NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Meedoen aan een pitch: hoe zit dat juridisch?

Meedoen aan een pitch: hoe zit dat juridisch?

Enige tijd geleden schreef ik een blog naar aanleiding van een vonnis over de juridische kwalificatie van een pitch. Omdat ik op die blog veel reacties heb gekregen ben ik gaan onderzoeken  of er nog meer rechtspraak is over het meedoen aan een pitch en of daaruit voor de praktijk nuttige conclusies kunnen worden getrokken. Ik vond over de afgelopen 5 jaar een zestal vonnissen van verschillende rechtbanken.

Het probleem

De geschillen in de vonnissen gaan allemaal over de situatie dat de ene partij (voor het gemak in het vervolg ‘het bureau’) hard heeft gewerkt aan een pitch voor de andere partij (in het vervolg ‘opdrachtgever’) en dat de opdrachtgever de opdracht vervolgens niet aan het bureau gunt. Het bureau heeft dan tijd en geld geïnvesteerd zonder resultaat. In sommige gevallen is het bureau van mening dat de opdrachtgever de opdracht wel aan haar had moeten gunnen, en/of dat de opdrachtgever de ideeën uit de pitch door een ander heeft laten uitwerken.

Grofweg zijn er twee mogelijke juridische wegen te onderscheiden in deze problematiek, namelijk de contractrechtelijke en de auteursrechtelijke weg.

De contractrechtelijke weg

In veel zaken speelt de vraag of er op enige wijze een overeenkomst tot stand is gekomen tussen het bureau en de opdrachtgever. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod door de ene partij, dat wordt aanvaard door de andere partij.

Een pitchtraject begint meestal met een uitnodiging van de opdrachtgever aan het bureau om aan de pitch deel te nemen. De deelnemende bureaus ontvangen dan een briefing, op basis waarvan ze de pitch voorbereiden.

De vraag die in enkele zaken opkwam is of de opdrachtgever in zo’n geval verplicht is om een van de deelnemende bureaus de opdracht te gunnen. In een zaak bij de rechtbank Amsterdam werd geoordeeld van niet. De uitnodiging om deel te nemen werd gekwalificeerd als een uitnodiging om een aanbod te doen. De pitch zelf wordt dan gezien als het aanbod en er komt pas een overeenkomst tot stand als de opdrachtgever de pitch aanvaardt. De opdrachtgever kan er dan ook voor kiezen om geen van de aanboden te aanvaarden en dan komt er geen overeenkomst tot stand.

In een zaak bij de rechtbank Dordrecht was dat anders. Daar oordeelde de rechter dat er wel een overeenkomst was ontstaan, ook al werd de pitch van het bureau niet aanvaard. Verschil met de Amsterdamse zaak is dat hier voorafgaand aan de daadwerkelijke pitch was afgesproken dat het bureau met het beste voorstel de opdracht zou krijgen. Er is dan een voorovereenkomst tot stand gekomen waaruit blijkt dat de opdrachtgever verplicht is om de opdracht aan het bureau met het beste voorstel te gunnen. In dit geval had de opdrachtgever haar keuze op organisatorische redenen gebaseerd in plaats van kwaliteitsredenen, wat volgens de rechter een wanprestatie inhoudt. De opdrachtgever moet dan ook de schade van het bureau vergoeden.

Soms wordt nog een beroep gedaan op een schadeplicht op grond van het afbreken van onderhandelingen (bijvoorbeeld in deze zaak en deze zaak). Dit is in mijn ogen in de meeste gevallen geen kansrijke weg. De opdrachtgever is alleen verplicht om schade te vergoeden wanneer het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar was in verband met het gerechtvaardigd vertrouwen bij het bureau dat er een overeenkomst tot stand zou komen. In geval van een pitch is van dergelijk totstandkomingsvertrouwen niet snel sprake, omdat er meestal meerdere bureaus meedoen aan de pitch. Pas wanneer het bureau ervan uit mocht gaan dat de opdracht aan haar gegund zou worden, kan er mogelijk ruimte zijn voor schadevergoeding.

De auteursrechtelijke weg

Naast de contractrechtelijke weg bestaat de auteursrechtelijke weg. De grootste uitdaging bij de auteursrechtelijke weg is dat de opdrachtgever alleen het idee van de pitch overneemt, terwijl een idee niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Dat was bijvoorbeeld het geval in de zaak over een reclameconcept  en een zaak over een babykadobon. Zoals ik al schreef in mijn vorige blog, kan alleen de uitwerking van een idee beschermd zijn. Daarbij valt de denken aan concrete teksten, logo’s of andere ontwerpen.

Wat nou als de opdrachtgever ook de concrete uitwerking van het idee uit de pitch van een bureau gebruikt? Bijvoorbeeld als de opdrachtgever een ander bureau de opdracht geeft om een ontwerp uit de pitch verder uit te werken. Wanneer dat tot gevolg heeft dat de auteursrechtelijk beschermde trekken van het ontwerp in zodanige mate (kwalitatief of kwantitatief) worden overgenomen dat het ontwerp van het andere bureau niet als een zelfstandig werk kan worden gezien, is er sprake van inbreuk op het auteursrecht. Dat was bijvoorbeeld het geval in deze zaak over foto’s van koffiekopjes, deze zaak over etiketten van bierflesjes en deze zaak over een beursstand.

Omdat een pitch vaak gebaseerd is op de briefing van de opdrachtgever, wordt door de opdrachtgever soms nog aangevoerd dat juist zij auteursrechten heeft op het ontwerp van het bureau. Dit met een beroep op artikel 6 van de Auteurswet. Zo’n argument heeft weinig kans van slagen. Natuurlijk zal de briefing instructies en vereisten bevatten voor het ontwerp, maar het idee van een pitch is nu juist dat de creatieve keuzes van verschillende bureaus worden vergeleken. Als er daadwerkelijk sprake zou zijn van zodanige leiding en toezicht door de opdrachtgever dat het auteursrecht aan de opdrachtgever moet toekomen, dan zouden de pitches van de verschillende deelnemende bureau hooguit op detailniveau van elkaar moeten verschillen (zie bijvoorbeeld deze zaak en deze zaak).

Conclusie

Vaak wordt gekozen voor een combinatie van de contractrechtelijke en de auteursrechtelijke weg, maar uit mijn kleine onderzoek blijkt dat de auteursrechtelijke weg het meest kansrijk is. Deze weg kan echter niet slagen als er alleen een idee wordt overgenomen.

Rechters nemen bij een pitch niet snel aan dat er een voorovereenkomst tot stand is gekomen. Dat is ook niet vreemd, aangezien in het maatschappelijk verkeer over het algemeen aanvaard wordt dat het investeren in en verliezen van een pitch behoort tot het normale bedrijfsrisico. Pas als partijen een afspraak hebben gemaakt over de pitch, kan dat anders zijn.

Indien je meedoet aan een pitch is het dan ook verstandig om afspraken te maken met de opdrachtgever. Het kan dan gaan om de afspraak dat je (een deel van) je kosten voor het pitchen vergoed krijgt als je niet wint (of alleen als je wel wint). Er kan ook afgesproken worden dat de opdrachtgever in ieder geval één van de pitchende bureaus moet kiezen en daarbij kunnen zelfs de selectiecriteria afgesproken worden.

Lastiger is het om ervoor te zorgen dat de opdrachtgever er niet vandoor gaat met je idee. Dat is namelijk niet auteursrechtelijk beschermd. De enige manier om dit te voorkomen is door met de opdrachtgever een overeenkomst te sluiten, waarin je aangeeft dat de inhoud van de pitch niet gebruikt mag worden door een derde of de opdrachtgever zelf, zonder jouw toestemming. De meeste opdrachtgevers zullen zo'n overeenkomst niet snel aangaan.

Ook de inhoud en handhaving van zo'n overeenkomst is lastig, omdat je daarmee feitelijk een idee wil beschermen. Het is dan zaak om het idee zeer zorgvuldig en specifiek te beschrijven in de overeenkomst zodat duidelijk is wat er wel en wat er niet onder valt. Bovendien zal het in de meeste gevallen moeilijk te bewijzen zijn dat de opdrachtgever een bepaald idee van jouw pitch heeft en niet zelf al had verzonnen of het van een ander heeft.



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.