NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Onsuccesvol beroep Cruijff op portretrecht

Onsuccesvol beroep Cruijff op portretrecht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Legendarische nummer 14, El Salvador, El Flaco of het orakel. Enkele bijnamen van ’s land meest begenadigd voetballer ooit; Johan Cruijff. Niet alleen op sportgebied is Cruijffs naam bekend, ook in de rechtzaal duikt deze zo nu en dan op. Won Cruijff op 2 februari 2012 nog in hoger beroep van de toenmalige RvC van Ajax, op 14 juni van dit jaar heeft de Hoge Raad Cruijff in het ongelijk gesteld in een langlopende zaak aangaande zijn portretrecht. 

Cruijff/Tirion c.s.

Op 5 november 2003 bracht uitgeverij Tirion het fotoboek “Johan Cruijff – De Ajacied” op de markt. In het boek waren foto’s afgebeeld uit het archief van Guus de Jong, tevens verweerder in cassatie, welke van commentaar waren voorzien door sportjournalist Jaap Visser. Cruijff was het niet eens met de publicatie van het boek en accepteerde de financiële vergoeding die door Tirion werd gedaan niet. Sinds 2008 is het boek uitverkocht en niet meer leverbaar.

Cruijff stapte naar de rechter en vorderde onder andere een verklaring voor recht dat inbreuk werd gemaakt op zijn portretrecht, omdat hij een redelijk belang had zich te verzetten tegen de publicatie en de verspreiding van het boek. In eerste aanleg werd deze vordering van Cruijff afgewezen. Die uitspraak werd in hoger beroep bekrachtigd.

Portretrecht

Aangezien het in deze zaak ging om een portet vervaardigd zonder een daartoe strekkende opdracht, biedt art. 21 Auteurswet de grondslag voor Cruijffs vordering. Volgens dit artikel kan de geportreteerde zich tegen de openbaarmaking van zijn portret verzetten, indien hij daarvoor een redelijk belang heeft.

 

Een redelijk belang kan bijvoorbeeld bestaan uit privacybelangen, maar ook uit commerciële belangen. Dit laatste bepaalde de Hoge Raad in het arrest ’t Schaep met de Vijf Pooten , aangezien “geportretteerden niet behoeven toe te laten dat hun in de uitoefening van hun beroep verworven populariteit commercieel wordt geëxploiteerd door openbaarmaking van hun portretten, zonder dat zij daarvoor een vergoeding ontvangen.”

 

Met betrekking tot het privacybelang, heeft de Hoge Raad in de zaken Vondelpark en Discodanser bepaalt dat indien de openbaarmaking van het portret inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de geportreteerde, dit in beginsel een redelijk belang oplevert. De openbaarmaking van een portret zal onrechtmatig zijn, indien bij een afweging tussen de persoonlijke levenssfeer en het recht op vrijheid van meningsuiting het eerste een zwaarder gewicht toekomt.

Deze afweging moet geschieden aan de hand van verschillende factoren, zoals “de persoon van de geportretteerde, de plaats en de wijze van totstandkoming van de afbeelding, de aard en mate van intimiteit waarin de geportretteerde is afgebeeld, het karakter van de afbeelding, de context van de publicatie, de juistheid van de overige in de publicatie verstrekte informatie, alsmede het maatschappelijk belang, de nieuwswaarde of informatieve waarde van de openbaarmaking hiervan,” aldus de Hoge Raad.

Uitspraak Hoge Raad

Terug naar de recente uitspraak van de Hoge Raad. In het algemeen overweegt hij dat aan het privacybelang in het bijzonder een zwaar gewicht toekomt indien het gaat om personen die geen publieke bekendheid genieten. Voor personen die in de publieke belangstelling staan door hun beroep, is de openbaarmaking van foto's die deze beroepsuitoefening betreffen en zijn gemaakt in voor het algemeen publiek toegankelijke plaatsen, tot op zekere hoogte inherent aan hun beroepsuitoefening.

Met betrekking tot een eventueel commercieel belang, overweegt de Hoge Raad dat het van de omstandigheden van het geval afhangt wanneer een vergoeding redelijk is.

In ieder geval zal de vergoeding recht moeten doen aan de mate van populariteit of bekendheid van de geportretteerde en in overeenstemming dienen te zijn met de waarde van het exploitatiebelang van de geportretteerde in het economisch verkeer. Indien vaststaat of onbetwist is dat een redelijke vergoeding is aangeboden (en bescherming van privacy-belangen niet aan de orde is), zullen in beginsel bijkomende omstandigheden nodig zijn voor het oordeel dat openbaarmaking jegens de geportretteerde onrechtmatig is.”

 

In concrete zin is de toetsing in cassatie beperkt, aangezien de eerdergenoemde afweging van het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van meningsuiting in hoge mate feitelijk van aard is.

 

De Hoge Raad laat het bestreden arrest van het Hof in stand. Door te oordelen dat er geen redelijk belang van Cruijf was geschonden, ging het Hof niet uit van een verkeerde rechtsopvatting. Het Hof oorwoog in dit verband onder andere dat de foto’s niet in relevante mate betrekking hadden op het privé leven van Cruijff. Daarnaast is het boek bedoeld om het in voetbal geïnteresseerde publiek over het talent van Cruijff te informeren en zijn de foto’s niet diffamerend voor Cruijff. Tevens kan niet worden gesteld dat de afbeeldingen schadelijk zijn voor zijn reputatie.

 

Het Hof erkent dat er daarnaast sprake kan zijn van een verzilverbare populariteit en dat er derhalve een redelijk belang van Cruijff kan bestaan zich tegen de foto’s te verzetten, indien geen redelijke vergoeding aan hem is aangeboden. Cruijff kan zich echter ook op dit belang niet meer met succes beroepen daar hij niet voldoende heeft toegelicht dat het niet aanvaarde aanbod in de omstandigheden niet redelijk was.

Door: Tom Janse

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.