NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Overheid mag niet meer dan kostprijs in rekening brengen bij inzageverzoeken
  • GEPLAATST OP: 18 december 2013
  • GEPLAATST DOOR: Anke Verhoeven
  • GEPLAATST IN:
  • GOOGLE+: Anke Verhoeven

Overheid mag niet meer dan kostprijs in rekening brengen bij inzageverzoeken

Iedereen heeft het recht om te weten welke persoonlijke gegevens organisaties van hem of haar hebben. Dat is geregeld via het inzagerecht in art. 35  van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Het inzagerecht houdt in dat iedereen zich tot een persoon of organisatie mag wenden met het verzoek om hem te berichten of, en zo ja welke, persoonsgegevens over hem worden verwerkt. Degene die zo’n verzoek krijgt, moet binnen 4 weken een schriftelijk overzicht verstrekken met:

  • een volledig overzicht in begrijpelijke vorm;
  • een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking;
  • de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
  • de ontvangers of categorieën van ontvangers;
  • de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.

Volgens de Hoge Raad moeten in principe kopieën of afschriften worden verstrekt van de gegevensdrager waarop de persoonsgegevens zijn vastgelegd. Een samenvatting van de persoonsgegevens is niet voldoende, omdat dan een belangrijk deel van de informatiewaarde verloren kan gaan. Een inzageverzoek mag niet worden afgewezen op grond van het feit dat het veel geld of moeite zou kosten om een overzicht te maken en aan de betrokkene te verstrekken.

In sommige gevallen kan erg duur uitpakken om te voldoen aan zo’n verzoek. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om veel en gedetailleerde informatie of wanneer het erg moeilijk is om de informatie uit een systeem te halen. In sommige gevallen proberen bedrijven de kosten daarvoor op de verzoeker te verhalen. Het Europese Hof van Justitie heeft nu bepaald dat het in beginsel niet verboden is om kosten in rekening te brengen voor het voldoen aan een inzageverzoek. Wel geeft het Hof mee dat het voor overheidsinstanties in ieder geval niet toegestaan is om meer te vragen dan de daadwerkelijke kostprijs.

Wat die kostprijs dan precies is maakt het Hof niet duidelijk. Ik kan mij voorstellen dat daarvoor in Nederland aangehaakt zal worden bij de regeling voor verzoeken op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De centrale overheid mag bij zo’n verzoek maximaal de volgende kosten in rekening brengen:

  • minder dan 6 kopieën : gratis
  • 6 tot 13 kopieën : 4,50 euro
  • 14 of meer kopieën : 0,35 euro per kopie

Er mogen geen kosten in rekening gebracht worden voor de moeite die het kost om de kopieën te maken of de documenten op te zoeken, zo oordeelde de Hoge Raad eerder dit jaar nog.

BRON: ITenRecht


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Herman Braam donderdag 19 december 2013 12:52

De huidige Wet Bescherming Persoonsgegevens lijkt hier al in te voorzien. In artikel 39 WBP wordt vermeld dat de maximale kosten voor het voldoen aan een dergelijk verzoek 5 euro bedragen.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.