NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Nieuwe schijnwetgeving: gebruik beelden bewakingscamera's

Nieuwe schijnwetgeving: gebruik beelden bewakingscamera's

Op 13 juli publiceerde het Ministerie van Veiligheid en Justitie een persbericht waarin een wetsvoorstel wordt aangekondigd waarmee de mogelijkheid wordt gecreëerd dat burgers beelden van bewakingscamera’s publiceren. Het gaat dan bijvoorbeeld om beeldmateriaal waarop winkeldieven, inbrekers of overvallers te zien zijn.  

In het persbericht wordt aangegeven dat voor het tonen nu nog een langdurige en omslachtige procedure nodig is. Waar die "langdurige en omslachtige procedure" uit bestaat wordt niet aangegeven.

Het kabinet vindt dat burgers en bedrijven onder voorwaarden zelf beelden van bewakingscamera’s op internet mogen zetten.

De voorwaarden zijn dat er eerst aangifte moet worden gedaan en toestemming moet worden verkregen van justitie om hun camerabeelden te verspreiden.

De vraag of beelden van vermeende criminelen mogen worden verspreid, wordt onder meer (naast de Wet bescherming persoonsgegevens) beantwoord door het zgn. portretrecht. Beeldmateriaal zal mogen worden gebruikt, tenzij de afgebeelde personen een redelijk belang hebben zich daar tegen te verzetten. Of daar sprake van is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Politie en justitie maakt die afweging steeds zelf. Bijvoorbeeld in de zedenzaak rond Robert M. werd besloten zijn portret te publiceren. Daar waren goede redenen voor. Veel ouders waren bezorgd dat hun kind was misbruikt door een crèchebegeleider. Publicatie van het portret kon die zorg wegnemen. Dat lijkt me geen langdurige en omslachtige procedure, maar gewoon een kwestie van het maken van de juiste afweging.

Langdurig en omslachtig lijkt me wel het toestemming verkrijgen van justitie. De burger die toestemming krijgt, zal bovendien in de veronderstelling verkeren dat hij daarmee gevrijwaard is van claims van degenen die te zien zijn op de beelden. Dat is echter niet het geval. Wie op een camerabeeld zichtbaar is zal nog steeds degene die zijn portret openbaar maakt, kunnen aanspreken wegens schending van zijn portretrecht. Hij zal dan wel justitie kunnen aanspreken op het ten onrechte wekken van de verwachting dat publicatie geoorloofd is. Vanwege dit risico verwacht ik niet dat justitie snel toestemming zal geven om beelden te publiceren.

Dit wetsvoorstel, dat nu ter advies bij de Raad van State ligt, is dus een typisch geval van schijnwetgeving. De burger krijgt het idee dat hij een bevoegdheid krijgt, terwijl hij die al had en er nu bovendien een omslachtige procedure wordt gecreëerd om gebruik te maken van de bevoegdheid.     

Lees hier het persbericht.

BRON: Ministerie van Veiligheid en Justitie


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.