NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Licentieweigering & mededingingsrecht, schets van een PhD

Licentieweigering & mededingingsrecht, schets van een PhD

In een recente editie van het tijdschrift AMI (2009-5) heeft Sophie van Loon haar proefschrift samengevat. De titel van haar proefschrift luidt: “ Licentieweigering als misbruik van machtspositie, artikel 82 EG en de belemmering van innovatie”. Die vraag die zij beantwoordt luidt: kan een onderneming verplicht worden haar intellectuele eigendom met concurrenten te delen? In deze blogpost bespreek ik enkele kernpunten van haar proefschrift.

 

Zoals de lezer waarschijnlijk weet is een intellectueel eigendomsrecht een recht dat exclusief de maker (of zijn rechtsopvolger) toekomt. Deze mag – voor een bepaalde periode – zelf beslissen over wat er met zijn werk gebeurt. Het staat hem vrij om iedereen het gebruik van zijn werk te verbieden, zodat hij de enige is die het werk mag exploiteren. In theorie stimuleert het (investering in) innovatie, creativiteit en andere deugden. Dit wordt als het bestaanrecht van een IE recht gezien.

 

In mededingingsrechtelijke jurisprudentie wordt betoogd dat het weigeren van een licentie onder omstandigheden kan worden gezien als een misbruik van een machtspositie. De rechter kan in zulke gevallen een gedwongen licentie opleggen. Echter, het weigeren van een licentie is volgens van Loon slechts een misbruik van een machtspositie als daardoor innovatie aantoonbaar wordt belemmerd.

 

Door iemand te dwingen een licentie te geven wordt de kern van het IE recht volgens van Loon uitgehold. Een ander bepaalt immers voor de rechthebbende wat hij met zijn recht moet doen. Hiermee wordt de prikkel om te investeren in innovatie weggenomen.

 

Europese rechtbanken hanteren geen duidelijk toetsingskader voor de vraag wanneer innovatie wordt belemmerd. In de zaak mededingingszaak tegen Microsoft heeft het Gerecht van Eerste Aanleg bijvoorbeeld bepaald dat er een niet-limitatieve lijst van uitzonderingen is op de vraag wanneer een licentieweigering misbruik van een machtspositie vormt.

 

Volgens van Loon is sprake van een gerechtvaardigde gedwongen licentie indien de rechthebbende aantoonbaar innovatie belemmert. Maar hoe toon je dit aan? Van Loon met de volgende afweging. Het betreft het belang van het bewerkstelligen van innovatie in een bepaalde markt of sector:

 

“Wordt dit belang (beter) gediend met het opleggen van een verplichte licentie, of juist door de houder van het intellectuele eigendomsrecht zijn exclusieve recht ongestoord te laten uitoefenen?

 

De aard van de marktafbakening die in het mededingingsrecht wordt gehanteerd druist in tegen de aard van een exclusief intellectueel eigendom. Al snel zal geconcludeerd worden dat een IE rechthebbende een machtspositie heeft, omdat hem immers een exclusief, mededingingsuitsluitend recht is gegund. Van Loon stelt voor een marktanalyse voor innovatie te creëren, die rekening houdt met mededinging die ziet op de vervanging van bestaande producten.

 

Volgens van Loon zou een nieuwe soort test gebaseerd kunnen zijn op het criterium van een nieuw product. Zij grijpt hiervoor terug op de zaken Magill en IMS Health. Haar redenering is als volgt: “Pas als een IE-recht zijn doel voorbij schiet en innovatie tegenhoudt, kan er sprake zijn van enig misbruik in de zin van het mededingingsrecht.” Van belang is daarbij een “potentiële vooruitgang van aanzienlijke economische betekenis.” Een rechter moet dus kunnen beoordelen of de introductie van een innovatief product wordt belemmerd doordat een partij een licentie weigert. Indien hij tot de conclusie komt dat innovatie wordt belemmerd moet hij oordelen dat een gedwongen licentie gerechtvaardigd is. Van Loon geeft toe dat moeilijk te beoordelen is wanneer hiervan sprake is en suggereert dat het IE recht innovatie beter kan waarborgen dan het mededingingsrecht.

BRON: Ami-online.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.