NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Rapport Staatscommissie: grondrechten in het digitale tijdperk

Rapport Staatscommissie: grondrechten in het digitale tijdperk

Op 11 november heeft de Staatscommissie Grondwet een rapport gepresenteerd dat een advies bevat aan de regering om de Grondwet op een aantal onderdelen te wijzigen. De commissie heeft ruim een jaar over het rapport gedaan, dat dan ook een flink boek is geworden. De komende weken zullen we hier nog apart ingaan op enkele passages uit het rapport. Hieronder worden nu alvast een paar punten uit het rapport benoemd.

Volgens de commissie moet de grondwet ‘bij de tijd’ gehouden worden:

 

“De samenleving heeft in de laatste tientallen jaren belangrijke veranderingen doorgemaakt. Te denken is aan de ontwikkeling van de grondrechtenbescherming mede onder invloed van het internationale recht, aan de digitalisering die heeft geleid tot andere wijzen van informatievoorziening en van communicatie, en aan de internationalisering.”

 

De commissie gaat onder andere in op de wenselijkheid grondrechten aan te passen in verband met ‘de digitalisering van de samenleving’.

 

“Deze digitalisering roept vragen op over de grondwettelijke bescherming van onder meer de vrije ontvangst van informatie en het gebruik van elektronische middelen zoals internet, nieuwe mediavormen en -diensten, de vertrouwelijkheid van communicatie en de bescherming van persoonsgegevens. In dit verband heeft de Staatscommissie vooral de artikelen 7 [vrijheid van drukpers], 10 [recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer] en 13 [briefgeheim] van de Grondwet in ogenschouw genomen.”

 

Een aantal leden van de commissie is van mening dat er een recht op toegang tot overheidsdocumenten in de Grondwet opgenomen moet worden: “Ieder heeft recht op toegang tot bestuurlijke documenten onder bij wet te stellen beperkingen.” Het gaat hier dus om een soort constitutionele pendant van de Wet openbaarheid van bestuur.

 

Vooral omdat in een aantal landen om ons heen zogenoemde three strikes-wetgeving is ingevoerd, vind ik de volgende passage in het rapport interessant:

 

“Tevens dringt de vraag zich op of het wenselijk is om in de Grondwet een

grondrecht op toegang tot de (elektronische) communicatie-infrastructuur  –  in het bijzonder internet – op te nemen. In dit verband behoeven volgens dit [commissielid] ook de grondrechtelijke consequenties van nieuwe methodes van bestrijding van cybercrime via surveilleren en opsporing, toezicht en handhaving op internet      aandacht, in het bijzonder de duiding en regulering van filtering / afsluiting en blokkering van informatie (internetcensuur).”

 

Verder meent de commissie dat er goede redenen zijn het zogenoemde toetsingsverbod te heroverwegen. Momenteel geldt op grond van artikel 120 van de Grondwet dat de rechter “niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen” treedt.

 

In veel andere landen kan de rechter wel oordelen of een wet wel in overeenstemming is met de Grondwet. Dit kan spectaculaire gevolgen hebben. Zo verklaarde het Duitse Constitutionele Hof de Duitse bewaarplichtwet in strijd met de Duitse grondwet. Alle tot nu toe verplicht bewaarde telecomgegevens moesten worden vernietigd, en de wet moest helemaal opnieuw geschreven worden. Dit is trouwens helemaal een bijzonder arrest. Het Duitse hof vond meteen een nieuw grondrecht uit: het “grondrecht op de vertrouwelijkheid en integriteit van informatietechnologische systemen”.

 

Ook in de Verenigde Staten komen dit soort spectaculaire vonnissen voor. Zo heeft het Amerikaanse Supreme Court tot twee keer toe wetten die internetcensuur voorschreven ongrondwettig verklaard. In Reno v. ACLU sneuvelde de Communications Decency Act, en in Ashcroft v. ACLU sneuvelde de Child Online Protection Act. Zover is het in Nederland nog lang niet.

 

Aardig is tot slot dat de adviezen niet overal unaniem zijn. Hier en daar worden ‘dissenting opinions’ – afwijkende meningen – van leden van de commissie weergegeven. Zo wordt duidelijk welke discussies zich binnen de commissie hebben afgespeeld. Zulke dissenting opinions komt men ook tegen in vonnissen van het Amerikaanse Supreme Court en van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. In Nederlandse vonnissen worden – afgezien van sommige conclusies van de Advocaat Generaal bij de Hoge Raad - nooit dissenting opinions gepubliceerd.

 

Het rapport kunt u hier downloaden.

 

Het Duitse vonnis over Dataretentie kunt u hier in het Engels vinden en hier in het Duits .

BRON: Staatscommissie Grondwet


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.