NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Model ex parte verbod in octrooizaak

Model ex parte verbod in octrooizaak

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft onlangs een ex parte verbod opgelegd in een octrooirechtelijke zaak. Het komt echter niet vaak voor dat een rechter een ex parte verbod toewijst in een octrooirechtelijke zaak. Tijdens mijn studie heb ik mijn scriptie geschreven over dit onderwerp. Het doet mij dan ook goed om te zien dat het ex parte verbod wel kán worden toegewezen in octrooizaken. In dit bericht zal ik een korte uitleg geven over (de vereisten voor) het ex parte verbod. Vervolgens zal ik e.e.a. op de beschikking toepassen.

Ex Parte

Een ex parte verbod is een verbodbevel, dat na een verzoek door de houder van een intellectueel eigendomsrecht, onder voorwaarden, door de voorzieningenrechter kan worden uitgevaardigd tegen een vermeende inbreukmaker op dat intellectueel eigendomsrecht, om de (dreigende) inbreuk daarop te voorkomen, zonder de vermeende inbreukmaker te horen.

Het ex parte verbod is neergelegd in artikel 1019e Rv. Vereisten die in dat artikel (en de jurisprudentie) worden genoemd zijn: dat er sprake moet zijn van (i) een intellectueel eigendomsrecht, (ii) spoedeisendheid, en (iii) een wettelijke grondslag.

(i) Intellectueel eigendomsrecht

Het lijkt voor de hand liggend dat één van de vereiste is dat er sprake moet zijn van een intellectueel eigendomsrecht (zoals bedoeld in Titel 15 Rv). Dit betekent echter dat géén ex parte verbod kan worden opgelegd in geval van slaafse nabootsing.

(ii) Spoedeisendheid

Ook is het van belang dat er sprake is van spoedeisendheid. Normaal gesproken moet in kort geding al sprake zijn van een spoedeisend belang (art. 254 Rv). Voor een ex parte verbod is echter een buitengewone spoedeisendheid noodzakelijk. Hierbij moet rekening worden gehouden met drie aandachtspunten: (a) het redelijkheidsvereiste: de spoedeisendheid moet redelijk zijn, vooral op basis van de ernst en de aard van de (dreigende) inbreuk; (b) het beginsel periculum in mora: de zaak is in het bijzonder spoedeisend indien uitstel onherstelbare schade zou veroorzaken; en (c) het subsidiariteitsbeginsel: indien een 'normaal' kort geding niet afgewacht zou kunnen worden (bijvoorbeeld wegens het zogenaamde 'surprise effect').

(iii) Wettelijke grondslag

Ten slotte moet er sprake zijn van een voldoende aannemelijke wettelijke grondslag (fumus boni iuris). Dit betekent dat het recht en de inbreuk actueel moeten zijn, en dat aannemelijk moet worden gemaakt dát er sprake is van een geldig (intellectueel eigendoms)recht en dát er sprake is van een inbreuk daarop. Deze wettelijke grondslag moet op het eerste gezicht (prima facie) duidelijk zijn.

Verder kan men nog denken aan eventuele bijkomstige vereisten zoals zekerheidsstelling, noodzakelijkheid (proportionaliteit en subsidiariteit) en een volledige en juiste weergave van de feiten.
 
Ex parte in octrooizaken 
De toepassing van ex parte verboden op octrooizaken blijkt vooral in het kader van de wettelijke grondslag nog al eens lastig. Totdat ik mijn scriptie had geschreven was er slechts één zaak bekend waarin een ex parte verbod in octrooizaak was gewezen (maar deze was in een later stadium opgeheven). Voor zover ik weet zijn tot nu toe slechts een paar andere zaken bekend waarin ex parte verboden zijn gewezen in octrooizaken.
 
Dit heeft mijns inziens enkele oorzaken: (i) de aard van octrooien en octrooizaken is complex; (ii) er bestaat vaak onzekerheid over de fumus boni iuris, de wettelijke grondslag; (iii) voor de beoordeling is vaak (technische) expertise nodig; en (iv) octrooien zijn (nog) niet europeesrechtelijk geharmoniseerd (maar de handhaving daarvan wel). 
 
Met dat in ogenschouw genomen, en enkele uitspraken, ben ik van mening dat er terughoudend moet worden om gegaan met het ex parte verbieden van vermeende inbreuken op octrooirechten. Voorts moet er rekening worden gehouden met het specifieke karakter van het geval en van het octrooirecht.
 
Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, Ex part beschikking van 8 januari 2010, KG RK 10-02, Street Surfing LLC tegen X
 
De voorzieningenrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat "X" inbreuk maakt op de octrooirechten van Street Surfing LLC. Het octrooi (= intellectueel eigendomsrecht) is in een eerder kort geding vonnis naar voorlopig oordeel geldig geacht (= fumus boni iuris).
 
Voorts werd in dat eerdere kort geding geoordeeld dat de in dat geding gedaagde partij inbreuk maakte op de octrooirechten van Street Surfing LLC. De producten in onderhavige zaak betreffen technisch gelijke producten (= aannemelijke inbreuk).
 
Tevens oordeelt de voorzieningenrechter dat voldoende aannemelijk is dat uitstel ten gevolge van de behandeling van de zaak op tegenspraak onherstelbare schade voor Street Surfing zal veroorzaken. ("De namaak-boards, die voor een fractie van de prijs van een origineel board (...) in een razend tempo via internet worden verkocht, elimineren de markt voor de originele boards van Street Surfing LLC volledig. De achterstand die hierdoor in de markt ontstaat zal niet meer kunnen worden ingehaald. Van belang is in dit kader te weten dat het waveboard (met toebehoren) het enige product is dat Street Surfing LLC aanbiedt. De schade aan de exploitatiemogelijkheden van het waveboard en daarmee aan de bedrijfsvoering van Street Surfing LLC zal dan ook onherstelbaar zijn.") (= buitengewone spoedeisendheid: redelijk, periculum in mora en subsidiair)
 
Kortom, een model ex parte beschikking voor octrooizaken!

 

BRON: boek9.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.