NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Opmerkelijke uitspraak over uitputting van software

Opmerkelijke uitspraak over uitputting van software

De rechtbank Dordrecht heeft een opmerkelijke uitspraak gedaan over de uitputting van software, mede in verhouding tot de contractuele afspraken omtrent de overdraagbaarheid van de licentie. Het betreft een complex feitenkader, maar de essentie is de volgende.

Nelcon heeft een aantal werkstation licenties van CAD software afgenomen via Han Dataport, de distributeur van de CAD software. Han Dataport heeft de software tussen 1990 en 2000 op basis van verkoop ter beschikking gesteld aan Nelcon. Uit de verkoopovereenkomst van 21 december 1990 blijkt dat Han Dataport de software op de werkstations heeft geïnstalleerd en dat de eigendom van de apparatuur en de daarop geïnstalleerde software, tegen betaling van vaste bedragen voor de apparatuur en de gebruikslicenties werd overgedragen aan Nelcon.

De overeenkomst bepaalt daartoe:
Het juridisch eigendom van de geleverde en geïnstalleerde producten gaat over van verkoper op koper op het moment dat alle betalingen aan verkoper hebben plaatsgevonden en door verkoper zijn ontvangen”.

De algemene voorwaarden bepalen echter "verkoper verleent koper voor de geleverde programma’s en bijbehorende documentatie een niet-exclusief en niet overdraagbaar gebruiksrecht voor intern gebruik, voor de doeleinden waarvoor deze producten geleverd worden. Koper is ervoor verantwoordelijk dat deze programma’s en documentatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verkoper niet voor derden toegankelijk zijn.“

Nelcon verandert haar naam later in Kalmar. Kalmar gaat een samenwerking met een partij genaamd IV. Kalmer, zo begrijp ik, besluit activiteiten aan IV uit te besteden. In het contract tussen die 2  staat dat Kalmar stopt met de uitvoering van engineering-to-order-werkzaamheden, dat zij die wil uitbesteden, dat IV daarvoor in aanmerking wil komen en daartoe de werknemers van Kalmar per 1 december 2002 overneemt.
Artikel 4 bepaalt dat IV zich verplicht om de hele inventaris en werkplekbenodigdheden van overgenomen medewerkers te kopen van Kalmar en “Onder inventaris wordt tevens verstaan het CAD-400 systeem inclusief het onderhoudscontract van de hard- en software, welke thans bij Kalmar wordt gebruikt “.
 
De vraag die zich nu in deze zaak voordoet is of IV gerechtigd is de CAD software, die oospronkelijk aan Kalmar is geleverd, te gebruiken. De auteursrechthebbende op de CAD software, het bedrijf IE, spant daarom deze zaak aan tegen IV.

De rechtbank laat overigens doorschemeren dat partijen zich in de procedure nauwelijks over de auteursrechtelijke component  hebben uitgelaten, en gaat dus zelf aan de de slag.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat tussen partijen niet in discussie is dat het om 'normaal gebruik' gaat. Dan komt de rechtbank met een hele toelichting op welke handelingen volgens de software richtlijn en de auteurswet onder normaal gebruik vallen, door artikel 45j uit te leggen. De rechtbank overweegt: "Zo bepaalt artikel 45j Auteurswet dat niet als inbreuk wordt beschouwd:
- de reproductie,
- die noodzakelijk is voor het met de betreffende software beoogde gebruik,
- door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van de software,
- tenzij anders is overeengekomen.
Voorts bepaalt dit artikel dat de hier bedoelde reproductie die“geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen, of het verbeteren van fouten” niet bij overeenkomst mag worden verboden. Met “in beeld brengen” is blijkens de wetsgeschiedenis bedoeld het uitvoeren van het programma (TK 22.531, MvA p. 4 en 5; EK nr. 63a). Het gaat hier dus om de normale computergebruikshandelingen. Artikel 45j Auteurswet geeft dwingendrechtelijke minimum gebruiksrechten aan de rechtmatige verkrijger voor zover dat gebruik noodzakelijk is voor het beoogde gebruik van de software. Voor dat gebruik is geen toestemming vereist (zie bijv. Spoor/Verkade/Visser, Auteursrecht, p. 598). In verband met dit gebruik kunnen wel nadere condities worden overeengekomen, zoals bijv. aantal computers of aantal gebruikers, mits daardoor de voor het gebruik noodzakelijke verveelvoudigingen niet onmogelijk worden gemaakt. Het geschil van partijen gaat echter niet over dergelijke condities, maar slechts om de normale computergebruikshandelingen
."
 
Dan is de volgende vraag volgens de rechtbank of IV wel een rechtmatig gebruiker is. De rechtbank zegt hierover: "de wet definieert het begrip rechtmatige verkrijger niet. Daar wordt in het algemeen echter onder verstaan degene aan wie de rechthebbende het programma ter beschikking heeft gesteld (onder andere door verkoop) en tevens de opvolgende verkrijgers van exemplaren ten aanzien waarvan het verspreidingsrecht is uitgeput."

Via de uitputtingsleer is IV volgens de rechtbank een rechtmatig gebruiker. "Han Dataport heeft de software tussen 1990 en 2000 op basis van verkoop ter beschikking gesteld aan Nelcon. Uit de door IE in het geding gebrachte verkoopovereenkomst van 21 december 1990 blijkt dat Han Dataport de software op de werkstations heeft geïnstalleerd en dat de eigendom van de apparatuur en de daarop geïnstalleerde software, tegen betaling van vaste bedragen voor de apparatuur en de gebruikslicenties werd overgedragen aan Nelcon. De overeenkomst bepaalt daartoe (p. 11) “Het juridisch eigendom van de geleverde en geïnstalleerde producten gaat over van verkoper op koper op het moment dat alle betalingen aan verkoper hebben plaatsgevonden en door verkoper zijn ontvangen"."

De rechtbank redeneert vervolgens:  "er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. Dat dit binnen de Europese Gemeenschap gebeurde staat vast. Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software, omdat het tot het auteursrecht behorende verspreidingsrecht ten aanzien van deze exemplaren was uitgeput. Deze uitputtingsregel staat sinds 2004 in artikel 12 b Auteurswet en gold voordien reeds op basis van jurisprudentie (vgl. HR 25-1-1952, NJ 1952, 95 en HR 20-11-1987, NJ 1988, 280), en wat software betreft tevens op basis van artikel 4 sub c Software Richtlijn."
 
Kunnen de beperkingen in de algemene voorwaarden dan nog worden tegengeworpen? Nee, zegt de rechtbank: "IE stelt weliswaar dat uit de algemene voorwaarden voortvloeit dat de software niet zonder toestemming van Han Dataport mocht worden overgedragen of aan een ander in gebruik gegeven. Dat baat haar in het auteursrechtelijke kader echter niet. Een dergelijk verbod van verdere overdracht staat immers haaks op de wettelijke uitputtingsregel. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen gebruiksvoorwaarden die het de verkrijger van software (zoals Nelcon) en derden (zoals Iv) onmogelijk maken om de software verder te verhandelen weliswaar verbintenisrechtelijke werking hebben – waar hierna in het kader van de beoordeling van de subsidiaire grondslag op in wordt gegaan -, maar deze kunnen wat de auteursrechtelijke uitputting betreft geen rechtsgevolg hebben (vgl. E.D.C. Neppelenbroek, Informatierecht/AMI 2006, p. 109 e.v.)."
 
De uitspraak is, als gezegd, opmerkelijk. Bij mijn weten is er überhaupt niet veel rechtspraak over de vraag hoe de uitputtingsleer zich verhoudt tot contractuele beperkingen omtrent overdraagbaarheid. In de literatuur is hier in ieder geval discussie over (geweest), en is het bepaald niet zo dat er maar een stroming is. De rechtbank volgt nu dus Neppelenbroek, maar er is ook een stroming die de visie van Neppelenbroek in z'n geheel niet volgt - dat blijkt ook duidelijk uit het eigen artikel van Neppelenbroek in de AMI.

Ik vraag mij af of de rechtbank gelijk heeft met de overweging dat de gebruiksvoorwaarden "wat de auteursrechtelijke uitputting betreft geen rechtsgevolg hebben". Met name omdat d
e eerder genoemde software richtlijn in de overwegingen omtrent uitputting expliciet bepaalt dat "bij gebreke van uitdrukkelijke contractuele bepalingen, ook wanneer een kopie van het programma verkocht is, elke andere handeling die nodig is voor het gebruik van de kopie van een programma, door een rechtmatig verkrijgen van die kopie kan worden verricht overeenkomstig het ermee beoogde doel". Die bepalingen zijn er in casu nadrukkelijk wel.

Het vonnis bestuderend heb ik daarnaast nog wel meer vragen, zoals (1) hoe verhoudt zich het verkoopcontract - waarin de juridische eigendom van producten is geregeld, ten opzichte van de algemene voorwaarden - waarin een niet overdraagbare licentie is verstrekt, (2) waarom doet de rechtbank niets met de bepaling dat de software zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verkoper niet voor derden toegankelijk is - die afspraak lijkt toch geschonden te zijn, (3) het contract tussen Kalmer en IV spreekt over het overnemen van het licentie- en onderhoudscontract, en dat riekt eerder naar contractsovername (6:159 BW) in plaats van het overdragen van alleen de licentie.

Kort en goed: hier gaat ongetwijfeld nog over gesproken worden, en ik sluit ook niet uit dat er een hoger beroep gaat komen. Ik zie in ieder geval wel mogelijkheden in beroep voor IE.
 
Lees hier de uitspraak.

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

Daniël Mantione dinsdag 24 augustus 2010 18:53

IV had geen contract met IE, er was daar zonder twijfel sprake van gebrek van uitdrukkelijke contractuele bepalingen. IV mag het programma dus gebruiken. Wat is het probleem daaraan?

Dat er mogelijk gebruiksbeperkende bepalingen op Nelson van toepassing zijn, is niet zo interesant. Voor Nelson is enkel relevant dat het het exemplaar zonder het auteursrecht te schenden aan IV in eigendom overdragen, en op dat in eigendom overdragen van de kopie is die geciteerde zin uit de softwarerichtlijn juist niet op van toepassing.

Wat mij betreft heeft deze rechter dus heel goed gezien hoe de vork in de steel zit.

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.