NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Nieuw auteurscontractenrecht: “Nieuw exploitatiecontractenrecht”

Nieuw auteurscontractenrecht: “Nieuw exploitatiecontractenrecht”

Op 1 juni 2010 is het langverwachte Voorontwerp voor het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht ter consultatie gepubliceerd tezamen met een toelichting. Belanghebbenden konden tot 30 september 2010 reageren. De reacties zijn inmiddels gepubliceerd. Het Voorontwerp geeft regels die in acht moeten worden genomen bij het sluiten van contracten tussen de auteur van een auteursrechtelijk werk en de exploitant van dat werk. Doel is het verbeteren van de positie van de individuele auteurs. 

Indien het Voorontwerp wet wordt, zal het van grote invloed zijn op de positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars (zoals schrijvers, journalisten, vertalers, componisten, regisseurs, software ontwikkelaars, acteurs, zangers, musici en beeldend kunstenaars), van exploitanten (zoals uitgeverijen, omroepen, platenmaatschappijen, film- en televisieproducenten, software bedrijven en werk- en opdrachtgevers) en van collectieve beheersorganisaties.

Inmiddels is ook het advies van 14 oktober van de Commissie Auteursrecht (“Commissie”) - die de regering, de Eerste en de Tweede Kamer adviseert over wetgeving op het terrein van het auteursrecht en de naburige rechten - op 25 oktober j.l. gepubliceerd. In deze blog geef ik een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie.

Exploitatiecontractenrecht
De Commissie adviseert allereerst om de wettelijke regeling van het auteurscontractenrecht niet te laten gelden in opdrachtsituaties; situaties waarbij een auteursrechtelijk werk wordt gemaakt op specifieke opdracht en met als primair doel het gebruik daarvan door de opdrachtgever. Denk bijvoorbeeld aan architectuur of het ontwerpen van logo’s of websites. Bij dat soort opdrachten ligt het volgens de Commissie veel minder voor de hand om de natuurlijke auteur een verdergaande bescherming te bieden. 

De Commissie stelt voor de reikwijdte van de regeling te beperken door deze alleen toepasselijk te laten zijn op contracten die betrekking hebben op ‘exploitatie’ van werken. De Commissie stelt in dat verband voor het Auteurscontractenrecht om te dopen tot het Exploitatiecontractenrecht.

Het voorgestelde model levert teveel rechtsonzekerheid op
De Commissie is kritisch ten aanzien van de meest in het oog springende veranderingen in het Voorontwerp: het niet overdraagbaar maken van het auteursrecht bij leven van de auteur en het recht van de auteur om een exclusieve licentie elke vijf jaar op te zeggen. Door die verandering kan de auteur dus de relatie met de exploitant van zijn werk in beginsel elke vijf jaar beëindigen. Dat zou innovatie en concurrentie stimuleren onder de exploitanten waardoor zij onder andere aangespoord worden om nieuwe, digitale distributiewijzen optimaler te benutten.

De Commissie is van mening dat onvoldoende is onderbouwd dat deze maatregelen inderdaad het gewenste effect zullen bereiken, namelijk het verbeteren van de positie van de individuele auteur. De Commissie vreest namelijk dat door de vijfjaarlijkse opzegmogelijkheid van de auteur, exploitanten mogelijk veel minder geneigd zullen zijn risico’s te nemen en mogelijk minder zullen willen betalen. Dit kan met name negatief uitpakken voor de kleinere of beginnende auteur.

Voorts past de niet-overdraagbaarheid van het auteursrecht volgens de Commissie niet goed in het Nederlandse vermogensrechtelijke systeem, zal de niet-overdraagbaarheid ook van toepassing zijn in situaties waarvoor die eigenlijk niet geschikt is, zoals de al genoemde opdrachtsituaties, en levert de vijfjaarlijkse opzegmogelijkheid praktische problemen op. Er zijn immers branches en werktypen waarvoor een exploitatietermijn van vijf jaar veel te kort is. Ook is nog onduidelijk wat de situatie is in het geval er meerdere auteurs meewerken aan de totstandkoming van een werk. Kunnen die dan elk afzonderlijk elke vijf jaar de exploitatie van het werk in het geheel tegenhouden, mogelijk zelfs in weerwil van de wens van de overige auteurs?

Een alternatief: non-usus en ‘koop breekt geen exploitatieplicht’
De Commissie komt dan ook met een alternatief. De Commissie stelt voor om de – overigens wel in het Voorontwerp opgenomen – non-usus regeling nader uit te werken. Die regeling houdt in dat indien een exploitant de rechten die hij heeft verkregen niet of in onvoldoende mate exploiteert, deze terugkeren naar de auteur. Daarmee kan volgens de Commissie grotendeels hetzelfde doel worden bereikt als met de niet-overdraagbaarheid in combinatie met de periodieke opzegbaarheid van licenties. 

De auteur moet zich dan wel betrekkelijk eenvoudig op die regeling kunnen beroepen. Daarom stelt de Commissie als flankerende maatregel voor om de bewijslast om te keren: de exploitant zou moeten bewijzen dat hij wel in voldoende mate exploiteert nadat door de auteur de stelling is ingenomen dat dit niet het geval is. 

Wat daarmee echter nog niet opgelost is, is het probleem dat zich voordoet wanneer de exploitant de aan hem overgedragen rechten weer verder heeft overgedragen aan een derde. De auteur kan dan wel bij de exploitant aankloppen en zijn rechten terugvragen, maar als de exploitant die rechten inmiddels niet meer heeft, kan hij ze ook niet teruggeven. Ook daar draagt de Commissie een oplossing voor aan: ‘koop breekt geen exploitatieplicht’. De auteur zou de non-usus regeling moeten kunnen inroepen ten opzichte van elke exploitant in de keten. Net zoals de huurder niet uit zijn woning kan worden gezet na de verkoop van het pand aan een derde.


De billijke vergoeding
De Commissie onderstreept het belang van een wettelijk recht op een billijke vergoeding voor de auteurs, maar is van mening dat verduidelijkt zou moeten worden dat de vergoeding ook nihil kan zijn en tevens in het honorarium begrepen kan zijn.

Meer duidelijkheid en bredere discussie over de regeling betreffende het filmcontractenrecht
De Commissie vindt dat artikel 45d Aw, betreffende het filmcontractenrecht, verder zou moeten worden verduidelijkt en dat met name uitgewerkt zou moeten worden op welke rechten het artikel van toepassing is, wat de criteria zijn die de hoogte van de billijke vergoeding bepalen, of de billijke vergoeding in één keer afgekocht kan worden en of de billijke vergoeding ook moet worden gegarandeerd bij gebreke aan een geschreven filmcontract.

De Commissie is verder van mening dat deze vragen moeten worden behandeld in een breder kader, waarbij zowel de problematiek rondom het filmcontractenrecht alsmede de problemen die nu spelen bij de omroep, waar de contractuele problemen van rechtenoverdracht buitengewoon groot zijn, moeten worden meegenomen. De Commissie adviseert het Ministerie van Justitie daarom de regeling van artikel 45d Aw in een aparte notitie uit te werken en dit als een aparte adviesaanvraag aan de Commissie voor te leggen.

BRON: Commissie Auteursrecht


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIE (1)

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.