NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Responsetijd voor onderhoud is geen fatale termijn

Responsetijd voor onderhoud is geen fatale termijn

Volgens de rechtbank Alkmaar betreft een responsetijd van 48 uur geen verplichting tot het oplossen van problemen. Ook betreft deze termijn geen fatale termijn. Het zou gaan om voortdurende onderhoudsverplichting waarvoor een schriftelijke aanmaning of ingebrekestelling is vereist.

 

Wat was er aan de hand?

Opdrachtgever (OTS, afnemer) eist in reconventie schadevergoeding en betaling van openstaande facturen. Opdrachtnemer (Fleetlogic, leverancier) zou namelijk tekort zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst, onder meer ten aanzien van de onderhoudsverplichting. In de overeenkomst is daarvoor het volgende bepaald:

"Opdrachtnemer zal binnen 48 uur na melding van de storing ter plekke service verlenen, tenzij schriftelijk een later tijdstip wordt afgesproken." 

Volgens OTS heeft Fleetlogic deze termijn bij herhaling niet gehaald. Ook zou ze talloze malen hierover hebben geklaagd. Volgens OTS zou Fleetlogic van rechtswege in verzuim zijn door het niet halen van een fatale termijn, althans zou een ingebrekestelling niet vereist zijn in het licht van de redelijkheid en billijkheid.

 

Wat zegt de wet?

De verplichting tot schadevergoeding bestaat indien de schuldenaar tekortschiet in de nakoming van een verbintenis waardoor de schuldeiser schade lijdt, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is moet de schuldenaar in verzuim zijn.

Hoofdregel is dat verzuim intreedt wanneer de schuldenaar ingebreke is gesteld waarbij een redelijke termijn is gegeven om alsnog na te komen, en na die termijn niet alsnog is nagekomen. Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Daarnaast kan verzuim van rechtswege intreden, wanneer er sprake is van (i) een fatale termijn die wordt geschonden; (ii) niet nakoming van een schadevergoedingsplicht uit wanprestatie of onrechtmatige daad; of (iii) als uit een mededeling van de schuldenaar moet worden afgeleidt dat deze tekort zal schieten in de nakoming. Daarnaast blijkt uit de rechtspraak dat een ingebrekestelling achterwege kan blijven indien dit op grond van redelijkheid en billijkheid niet vereist kan worden, of als een beroep op het ontbreken daarvan in strijd met de redelijkheid en billijkheid is.

 

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank oordeelt dat de onderhoudsverplichting niet inhoudt dat Fleetlogic verplicht is om binnen deze termijn problemen op te lossen, maar om binnen deze termijn een service te verlenen. Bovendien is Fleetlogic nog niet van rechtswege in verzuim als zij niet binnen de genoemde 48 uur de service verleent: een schriftelijke aanmaning (ik neem aan dat de rechtbank 'mededeling' in plaats van 'aanmaning' bedoelt) of ingebrekestelling is vereist:

"Bovendien geldt dat ook indien, zoals OTS betoogt, sprake zou zijn van een resultaatverplichting en Fleetlogic ten aanzien van een specifieke storingsmelding in verzuim zou kunnen raken zonder dat een ingebrekestelling vereist is, in het kader van de onderhavige overeenkomst een schriftelijke aanmaning dan wel ingebrekestelling redelijkerwijs vereist is aangezien het gaat om een voortdurende onderhoudsverplichting van Fleetlogic voor meerdere systemen bij verschillende klanten."

 De rechtbank concludeert aldus dat in de onderhavige omstandigheden een ingebrekestelling vereist was. De feiten die OTS aanvoert leiden niet tot een andere conclusie. Ook de jurisprudentie waar OTS naar verwijst betreft gevallen die niet vergelijkbaar zijn met het onderhavige feitencomplex. Onder meer heeft OTS geen feiten gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat ingebrekestelling niet mogelijk of niet zinvol was, noch heeft zij betoogd dat uit de houding van Fleetlogic niet anders geconcludeerd kon worden dan dat zij niet bereid was actie te ondernemen.

En:

Tenslotte dient dan de vraag beantwoord te worden of het in het kader van de omstandigheden van dit geval in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dat Fleetlogic een beroep doet op het ontbreken van een klacht of ingebrekestelling. OTS voert aan dat daarvan sprake is aangezien zij voortdurend heeft geklaagd en Fleetlogic geen actie ondernam. De rechtbank is van oordeel dat - ook indien deze feitelijke gang van zaken juist is, hetgeen wordt betwist door Fleetlogic - deze gang van zaken juist vraagt om een schriftelijke aanmaning of ingebrekestelling aangezien OTS uit het gebrek aan een reactie zijdens Fleetlogic op haar klachten had moeten concluderen dat haar boodschap niet overkwam.

 

En verder?

In conventie vordert Fleetlogic partiele ontbinding van de overeenkomst, vanwege de niet nakoming van OTS in haar afnameverplichting. De rechtbank oordeelt in dat licht:

dat partijen in artikel 7.2 van de overeenkomst zijn overeengekomen dat OTS binnen een termijn van 18 maanden, dus uiterlijk op 1 maart 2009 1.000 systemen van Fleetlogic diende af te nemen. OTS heeft erkent dat zij slechts 169 systemen heeft afgenomen. Dit betekent dat OTS tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Fleetlogic heeft OTS bij brief van 9 juli 2009 nog een laatste termijn voor nakoming gegund, welke termijn OTS heeft laten verlopen. Daardoor is OTS in verzuim geraakt en is aan de voorwaarden voldaan om tot (partiële) ontbinding van de overeenkomst te geraken. Fleetlogic heeft de rechtbank verzocht de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden voor dat gedeelte dat door OTS niet is nagekomen. Deze vordering zal worden toegewezen.

Lees hier de uitspraak (Rb. Alkmaar, 3 augustus 2011, zaaknummer / rolnummer: 118809 / HA ZA 10-316, LJN BR4997)



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.