NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Onderzoek Kinderombudsman naar online identiteitsdiefstal miskent positie sociale media

Onderzoek Kinderombudsman naar online identiteitsdiefstal miskent positie sociale media


Recent berichtten de media (o.a. de Volkskrant en NRC) dat Kinderombudsman Marc Dullaert een onderzoek instelt naar privacyschending van kinderen op sociale netwerken. Aanleiding voor het onderzoek van de Kinderombudsman, is een noodkreet van stichting Mijn Kind Online, die enkele jonge slachtoffers van online identiteitsdiefstal bijstond, waaronder Freek. Volgens Mijn Kind Online is het probleem dat kinderporno binnen enkele uren wordt verwijderd, maar heeft online identiteitsdiefstal kennelijk geen prioriteit.

De media berichtten voorts dat de sociale media volgens de Kinderombudsman aan hun zelfreinigend vermogen moeten werken. Als ze dat niet voldoende doen, moet er volgens de Kinderombudsman een onafhankelijke waakhond komen die bedrijven als Facebook en Twitter op de vingers kan tikken.

Naar mijn mening, slaan Mijn Kind Online en de Kinderombudsman hiermee de plank een paar keer goed mis.  

Allereerst, het verhaal van Freek is uiteraard diep triest, maar gaat niet zozeer enkel over identiteitsdiefstal, maar veel meer over een oeroud probleem: pesten. Dat probleem kan je niet maar even op het bord van de sociale media leggen. Daarnaast kan je online identiteitsdiefstal en kinderporno niet over één kam scheren. Natuurlijk is online identiteitsdiefstal een probleem als je daarmee te maken krijgt, maar natuurlijk niet te vergelijken met als zaken als Robert M. Bovendien, waar leg je de grens? Het gevaar is dat men zich op een glijdende schaal gaat begeven, en dat maakt het juist alleen maar onduidelijker.

Het zelfreinigend vermogen van sociale media wordt al sinds jaar en dag vormgegeven door zogenaamde notice-and-takedown procedures. Amerikaanse sociale media hebben, mede naar aanleiding van wetgeving die reeds stamt uit 1998, vrijwel allemaal een notice-and-takedown-policy geïncorporeerd. Ook Nederlandse tussenpersonen hebben in 2008 al de vergelijke Gedragscode Notice-and-Takedown in het leven geroepen. Daarin hebben de onderschrijvers van de gedragscode afgesproken dat ze informatie zullen verwijderen, wanneer ze daarop geattendeerd worden en deze informatie bovendien onmiskenbaar onrechtmatig is. Het woord ‘onmiskenbaar’ is hierin essentieel, omdat het nu eenmaal niet de taak is van neutrale tussenpersonen om  te beoordelen of bepaalde informatie onrechtmatig is of niet. Die taak is – terecht – voorbehouden aan de rechter. Er spelen namelijk meer belangen dan alleen de noodzaak om onrechtmatige informatie te kunnen laten verwijderen. Bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting. Het instellen van een waakhond of 'politbureau' die zelfstandig gaat toetsen welk grondrecht zwaarder weegt, zie ik dan ook niet zitten. Dat lijkt verdacht veel op een censuur-bureau.

Ook gaat de Kinderombudsman er volstrekt aan voorbij dat de verantwoordelijkheid van sociale media al sinds 2000 juridisch is ingekaderd. Niet alleen nationaal, maar ook internationaal op Europees niveau, want internet kent nu eenmaal geen grenzen. Het uitgangspunt van de wet is dat de aanbieder van internetdiensten nu juist niet verantwoordelijk is voor onrechtmatige gegevens op zijn platform, tenzij hij op de hoogte is van de onrechtmatige informatie. Kortom, wie zich als neutrale platformaanbieder opstelt, is daarmee in beginsel niet aansprakelijk - zolang hij onrechtmatige informatie maar verwijdert na erop gewezen te zijn. In het geval van Freek is het duidelijk dat sociale media die informatie dienen te verwijderen, bij gebreke waarvan sociale media alsnog aansprakelijk worden. Dit regime van “niet-aansprakelijk, tenzij” is tot en met de hoogste Europese rechter bevestigd. De noodzaak voor het optuigen van een toezichthouder die sociale media op de vingers kan tikken, bestaat dus niet.

Concluderend miskent de Kinderombudsman - nogmaals: hoe triest het verhaal van Freek ook is - de bijzondere positie die sociale media innemen door de verankering ervan in de wet. Ook gaat hij eraan voorbij dat sociale media de verantwoordelijk die ze wel hebben, in de meeste gevallen zeer serieus nemen.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (3)

Remco Pijpers vrijdag 6 december 2013 15:34

Ik ben geen jurist, Simone van der Hof wel, ze is hoogleraar Recht aan de universiteit van Leiden.

Dit vroegen we haar:
U heeft het woord ‘identiteitshack’ geopperd. Bestond er nog geen woord voor een zaak zoals deze?

Haar antwoord:
“Nee. Want wat er met Freek gebeurt, is geen pesten. Het is ook geen identiteitsdiefstal. Eigenlijk verliest Freek de controle over zijn eigen identiteit, maar daar bestaat nog geen juridische term voor. Hacken bestaat natuurlijk al wel, dan gaat het om computervredebreuk. Dit is een nieuwe, samengestelde term voor iets wat strafrechtelijk nog niet bestaat.”

Meer: http://mijnkindonline.nl/artikelen/in-gesprek-met-simone-van-der-hof

Uw verhaal klopt ongetwijfeld, technisch-juridisch dan, maar gaat voorbij aan het probleem dat wij via ons dossier (www.mijnkindonline.nl/freek) aan de orde stellen, namelijk: ouders (en anderen die ermee te maken krijgen) moeten over allerlei praktische hobbels heen stappen om informatie verwijderd te krijgen. Dat zijn formalistische, weinig gebruikersvriendelijke procedures die gericht zijn op delen van het probleem en niet het probleem als geheel.

U heeft het over de vrijheid van meningsuiting. Gaat deze 'case' niet meer over privacy en het recht om je persoonsgegevens te verwijderen? De Europese Commissie wil dat juist gaan reguleren.

Van der Hof:
“Ik denk aan Europese regelgeving die het voor gebruikers gemakkelijker maakt om data – zoals valse accounts – van internet te verwijderen. Zo’n nieuwe verordening zou eigenlijk volgend jaar al worden in gevoerd, door vertraging is onduidelijk wanneer deze er precies komt.

Ik doel op de Europese dataprotectieverordening, die uit gaat van het idee dat je als individu veel meer controle zou moeten hebben over je persoonsgegevens en de informatie die over jou op internet te vinden is. We hebben dan niet alleen het recht op het daadwerkelijk laten verwijderen van informatie, maar de providers en internetbedrijven moeten daar verplicht een actieve rol in spelen. Zo kan de verspreiding van onze informatie, zoals foto’s, beter worden tegengaan. Volgens mij is het belangrijker de medewerking van providers en internetbedrijven goed te regelen, dan om het strafrecht op dit gebied uit te breiden. Bij die bedrijven staat immers de informatie opgeslagen. Dat lijkt me effectiever.”

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.