NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk: 1 Europees land voldoende?

Normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk: 1 Europees land voldoende?

 

 

 

Is normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk in 1 Europees land voldoende voor het in stand houden van een Gemeenschapsmerk? Dat is niet 100% helder.

 

Leno Merken B.V. (hierna: Leno) met het Gemeenschapsmerk ONEL heeft oppositie ingesteld tegen Hagelkruis Beheer B.V. (hierna: Hagelkruis), die het merk OMEL in de Benlux had gedeponeerd. De oppositie wordt in eerste instantie afgewezen door het BBIE (Benelux Bureau voor Intellectuele Eigendom).

 

Waarom? Hagelkruis had gevraagd om bewijzen van gebruik van het Gemeenschapsmerk ONEL en Leno had niet aangetoond dat zij haar merk in een tijdvak van 5 jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van het merkdepot normaal heeft gebruikt. Vervolgens is Leno in beroep gegaan bij het hof Den Haag.

 

Nu is in geschil of van het oudere merk ONEL een normaal gebruik is gemaakt in de zin van art. 15 Gemeenschapsmerkenverordening (EG) nr. 207/2009:

 

1. Een Gemeenschapsmerk waarvan de houder vijf jaar na de inschrijving binnen de Gemeenschap geen normaal gebruik heeft gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is, of waarvan gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar geen normaal gebruik is gemaakt, is vatbaar voor de sancties van deze verordening, tenzij er geldige redenen zijn voor het niet gebruiken.

Als gebruik in de zin van de eerste alinea wordt eveneens beschouwd:

a) het gebruik van het Gemeenschapsmerk in een op onderdelen afwijkende vorm zonder dat het onderscheidend vermogen van het merk in de vorm waarin het ingeschreven is, wordt gewijzigd;

b) het aanbrengen van het Gemeenschapsmerk op waren of de verpakking ervan in de Gemeenschap, uitsluitend met het oog op uitvoer.

2. Het gebruik van het Gemeenschapsmerk met toestemming van de houder geldt als gebruik door de merkhouder.

 

Leno heeft gesteld dat het merk ONEL in Nederland normaal is gebruikt en dat 1 lidstaat voldoende is voor normaal gebruik en heeft geen bewijzen van gebruik binnen de Gemeenschap overgelegd. Het hof oordeelt echter dat deze arresten allemaal gaan om de vraag of normaal gebruik is gemaakt van een ouder nationaal of Benelux merk en niet een Gemeenschapsmerk. (Leno doet een beroep op de uitspraken Ansul/Ajax, La Mer Technology en Sunrider/Vitafruit).

 

Partijen beroepen zich daarnaast op arresten van het Hof van Justitie waarin uitspraak is gedaan over de territoriale factor bij de beoordeling van de inburgering van een merk (arresten August Storck/Werther's Echte en Bovemij/Europolis) en de bekendheid van een merk (arresten General Motors/Chevy en Pago). Het hof oordeelt (mijns inziens terecht) dat deze territoriale eisen voor inburgering en bekendheid in de Gemeenschap anders zijn en bovendien geen antwoord geven op de vraag wanneer van normaal gebruik in de Gemeenschap sprake is.

 

Het hof oordeelt voorts dat de territoriale omvang van het gebruik één van de aandachtspunten is waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling of het oudere merk voor de waren of diensten al dan niet normaal is gebruikt. Ook oordeelt het hof dat de vereiste territoriale omvang van het gebruik van het Gemeenschapsmerk niet samen hoeft te vallen met het grondgebied van alle lidstaten van de Gemeenschap, evenals dat gebruik in uitsluitend één lidstaat niet betekent dat van normaal gebruik geen sprake kan zijn.

 

Op verzoek van partijen stelt zij de volgende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie:

“1. Moet artikel 15 lid 1 Verordening (EG) nr. 207/2009 inzake het Gemeenschapsmerk aldus worden uitgelegd dat als normaal gebruik van een merk volstaat gebruik ervan binnen de grenzen van één lidstaat, mits dit gebruik, ware het een nationaal merk, in die lidstaat als normaal gebruik wordt aangemerkt (vgl. Joint Statement nr. 10 bij artikel 15 Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 en de Opposition Guidelines van het BHIM)?

2. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt, valt gebruik van een merk binnen één lidstaat nimmer aan te merken als normaal gebruik binnen de Gemeenschap als bedoeld in artikel 15 lid 1 Verordening (EG) nr. 207/2009? Als dat het geval is, welke eisen moeten dan bij de beoordeling van een normaal gebruik binnen de Gemeenschap aan de territoriale omvang van het gebruik van een merk - naast de andere factoren - worden gesteld?

3. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt, moet bij de beoordeling van normaal gebruik binnen de Gemeenschap worden geabstraheerd van de grenzen van het grondgebied van de afzonderlijke lidstaten en uitsluitend worden aangeknoopt bij marktaandelen van het merk (en/of andere factoren) op de verschillende markten binnen de Gemeenschap?"

Partijen worden verzocht zich over deze vragen schriftelijk uit te laten voor 11 januari 2011.

 

Vol verwachting klopt ons hart!

 

Lees hier de beschikking van het hof Den Haag van 30 november 2010.

Lees hier de beslissing van het BBIE van 15 januari 2010.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.