NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Politicus vrijgesproken van groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie

Politicus vrijgesproken van groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie

Vandaag wees het Hof Amsterdam een interessant arrest over de verhouding tussen de vrijheid van meningsuiting en discriminatie. Het hof sprak de lijsttrekker van een plaatselijke politieke partij vrij van groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie.

Na een politiek lijsttrekkersdebat, gehouden in de Rode Hoed in Amsterdam in 2010 in het kader van de toen aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, was de betreffende lijsttrekker van een plaatselijke politieke partij geïnterviewd door AT5. In het interview deed hij een aantal vergaande uitspraken over homoseksualiteit. De politicus zei onder meer dat homoseksualiteit een ‘afwijking’ was die moest worden bestreden. Voor onder meer het COC en Progay vormde dit aanleiding om aangifte te doen van groepsbelediging (artikel 137c Sr) en aanzetten tot discriminatie (artikel 137d Sr).

Het OM stelde zich in deze zaak op het standpunt dat verdachte zich onvoldoende bewust had getoond van de verantwoordelijkheid die hij heeft als politicus. Homoseksuelen worden door hem als minderwaardig neergezet. Dergelijke onnodig grievende uitlatingen van onverdraagzaamheid kunnen niet getolereerd worden. Bovendien droegen de uitlatingen niet bij aan het maatschappelijke debat, aldus het OM. Om die redenen moet de vrijheid van meningsuiting in deze zaak wijken voor het recht om niet gediscrimineerd te worden.

Het Hof oordeelt echter dat het de politicus – op grond van artikel 10 EVRM – vrij stond de gewraakte uitlatingen te doen. Doorslaggevend voor dit oordeel is de omstandigheid dat uitlatingen zijn gedaan door een politicus na afloop van een politieke bijeenkomst, waarbij het onderwerp ter sprake was gekomen. De vrijheid van meningsuiting voor een politicus is zeer ruim in vergelijking met uitlatingen gedaan door een niet-politicus. Volgens vaste  rechtspraak van het EHRM vallen onder de uitingsvrijheid ook uitingen die “offend, shock, or disturb”. Bovendien heeft het EHRM herhaaldelijk bepaald dat in het kader van een politiek debat een extra groot belang wordt gehecht aan de vrijheid van meningsuiting. Dit geldt zowel voor uitingen die binnen als buiten het parlement zijn gedaan. Met uitzondering van uitingen die aanzetten tot haat of geweld – zoals geoordeeld werd ten aanzien van de uitspraken van de Franse Le Pen en Belgische Féret – komt aan politici een zeer ruime uitingsvrijheid toe.

Uiteindelijk concludeert het hof dat “de ten laste gelegde uitlatingen van de verdachte […] naar het oordeel van het hof onder de categorie waardeoordelen [vallen], die “offend, shock or disturb”, maar die naar het oordeel van het hof niet zijn aan te merken als excessief in de betekenis die het EHRM aan deze kwalificatie geeft. Immers, niet kan worden gezegd dat de door de verdachte geuite bewoordingen de strekking hebben gehad om te bedreigen en/of te intimideren”. Eerder kwam de rechtbank tot een vergelijkbare conclusie.

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.