NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Nederland te laat met implementatie cookie-wetgeving. Wat nu?

Nederland te laat met implementatie cookie-wetgeving. Wat nu?

Om uw surfgedrag te volgen wil Partij X een cookie installeren op uw computer. Klik op ‘Akkoord’ om dit toe te staan. Klik op ‘annuleren’ om dit te weigeren.”.

Een dergelijke pop-up venster kan het gevolg zijn van de inwerkingtreding van de vernieuwde e-Privacy richtlijn (“Richtlijn”)[1]. Deze richtlijn schrijft het namelijk voor, kort gezegd, dat lidstaten zorg moeten dragen dat de opslag van of toegang tot cookies alleen is toegestaan indien de website bezoeker toestemming heeft verleend, ná te zijn voorzien van duidelijke en volledige informatie omtrent onder meer de doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens. Als de cookies enkel worden gebruik voor de uitvoering van communicatie of om een bepaalde dienst te leveren, dan geldt deze verplichting niet. Met andere woorden: een cookie voor het winkelwagentje op een webshop mag gewoon geplaatst worden. Gaat het om cookies die jouw surfgedrag ‘tracken’, dan geldt de verplichting dat geïnformeerde toestemming moet zijn gegeven.

Op grond van artikel 5 van de Richtlijn diende Nederland uiterlijk vandaag, 25 mei 2011, de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken, die nodig zijn om aan de Richtlijn te voldoen. Nederlands is dus te laat.

Mogelijk ligt hier aan ten grondslag dat er nog altijd veel onduidelijkheid bestaat over welke toestemming moet worden verkregen en op welke manier. Gaat het om toestemming vooraf, of kan ook met achteraf worden volstaan? Moet voor de toestemming informatie worden gegeven, of kan dat ook achteraf? Kan worden volstaan met de instellingen van de internetbrowser?

Het eerste Nederlandse wetsvoorstel sprak van “ondubbelzinnige toestemming”. Dat betekent dat elke twijfel dient te zijn uitgesloten of de betrokkene zijn toestemming heeft gegeven. Instellingen van een internetbrowser zouden in dat geval niet voldoen. De Nederlandse wetgever heeft dit vereiste inmiddels laten vallen. Maar wat de invulling dan wel moet zijn, blijft vooralsnog onduidelijk. Het wetsvoorstel is nog niet door de Tweede Kamer. Ondertussen lokt de roep van zelfregulering.

Wat zijn nu de gevolgen van de te late implementatie door Nederland? De richtlijn verkrijgt rechtstreekse werking (ook wel ‘directe werking’ of ‘direct effect’ genoemd). Dat betekent dat de richtlijn – die normaal gesproken enkel is bestemd voor lidstaten en dus niet is gericht op particulieren – ook voor particulieren zal gelden. Zo kan een burger voor de nationale rechter een beroep doen op de bepaling uit de richtlijn tegenover de overheid. De gedachte achter de rechtstreekse werking is dat een overheid geen voordeel mag hebben van het eigen falen bij de implementatie (zie het Marshall arrest van het Europese Hof van Justitie (C-152/84)). De overheid kan door de burger aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van de implementatieproblemen (zie het Frankovich arrest van het Europese Hof van Justitie (C-6/90, C-9/90)).

Het probleem is echter dat alleen voldoende duidelijke en onvoorwaardelijke bepalingen rechtstreekse werking verkrijgen. ‘Duidelijkheid’ ziet op het vereiste dat het voor een rechter voldoende duidelijk moet zijn om de bepaling toe te passen. ‘Onvoorwaardelijk’ ziet op het vereiste dat de bepaling niet nog afhankelijk mag zijn van nog te nemen maatregelen of nog aan te nemen wetgeving om begrijpelijk of effectief te zijn.

Gezien deze vereisten denk ik niet dat de cookie-bepaling uit de e-Privacy richtlijn rechtstreekse werking zal hebben. Maar wat dan? Volgens Europees recht zijn nationale rechters in het geval een richtlijn geen rechtstreekse werking heeft, verplicht om het nationale recht zoveel mogelijk in het licht van de bepalingen te interpreteren (zie het Marleasing arrest van het Europese Hof van Justitie (C-106/89)). Echter: een overheidsorgaan kan zich niet ten opzichte van een particulier op de richtlijn beroepen (zie het Kolpinghuis arrest van het Europese Hof van Justitie (C-80/96)). Ook kan een particulier zich niet tegenover een andere particulier op de richtlijn beroepen (zie het Facini Dori arrest van het Europese Hof van Justitie (C-91/92)).

Kortom: Nederland ontkomt niet aan haar verplichtingen, door de richtlijn niet tenuitvoer te leggen; particulieren kunnen de richtlijn tegen de Nederlandse overheid gebruiken; en particulieren kunnen elkaar niet onderling aan de richtlijn houden.

De Tweede Kamer zal de cookie-wetgeving naar verwachting in juli 2011 behandelen.



[1] Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.