NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Opmerkelijke uitspraak overtreden relatiebeding op Facebook

Opmerkelijke uitspraak overtreden relatiebeding op Facebook

De voorzieningenrechter in Rotterdam heeft eind augustus een op zijn minst opmerkelijke uitspraak gedaan over het overtreden van een relatiebeding op Facebook. De zaak ging over een oud-werknemer van sportschool Gosh (R.) die bij zijn vertrek een concurrentiebeding en een relatiebeding had getekend. In het relatiebeding was afgesproken dat R. gedurende een periode van 12 maanden geen personeel of klanten van Gosh zou benaderen voor zakelijke doeleinden. Als het relatiebeding zou worden overtreden was afgesproken dat er dan per keer een boete van €5000,- zou worden verbeurd.

R. heeft daarna een eigen sportschool, The Training Room, opgericht. Hij deed dat samen met D., een vriend van R. en tevens ex-werknemer bij Gosh. Volgens Gosh heeft R. het relatiebeding overtreden door contact met D. te zoeken en hem voor te stellen voor zichzelf te beginnen. Ook heeft R. volgens Gosh een groot aantal klanten van Gosh via Facebook benaderd voor zakelijke doeleinden.

Relatiebeding geschonden?

Wat betreft de overtreding van het relatiebeding ten aanzien van contact met personeel van Gosh wordt door de voorzieningenrechter redelijk snel aangenomen dat het relatiebeding inderdaad geschonden is. R. had op de zitting namelijk toegegeven dat hij D. had benaderd met een voorstel terwijl D. nog steeds bij Gosh werkte. De voorzieningenrechter vindt het dan ook aannemelijk dat R. een boete van €5000,- heeft verbeurd.

Interessanter is de vraag of R. klanten van Gosh heeft benaderd voor zakelijke doeleinden. R. had namelijk de volgende status op zijn (persoonlijke) Facebookpagina gedeeld:

‘vandaag start de voorverkoop om lid te worden van The Training Room! Kijk op de website voor de aanbieding. Voorkom een wachtlijst en maak nu vast een afspraak. thetrainingroom.nl’

Bovendien had hij een uitnodiging voor een open avond geplaatst op de Facebookpagina van de Training Room. Kunnen deze berichten, gelet op het mogelijke bereik ervan, een schending van het relatiebeding opleveren?

De voorzieningenrechter oordeelt dat dit inderdaad het geval was. Gelet op de tekst van de berichten is het duidelijk dat R. met het plaatsen daarvan heeft beoogd actief klanten te werven. De berichten hadden klanten van Gosh kunnen bereiken. Sterker nog - en hier wordt de uitspraak opvallend - het maakt daarvoor niet uit of de berichten daadwerkelijk klanten van Gosh hebben bereikt. Blijkbaar is het dus niet van belang of R. überhaupt klanten van Gosh in zijn contactenlijst had staan:

“De hiervoor onder 5.7.4 geconstateerde overtredingen van [eiser] van het relatiebeding zijn begaan door het enkele plaatsen/delen door hem op facebook van de onder 5.7.1 en 5.7.2 weergegeven berichten, waarmee [eiser] klanten van Gosh heeft kunnen bereiken. Dat deze berichten specifieke, met naam genoemde, klanten van Gosh daadwerkelijk hebben bereikt, acht de voorzieningenrechter daarbij niet van belang.”

Overwegingen ten overvloede

De uitspraak wordt onduidelijk door de ‘overwegingen ten overvloede’ die de voorzieningenrechter vervolgens geeft. Daarin overweegt de rechter namelijk, voor het geval dat wél relevant is of er daadwerkelijk klanten van Gosh zijn bereikt, dat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat R. zich doelbewust en met zakelijk oogmerk tot specifieke klanten van Gosh heeft gericht. Ook is het onduidelijk of de berichten de klanten van Gosh hebben bereikt en is het niet aannemelijk dat klanten van Gosh naar aanleiding van de berichten daadwerkelijk hun abonnement bij Gosh hebben opgezegd. Deze overwegingen doen echter kennelijk niet af aan de conclusie dat het relatiebeding toch is geschonden.

Conclusie

Al met al een opmerkelijke uitspraak waarbij het maar zeer de vraag is of de redenering van de voorzieningenrechter in de bodemprocedure zal worden gevolgd. Tot die tijd zal er onduidelijkheid blijven bestaan over de vraag in hoeverre een relatiebeding kan worden geschonden via sociale media. De zaken liggen wellicht ook weer anders voor verschillende sociale media. In deze zaak bij het Hof Den Haag was er geen sprake van het overtreden van een relatiebeding bij het plaatsen van een oproep op Twitter. Het Hof overwoog onder meer dat bij Twitter, anders dan bij Facebook of LinkedIn, het volgen een eenzijdige actie is vanuit de volger en niet specifiek geïnitieerd vanuit de eigenaar van het gevolgde Twitteraccount. Het plaatsen van berichten op LinkedIn kan volgens de voorzieningenrechter in Arnhem wel weer een overtreding van een relatiebeding opleveren. Vanwege het zakelijke karakter van LinkedIn is deze visie begrijpelijk.

Erg veel duidelijkheid over wanneer er nou precies sprake is van berichten op sociale media die een relatiebeding kunnen overtreden is er dus nog niet. Hopelijk kan de rechter in de bodemprocedure wat meer duidelijkheid verschaffen over de vraag in hoeverre klanten in daadwerkelijk bereikt moeten worden. Wordt vervolgd dus.

Auteur: Marijn Kingma

Bronnen: reconnext, aantjesadvocaten, iusmentis, flynth



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Mariska Aantjes woensdag 10 oktober 2012 13:32

Wat een toeval; de in deze blog genoemde R noem ik in mijn blog van 14 september 2012 ook R. En in het vonnis heeft hij toch echt X! Zie hier het origineel: http://www.aantjesadvocaten.nl/index.php/blog/181-weer-hoge-boete-opgelegd-na-vermeende-schending-relatiebeding-via-facebook

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.