NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Openbaarheid ACTA-documenten: Alleen hard copy voor vertrouwelijke raadpleging

Openbaarheid ACTA-documenten: Alleen hard copy voor vertrouwelijke raadpleging

Sinds 2007 onderhandelen grote industriële spelers, waaronder de Verenigde Staten en de EU, achter gesloten deuren (dus in het geheim) over het omstreden Anti-Piraterijverdrag ACTA (de Anti-Counterfeiting Trade Agreement). Het verdrag heeft ten doel de wereldwijde handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te versterken. Ondanks de geheimhouding van de onderhandelingen zijn in de loop der jaren een aantal authentieke concept-versies van het Verdrag uitgelekt. Hieruit werd duidelijk dat de ACTA-partijen voornemens waren een aantal zeer vergaande maatregelen te treffen. Zo werd onder meer het afsluiten van het internet van herhaaldelijk inbreukmakers – een (variant op) een three strikes-regime – als voorbeeld van een afdoende maatregel ter voorkoming van auteursrecht- en merkinbreuken in de digitale omgeving genoemd. Uit gelekte ACTA-documenten blijkt bovendien dat strafrechtelijke handhaving mogelijk ook gericht zou zijn op individuele downloaders. Beide maatregelen hebben zeer verstrekkende gevolgen: het afsluiten van internettoegang is een onacceptabele beperking van de informatie- en communicatievrijheid, zo heeft ook de Nederlandse regering zelf gelukkig herhaaldelijk aangegeven. Het strafbaar stellen van downloaden voor privégebruik zou tot gevolg hebben dat in één klap een groot aantal Nederlandse internetgebruikers wordt gecriminaliseerd.

In december 2010 is de definitieve versie van ACTA gepubliceerd. Deze uiteindelijke versie is in sterke mate afgezwakt, in die zin dat de controversiële punten zoals hierboven besproken er niet (letterlijk) in terug te vinden zijn. Desalniettemin bevat het verdrag een aantal vaag geformuleerde bepalingen die – afhankelijk van de interpretatie – nog steeds aanknopingspunten bieden voor dergelijke verstrekkende maatregelen tegen burgers. In ieder geval worden bovengenoemde maatregelen niet uitdrukkelijk uitgesloten. In het geval de bewoordingen van een bepaling niet of onvoldoende duidelijkheid bieden,  schrijft artikel 32 van het Verdrag inzake het Verdragenrecht (ook wel het “Weens Verdragenverdrag”) voor dat deze bepalingen mede kunnen worden geïnterpreteerd aan de hand van de voorbereidende documenten.

ACTA kan pas in werking treden nadat het Nederlandse parlement hiervoor zijn goedkeuring heeft verleend. Op 19 september jl. hebben de Commissie Econimische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) en D’66 een verzoek gericht tot minister Verhagen om openbaarbaarmaking van alle onderhandelingsdocumenten betreffende ACTA. Ratio van dit verzoek was dat het Nederlandse parlement pas over een eventuele goedkeuring van het ACTA-verdrag kan oordelen als de onderhandelingsdocumenten openbaar zijn gemaakt en meer duidelijkheid bestaat over de reikwijdte van ACTA. Dan pas kan het parlement op goede gronden beslissen of het ACTA al dan niet goedkeurt.

Afgelopen vrijdag (11 november) heeft minister Verhagen gereageerd op dit verzoek om openbaarheid. Hij schrijft dat de gevraagde documenten in hard copy worden toegezonden en “enkel ter vertrouwelijke raadpleging voor de leden [van de Tweede Kamer] bij het Register van de Kamer ter inzage gelegd kunnen worden”. Hij voegt daar nog aan toe dat “de leden worden geacht in het openbare dialoog over dit onderwerp niet te refereren aan of te citeren uit de documenten”. Dit omdat de deelnemers aan de ACTA-onderhandelingen in 2007 hebben afgesproken alle ACTA-documenten vertrouwelijk te behandelen. Zij hebben daartoe bovendien een confidentiality-verklaring getekend.

Op zich valt het toe te juichen dat de leden van de Tweede Kamer de ACTA-onderhandelingsdocumenten nu (eindelijk) mogen inzien. Over de ondemocratische en ontransparante wijze waarop ACTA tot stand is gekomen, is veel te doen geweest. ACTA is achter gesloten deuren onderhandeld. Deze geheimhouding kwam voort uit een bewuste keuze van partijen om de onderhandelingen niet via gevestigde internationale organen als WIPO en WTO te laten lopen, hoewel deze instituties voorzien in regels over voorlichting en raadpleging van het publiek en private organisaties. Hierdoor kregen belanghebbenden vrijwel geen inspraak en werd een democratisch proces bewust omzeild. Zonder openbaarmaking van de onderhandelingsstukken, zou het Nederlands parlement moeten instemmen over een verdrag waarvan zij de reikwijdte niet kan inschatten. Het is dan ook meer dan wenselijk dat minister Verhagen nu heeft toegezegd dat zij de ACTA-stukken mogen raadplegen.

Het is alleen teleurstellend dat de Tweede Kamer hier vervolgens niet in het openbaar over mag discussiëren of anderszins naar de documenten mag refereren. Dit leidt mijns inziens in de praktijk tot een niet-werkbare situatie. We weten, gelet op de eerder gelekte documenten, dat bepalingen uit ACTA mogelijk verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de communicatievrijheid en privacy van de Nederlandse burger. En stel nu dat de Tweede Kamer er, op basis van de vertrouwelijke onderhandelingsstukken, achterkomt dat er inderdaad een three strikes-regime is voorgesteld en dat ACTA inderdaad mogelijk in één klap een groot aantal individuele internetgebruikers criminaliseert, dan mogen ze daar vervolgens niet over praten. Daar hebben we in de praktijk natuurlijk vrij weinig aan. Over een omstreden verdrag als ACTA moet juist openbaar gediscussieerd kunnen worden, en moeten verschillende belanghebbenden imput kunnen geven. Dat wordt nu uitgesloten.

Hoe het ook zij, inzage in de onderhandelingsstukken is in ieder geval een belangrijke stap in de goede richting. Hopelijk kan de Tweede Kamer nu een betere inschatting maken van de precieze reikwijdte van ACTA.

BRON: Brief minister Verhagen 11 november 2011


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.