NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • OM niet-ontvankelijk in zaak tegen Shareconnector en Release4You

OM niet-ontvankelijk in zaak tegen Shareconnector en Release4You

Na jarenlang procederen, lijkt de strafzaak tegen eDonkey-indexsites Shareconnector en Release4You definitief te zijn verloren door het OM (lees: BREIN). Het Hof Den Haag laat geen spaan heel van de manier waarop het OM heeft gehandeld en verklaart het OM niet-ontvankelijk in zijn arrest van 22 december 2010. Dat is een flinke domper voor BREIN, de instigator van de strafvervolging. Er was BREIN veel aan gelegen om een deel van de handhaving van IE-rechten op het bordje van het OM te leggen. Dat scheelt BREIN veel werk en dus veel geld. Bovendien gaat er een chilling effect uit van een strafrechtelijke veroordeling. Dat is toch zwaarder dan een civielrechtelijke uitspraak dat een website onrechtmatig is.

 

Het Hof concludeert dat er geen goede reden was om in deze zaak te kiezen voor de strafrechtelijke weg, naast de mogelijkheid van civielrechtelijke handhaving. Hierbij verwijst het Hof naar de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal. Aan deze aanwijzing heeft het OM zich in principe te houden. Maar als het OM eenmaal de beslissing heeft genomen om tot vervolging over te gaan, dan mag een rechter die beslissing slechts marginaal toetsen. Dat betekent dat een rechter alleen maar mag toetsen of het OM wel in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen. Dat is een hoge drempel maar het Hof vindt dus in deze zaak dat het OM duidelijk buiten zijn boekje is gegaan.

 

In de genoemde Aanwijzing is onder meer bepaald dat bij de aanpak van inbreuken op rechten van intellectuele eigendom optreden door de belanghebbende zelf voorop dient te staan, de civielrechtelijke weg dus. Dat kan anders zijn als het in het algemeen belang is dat toch strafrechtelijk wordt opgetreden. Dat doet zich met name voor als de volksgezondheid of de staatsveiligheid in het geding is, of als er sprake is van grootschalige inbreuk die beroeps- of bedrijfsmatig plaatsvindt.

 

Volgens een officier van justitie die als getuige werd gehoord, wordt er bij intellectuele eigendomszaken eigenlijk alleen maar vervolgd als er sprake is van grootschalige beroeps- of bedrijfsmatige inbreuk.

 

Het Hof overweegt dat noch uit het dossier noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken van een redelijk vermoeden van grootschalige inbreuk. Nota bene: de telastelegging bestond onder meer uit ‘deelname aan een criminele organisatie’. Ook voor de toegepaste strafrechtelijke dwangmiddelen (de politie heeft onder meer een inval gedaan waarbij de beheerders van de sites zijn aangehouden en computerapparatuur inbeslag zijn genomen) biedt het dossier geen gronden. Het OM heeft bovendien verzuimd een eigen onderzoek te verrichten en heeft de vervolging van de P2P-sites enkel en alleen gebaseerd op het door BREIN aangeleverde dossier. Daarmee heeft het OM in strijd gehandeld met de beginselen van behoorlijke procesorde en moest daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak is dus niet eens toegekomen.

 

De strafrechtelijke aanpak van P2P-sites is met deze aan duidelijkheid niets te wensen overlatende beslissing van het Gerechtshof nog verder weg. Het Hof heeft heel duidelijk laten blijken dat het OM zich niet voor het karretje van BREIN mag laten spannen. Een belangrijke en goede uitspraak. Iets anders zou er immers op neer komen dat BREIN, een private partij, feitelijk de strafrechtelijke vervolging van burgers zou bepalen bij inbreuken op IE-rechten. Daar moet je toch niet aan denken.

BRON: Rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.