NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Lagere straffen voor kopschoppers

Lagere straffen voor kopschoppers

De rechtbank Oost-Brabant (zittingsplaats Den Bosch) heeft gisteren uitspraak gedaan in de zaak waarbij een jongen ernstig mishandeld werd in Eindhoven eerder dit jaar. De zaak kwam groots in het nieuws doordat de politie een opname van de mishandeling openbaar maakte. Op deze opname is te zien dat het slachtoffer tegen het hoofd wordt getrapt terwijl hij op de grond ligt. Naar aanleiding van dit filmpje wordt de zaak in sommige media ook wel als de ‘kopschoppers’ zaak aangeduid. Aan de hand van het filmpjes zijn alle acht de betrokkenen geïdentificeerd.

 

Uit reacties op onder meer Twitter en Facebook blijkt nu dat er onvrede is over de opgelegde straffen. Vooral het feit dat de rechtbank  strafvermindering heeft toegepast omdat de privacy van de verdachten zou zijn geschonden, kan op weinig sympathie rekenen.

 

Deze zaak roept de vraag op in welke gevallen de politie beelden van verdachten op internet mag plaatsen.

 

Wet politiegegevens

Het herkenbaar in beeld brengen van verdachten op tv en via het internet  vormt een inbreuk op de privacy van die verdachten. Dit betekent echter niet dat de publicatie van filmpjes en foto’s van verdachten per definitie verboden is. Een inbreuk op de privacy kan geoorloofd zijn als die inbreuk een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is in een democratische samenleving.

 

In dit geval voorziet de Wet politiegegevens (“Wpg”) in een dergelijke wettelijke basis. De Wpg is namelijk specifiek van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens die in het kader van de uitoefening van de politietaak worden verwerkt. Dat het bij publicatie van het filmpje om persoonsgegevens gaat is duidelijk, de verdachten komen immers herkenbaar in beeld.

 

De Wpg bepaalt onder welke voorwaarden en met inachtneming van welke waarborgen persoonsgegevens (in de Wpg politiegegevens genoemd) mogen worden gebruikt. In het licht van de mishandeling in Eindhoven is vooral artikel 19 Wpg van belang. Dit artikel bepaalt dat de politie in bijzondere gevallen en voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang politiegegevens kan verstrekken aan derden voor een beperkt aantal doelen. Het ter beschikking stellen aan derden van  door middel van camera’s verkregen beeldmateriaal valt onder het verstrekken van politiegegevens aan derden. Eén van de doelen op grond waarvan politiegegevens kunnen worden verstrekt aan derden is het opsporen van strafbare feiten

 

Op grond van het bovenstaande dient beoordeeld te worden of het verstrekken van de gegevens door de politie met het oog op een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk was. Het noodzakelijkheidcriterium betekent dat aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit moet zijn voldaan voordat de opnames gepubliceerd mogen worden. Het is proportioneel om de beelden te verstrekken wanneer de zwaarte van dit middel in verhouding staat tot het beoogde doel. De ernst van het feit speelt hierbij een belangrijke rol. In de Eindhovense zaak ging het onder meer op poging tot doodslag.

 

In een recente uitspraak (25 juni 2013) in een vergelijkbare zaak, waar het ging om een mishandeling in het uitgaansgebied in Oosterhout,  bepaalde de rechtbank dat de opsporing van dergelijke misdrijven een zwaarwegend algemeen belang is gediend. Daarbij werd tevens in aanmerking genomen dat de gebeurtenissen in volle openbaarheid hebben plaatsgevonden in een uitgaansgebied en de rechtsorde ernstig hebben geschokt. Daarmee was aan de het vereiste van proportionaliteit voldaan. Dit lijkt mij ook te gelden voor de Eindhovense zaak.

 

Waar het voor het OM mis gaat, is de subsidiariteit. Het gaat daarbij om de vraag of de opsporing van de verdachte met behulp van een minder belastend opsporingsmiddel had kunnen plaatsvinden. In de Eindhovense zaak lijkt het vooral te gaan om de vraag of niet eerst foto’s van de beelden gepubliceerd hadden moeten worden. Dit werd al betoogd door de advocaat van de vrijgesproken Stefano B in een interview met nu.nl. De rechtbank lijkt dus in dit betoog te zijn mee gegaan. De politie had eerst foto’s moeten publiceren. Door direct de opnames te publiceren is niet aan het vereiste van subsidiariteit voldaan.

 

Ook in de zaak uit Oosterhout ging het voor het OM mis bij de subsidiariteit. Het grote verschil met de zaak uit Eindhoven is echter dat de politie in Oosterhout al verdachten in het vizier had. Het verstrekken van de beelden ging daarmee een stap te ver. Volgens de rechtbank had de politie de verdachten zelf moeten confronteren met de beelden. In de Eindhovense zaak waren er echter geen verdachten en probeerde de politie deze met de beelden juist te vinden.

 

Aanwijzing opsporingsberichtgeving

Naast artikel 19 Wpg is ook de Aanwijzing opsporingsberichtgeving van 16 maart 2009 (“Aanwijzing”) van belang. Deze Aanwijzing bevat beleidsregels over de inzet van opsporingsberichtgeving.  Daarbij gaat het om een opsporingsmiddel waarbij de hulp van het publiek wordt ingeroepen via de media en andere openbare berichten. De Aanwijzing bepaalt dat eerst een belangenafweging plaatsvindt zoals bedoeld in artikel 19 Wpg, voordat beelden worden verspreid. Publicatie op landelijk niveau gebeurt onder verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie welke ook toestemming te geven voor het gebruik van opsporingsberichtgeving.

 

Uit de berichtgeving omtrent de uitspraak is af te leiden dat de formele procedures uit de Aanwijzing niet zijn gevolgd. Zo zou de hoofdofficier van justitie niet betrokken zijn geweest bij het verstrekken van het filmpje voor publicatie. Ook in de zaak uit Oosterhout werden de formele procedures uit de Aanwijzing niet nageleefd. Ook daar speelde dit mee in het verlagen van de strafmaat.

 

Wordt vervolgd

De conclusie is, kort samengevat, dat de politie volgens de rechtbank te vroeg heeft besloten om de beelden openbaar te maken. De openbaarmaking was niet noodzakelijk voor het nagestreefde doel, het opsporen van de daders. De politie had moeten beginnen met minder vergaande middelen, zoals het publiceren van  foto’s van de opnames. Daarnaast had de politie de formele procedures van de Aanwijzing moeten naleven.

 

Het OM blijft in ieder geval bij het standpunt dat het publiceren van het filmpje een goede methode was omdat er geen andere mogelijkheid was om de verdachten op te sporen. Het OM heeft dan ook aangegeven in beroep te gaan tegen de straffen zoals opgelegd aan Brent L. en Tom K. Het Hof zal zich nu over de afweging van belangen mogen buigen. Wordt vervolgd dus.

 

Lees hier het volledige bericht



PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.