nooit rechtsgeldig geprivatiseerd. Tijdens de neergang van de Sovjet-Unie in 1990-1992 hebben vele managers getracht staatsondernemingen aan zich toe te eigenen op een manier die niet door de (juridische) beugel kan. Onder het bewind van de zwakke regering van president Jeltsin werd niet of nauwelijks hiertegen opgetreden; pas na het aantreden van Poetin in 2000 werd deze praktijk daadwerkelijk aangepakt en werden er procedures gestart om de merkenrechten van VVO te revindiceren.

Het gaat in dit geschil voornamelijk om 2 vragen. Ten eerste om de vraag of de merkenrechten door de privatisering van VVO onder algemene titel zijn overgegaan op VAO en ten tweede of – indien de eerste vraag negatief kan worden beantwoord – Spirits ten tijde van de overdracht te goeder trouw was ten aanzien van de beschikkingbevoegdheid van ZAO.

Met betrekking tot de eerste centrale vraag oordeelt het Gerechtshof dat er geen rechtsgeldige privatisering heeft plaatsgevonden. Deze vraag wordt naar Nederlands internationaal privaatrecht beheerst door het corporatiestatuut van het VVO. VVO is opgericht naar het recht van de USSR (Unie van Socialistische Sovjetrepublieken) en heeft haar zetel blijkens de statuten in Moskou. Het corporatiestatuut van VVO is dus het destijds in Rusland geldende recht.

Met betrekking tot het Russisch recht kan een onderscheid worden gemaakt naar het USSR-recht en het RSFSR-recht (Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek). De vraag welk recht van toepassing is is in deze zaak niet van belang, omdat de uitkomst uit beide rechtsstelsels hetzelfde is, namelijk dat geen sprake is van een geldige transformatie. Met betrekking tot het RSFSR-recht staat volgens de rechtbank vast dat niet voldaan is aan de privatiseringsprocedure van het RSFSR-recht en daartegen is in hoger beroep geen grief gericht. Ook is niet voldaan aan de vereisten uit het USSR-recht. Zo was o.a. nodig dat de waarde van de activa van de VVO overeenkomstig art. 46 van USSR-Resolutie Nr. 590 is vastgesteld door de daar aangeduide commissie. Een dergelijke waardering heeft echter nooit plaatsgevonden. FKP heeft dit in voldoende mate bewezen door o.a. het overleggen van een verklaring van de heer G – financieel medewerker van VVO – die heeft verklaard dat zo’n commissie nooit is ingesteld.

De tweede vraag die een hoofdrol speelt is of Spirits te goeder trouw is geweest bij het verkrijgen van de VO-merkenrechten van ZAO. Het Hof oordeelt dat dat niet het geval is, omdat Spirits onvolkomenheden heeft gesignaleerd in het privatiseringsproces en daar een intern onderzoek naar had moeten (laten) doen. Ook acht het Hof aannemelijk dat de koopprijs onder de toenmalige marktwaarde lag.

"17.6  In de tweede plaats klaagt Spirits dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat de onvolkomenheden in het transformatieproces met zich brengen dat Spirits niet te goeder trouw is. Dit griefonderdeel berust op een onjuiste lezing van de desbetreffende overwegingen. De rechtbank heeft immers geoordeeld zoals weergegeven in rechtsoverweging 17.2. Kort gezegd oordeelde de rechtbank niet dat deze onvolkomenheden meebrengen dat Spirits niet te goeder trouw is, zij oordeelde dat Spirits niet te goeder trouw is omdat zij (door een intern onderzoek dat zij had moeten (laten) doen) kon en moest weten van deze onvolkomenheden, althans gerede twijfel dienaangaande moest hebben. Het hof deelt dit oordeel. 

17.7  In de derde plaats klaagt Spirits over onderdeel (vii) van de redenering van de rechtbank, stellende dat de koopprijs toentertijd wel reëel was. 

17.8  Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat Spirits niet te goeder trouw was. Het hof voegt daar nog aan toe dat bij een intern onderzoek aanstonds zou zijn opgevallen dat het gezamenlijk besluit van 20 september 1990 in de verdere officiële stukken niet meer werd genoemd (zie ook rechtsoverweging 15.35), hetgeen (ook) tot gerede twijfel zou leiden over de rechtsgeldigheid van de transformatie van VVO. Gelet daarop is niet relevant of de koopprijs toentertijd wel reëel was; overigens acht ook het hof aannemelijk dat de koopprijs onder de toenmalige marktwaarde lag."
 

De belangrijkste grieven van Spirits falen en de VO-merkenrechten zijn dus onterecht aan haar overgedragen. FKP is rechtmatige eigenaar en de wodka’s kunnen weer – nu met merkenrechten - vanuit hun oorspronkelijke land op de markt worden gebracht.

Door: Albert Katoen

BRON: http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BX1515


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.