NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Onrechtmatige perspublicaties over halal-vlees

Onrechtmatige perspublicaties over halal-vlees

Vorige week deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag uitspraak in een zaak aangespannen door Clazing, een kippenslachterij die volgens de islam 'halal' zijn kippen slacht, en C een televisiemaker, schrijver en columnist. C had zich zeer kritisch over Clazing uitgelaten in twee artikelen, getiteld "Het vergif van Clazing" en "De beschermheer (waliy) van Clazing".

In de artikelen stelt C – die zich de “Inspectiedienst Halalpolitie” noemt – dat de kip van Clazing niet halal is en dat er van alles mis is met het bedrijf. Over de kippenslachterij van Clazing zou een “dik boekwerk” te schrijven zijn. In de publicaties schrijft C onder meer:

Hoe is het mogelijk dat kippenvlees van een slachthuis waar de Maleisiërs zo geschokt op reageerden, de Zuid-Afrikaanse zakendelegatie gillend wegrende en dat volgens de Islamitische fiqh-regels niet eens aan de huisdieren gevoerd mag worden, doodleuk in onze eigen slagerijen wordt verkocht?”

Daarnaast zou Clazing zijn “doordrenkt van twijfel” en een “bewezen geschiedenis van minachting voor de islam en de moslim-consumenten” hebben. Bovendien zou C nog veel meer schandalen uit de “Clazing-beerput” hebben gediept, die hij – zo schrijft hij – binnenkort eveneens zou publiceren. “De gifbeker moet tot de laatste druppel leeg. En ik zal niet rusten totdat iedere moslim-consument beseft wat voor rotzooi hij de afgelopen tien jaar dankzij Clazing B.V. voorgeschoteld kreeg”.

Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter – onder verwijzing naar het Van Gasteren/Hemelrijk-arrest van de Hoge Raad – voorop dat een afweging moet plaatsvinden tussen enerzijds de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting van C, en anderzijds het belang van Clazing om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen op het internet. Welk van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij een aantal factoren van belang zijn:

• De aard van de uitlatingen;
• De ernst van de misstand die de uitlatingen aan de kaak beogen te stellen;
• De mate waarin de verdenkingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal;
• De inkleding van de verdenkingen;
• De mate van waarschijnlijkheid dat het doel ook langs andere, minder schadelijke wegen bereikt had kunnen worden;
• Een mogelijke beperking van het door de uitlatingen te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen;
• Het gezag dat derden zullen toekennen aan degene die de uitlatingen deed; en
• De maatschappelijke positie en publieke gedragingen van degene over wie de uitlatingen worden gedaan.

De rechter oordeelt in de eerste plaats dat de artikelen als perspublicatie moeten worden gezien. Alhoewel C geen journalist is, is hij met de artikelen in de openbaarheid getreden door het artikel te publiceren op zijn websites en hiervoor aandacht te vragen bij mediasites op het internet.

Bij de beoordeling of de uitingen van C onrechtmatig, acht de voorzieningenrechter met name de aard en de ernst van de verdachtmakingen” van belang. De verdachtmakingen van C zijn volgens de rechter zeer ernstig, stellig en zonder enig voorbehouden, en kunnen voor Clazing zeer ernstige gevolgen met zich meebrengen. De toon is “zeer diffamerend”, terwijl de verdachtmakingen op geen enkele wijze  met nader bewijsmateriaal onderbouwd zijn.

Volgens de voorzieningenrechter had C andere mogelijkheden om de vermeende misstanden bij Clazing aan de kaak te stellen, en had het bovendien op de weg van C gelegen om Clazing de gelegenheid te geven om een reactie te geven op de beschuldigingen voorafgaand aan publicatie.

Om die reden worden de vorderingen om het artikel offline te (doen) halen en een rectificatie te plaatsen toegewezen. Clazing had tevens gevorderd dat C geen nieuwe uitingen meer mocht doen waarin hij stelt dat Clazing-vlees “giftig”, “inferieur”, “rotzooi”  of iets vergelijkbaars is. Die vordering wordt echter – naar mijn mening terecht – afgewezen.  Immers, niet uit te sluiten valt dat bepaalde beschuldigingen in de toekomst wél rechtmatig zijn, bijvoorbeeld omdat er dan wél voldoende feitelijke onderbouwing voor de beschuldigingen bestaat. Elke uiting moet aan de hand van de omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Een verbod op toekomstige uitingen komt neer op preventieve censuur en levert een ongeoorloofde inbreuk op de vrijheid van meningsuiting op.

BRON: ie-forum.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.