NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Omroeporganisaties mogen livestreams van uitzendingen verbieden

Omroeporganisaties mogen livestreams van uitzendingen verbieden

Het Hof van Justitie heeft onlangs een interessant arrest gewezen over de reikwijdte van de rechten van omroeporganisaties. In het lang verwachte arrest C More / Sandberg bepaalt het Hof dat een nationale regeling die aan omroeporganisaties het recht verleent om livestreams van hun uitzendingen te verbieden, niet onverenigbaar is met Europees recht.

 

Feiten

Linus Sandberg had een website, waarop hij links naar livestreams van ijshockeywedstrijden aanbood. De links verwezen naar de streams op de website van C More Entertainment, een omroeporganisatie die een betaalzender exploiteert. Van belang is dat deze uitzendingen niet auteursrechtelijk beschermd zijn, maar beschermd worden onder de zogenaamde naburige rechten. Dat zijn rechten van uitvoerend kunstenaars, fonogrammenproducenten, filmproducten en omroeporganisaties die inhoudelijk grote overeenkomsten vertonen met de beter bekende auteursrechten. De naburige rechten zijn, net als het auteursrecht, Europees geharmoniseerd in een richtlijn. Die richtlijn bepaalt:

 

“De lidstaten voorzien ten behoeve van omroeporganisaties, met betrekking tot de vastleggingen van hun uitzendingen, in het uitsluitende recht, de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd er toegang toe hebben, toe te staan of te verbieden.”

 

Anders gezegd moeten de Europese landen er dus voor zorgen dat omroeporganisaties het recht hebben om on demand-uitzendingen toe te staan of te verbieden. In deze procedure gaat het echter niet om on demand-uitzendingen, maar om livestreams.

 

De procedure voor het Hof van Justitie

In Zweden, waar deze procedure dient, heeft de wetgever ervoor gekozen om aan omroeporganisaties ook het recht toe te kennen om livestreams toe te staan of te verbieden. De vraag in de procedure voor het Hof van Justitie is: “Mag dat eigenlijk?”

 

Het antwoord is, kort gezegd, “Ja, dat mag.”

 

Het Hof wijst erop dat de richtlijn in kwestie niet beoogt om het nationale recht van de verschillende lidstaten volledig te harmoniseren. Het is met andere woorden niet de bedoeling om op dit punt alle bestaande verschillen in Europa weg te nemen, maar slechts een minimum niveau van bescherming te realiseren voor de rechthebbenden.

 

Dat is ook goed nieuws voor de Nederlandse omroeporganisaties, want Nederland heeft in de Wet op de naburige rechten hetzelfde gedaan als Zweden. Omroeporganisaties hebben ook in Nederland het recht om livestreams van hun uitzendingen toe te staan of te verbieden. Het lijkt mij overigens dat wanneer je met een link naar een livestream geen nieuw publiek bereikt, er alsnog geen sprake is van een handeling die verboden kan worden door de omroeporganisatie. Daar heeft de Europese rechter zich echter in dit geval niet over uitgelaten.

BRON: curia.europa.eu


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.