NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Rechter verbiedt verstrekking inkomensgegevens aan verhuurders
  • GEPLAATST OP: 16 april 2012
  • GEPLAATST DOOR: Anke Verhoeven
  • GEPLAATST IN: Privacy
  • GOOGLE+: Anke Verhoeven

Rechter verbiedt verstrekking inkomensgegevens aan verhuurders

 

 

 

 

 

Al twee keer eerder schreef ik over de privacyproblemen bij het invoeren van de wet die inkomensafhankelijke huurverhoging mogelijk moet maken. Vrijdag deed de voorzieningenrechter in Amsterdam uitspraak in een kort geding hierover.

De wet in kwestie gaat kort gezegd regelen dat personen met een jaarinkomen van boven de 43.000 euro te maken kunnen krijgen met een extra huurverhoging van 5% bovenop het inflatiepercentage. De bedoeling was om de wet op 1 juli aanstaande in werking te laten treden, zodat de extra huurverhoging meteen doorgevoerd kon worden. Omdat de verhuurders de jaarlijkse huurverhoging echter enkele weken vooraf bekend moeten maken aan hun huurders, besloot Minster Spies dat de verhuurders wel alvast inzage mochten hebben in de inkomensgegevens bij de Belastingdienst, zodat ze alvast de vereiste aanzeggingen konden doen bij hun huurders.

De Minister verstrekte de Belastingdienst een ontheffing van haar geheimhoudingsplicht, zodat zij de inkomensgegevens beschikbaar kon stellen via een portal voor verhuurders (www.inkomensafhankelijkehuurverhoging.nl). Dit gebeurde al vóórdat de wet überhaupt in de Tweede Kamer was behandeld. Verschillende personen en organisaties luidden de noodklok, waaronder ik in mijn eerdere blogs. De Raad van State en het CBP waren zeer kritisch, er werden Kamervragen gesteld en de Woonbond liet een vernietigend rapport opstellen. Het feit dat de verhuurders nog vóórdat de wet in werking is getreden al inkomensgegevens op kunnen vragen is namelijk in strijd met de grondwet en de daarop gebaseerde Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)

De Minister wuifde deze bezwaren weg, maar wordt nu toch gedwongen om maatregelen te nemen. In een kort geding, gestart door een viertal huurders, heeft de rechtbank Amsterdam namelijk vrijdag bepaald dat het opvragen van de inkomensgegevens bij de Belastingdienst in strijd met de wet is.

De voorzieningenrechter mag niet direct aan de grondwet toetsen, dus heeft het ontheffingsbesluit van de minister getoetst aan de Wbp. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat er geen rechtvaardigingsgrond is voor de verwerking van de inkomensgegevens omdat de Staat kan geen beroep doen op een gerechtvaardigd belang (artikel 8 sub f Wbp).

Daarvoor is redengevend dat de wet nog niet in werking is getreden. Wanneer het gaat om een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, hoe beperkt en gerechtvaardigd die in het licht van de doelstellingen van het wetsvoorstel ook mag zijn, is van belang dat burgers niet geconfronteerd worden met de gevolgen van een nog niet in werking getreden wet. De voorzieningenrechter betwijfelt overigens, net als ik, of het wetsvoorstel wel per 1 juli ingevoerd zal kunnen worden:

“Doorslaggevend acht hij in dit verband dat de verstrekking van deze tot individuele personen herleidbare inkomensgegevens niet meer ongedaan te maken valt als de beoogde wettelijke verplichting tot het verstrekken van die gegevens het Staatsblad niet voor 1 juli 2012 haalt. Weliswaar moeten de verhuurders verklaren dat zij de gegevens dan zullen vernietigen, maar daarmee wordt de eerdere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet ongedaan gemaakt. Het is bovendien hoe dan ook onzeker of de beoogde datum van inwerkingtreding kan worden gehaald, nu over het wetsvoorstel op de datum van de zitting nog niet eens in de Tweede Kamer was gestemd. De Staat heeft ter zitting weliswaar verklaard dat het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer als urgent is aangemeld, maar dat wil nog niet zeggen dat de parlementaire behandeling op een zodanig tijdstip zal zijn voltooid, dat invoering per 1 juli 2012 mogelijk zal zijn.”

Tot slot geeft de voorzieningenrechter nog aan dat het wetsartikel waarop de Staat het ontheffingsbesluit heeft gebaseerd daarvoor onvoldoende grondslag biedt. De Staat heeft de bevoegdheid om de Belastingdienst ontheffing te verlenen gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend, zodat het in strijd is met het bestuursrechtelijke beginsel van ‘détournement de pouvoir’.

Nu de ontheffing in strijd met de wet is gegeven, is de verstrekking van de inkomensgegevens door de Belastingdienst aan de verhuurders onrechtmatig jegens de huurders. De voorzieningenrechter bepaalt dan ook dat de gegevens van de eisers in het kort geding niet aan de verhuurders mogen worden verstrekt. Dit vonnis ziet formeel gezien alleen op de verhouding tussen de vier eisers en de Staat, maar is een belangrijk signaal richting de Staat om het ontheffingsbesluit in te trekken zodat in het geheel geen inkomensgegevens meer worden verstrekt door de Belastingdienst. De portal van de Belastingdienst is dan ook tot nader bericht niet toegankelijk (zie afbeelding).

Zelfs als de wet voor 1 juli aanstaande in werking kan treden, is het nog maar de vraag of de verhuurders de verhoogde huur in rekening kunnen gaan brengen. De jaarlijkse huurverhoging dient namelijk twee maanden van tevoren (op 1 mei) aan de huurders aangezegd te worden. Doordat de portal momenteel offline is, zal het voor de verhuurders lastig worden om de vereiste aanzeggingen op tijd de deur uit te doen.

Overigens stemde de Tweede Kamer een dag vóór het vonnis van de voorzieningenrechter in met het wetsvoorstel. Het voorstel wordt nu naar de Eerste Kamer gezonden.

Lees hier het hele vonnis

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.