NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Kwaliteit en Innovatie (KEI): op naar de digitale basisprocedure

Kwaliteit en Innovatie (KEI): op naar de digitale basisprocedure

Gistermiddag vond in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de consultatie-bijeenkomst over de zogenaamde KEI-wetgeving voor de advocatuur plaats. Tijdens deze bijeenkomst gaven vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie en de Raad voor de Rechtspraak korte inleidingen over het KEI-programma en het thans voorliggende wetsvoorstel, waarna een interessant en constructief debat plaatsvond met de aanwezige advocaten, vertegenwoordigers van de NOVA en andere belangstellenden over het wetsvoorstel.

KEI staat voor Kwaliteit en Innovatie. Het programma kent twee delen: KEI wetgeving, belegd bij het Ministerie van Justitie, en KEI digitalisering en innovatie van de rechtsgang, belegd bij de Raad voor de Rechtspraak. In deze blog zal ik nader ingaan op de wetgeving. Een volgende blog zal inzoomen op de digitalisering.

KEI Wetgeving

OverheidOp 24 oktober jl. is het Voorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene Wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht gepubliceerd ten behoeve van de (internet)consultatie. De uiterste datum waarop gereageerd kan worden op het wetsvoorstel is 20 december 2013. 

De meeste wijzigingen betreffen Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is meer recent nog aangepast. Het thans voorliggende voorstel betreft wijzigingen in Boek 1 Rv en de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Awb. Een voorstel over de aanpassing van hoger beroep en cassatie is nog in voorbereiding. Verder zullen technische aanpassingen in het bewijsrecht, boek 2 en boek 3 Rv en overige wetgeving nodig zijn. De wijze waarop het voorstel wordt voorgelegd is op zich al innovatief. Anders dan normaal, geeft het voorstel in de vorm van een mark-up op de huidige tekst, met “track changes” aan welke aanpassingen worden beoogd.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op aanbevelingen vanuit de zogenaamde “Goede Vrijdag Conferentie”, vastgelegd in een Startnotitie.

Kort samengevat  beoogt het wetsvoorstel het burgerlijk procesrecht te vereenvoudigen en de burgerlijke rechter een regiefunctie in het proces te geven. De procedures zullen gedigitaliseerd worden, waarover in een latere blog meer.

 

Vereenvoudiging burgerlijk procesrecht

De procedure kent nog maar één inleidend stuk, het verzoekschrift. Met het verzoekschrift kunnen zowel vorderingen (eisen) worden ingesteld, als verzoeken worden ingediend.  Dit zal, gefaseerd vanaf juni 2015, voor professionele partijen zoals advocaten uitsluitend digitaal kunnen geschieden, ook is de verdere procesgang digitaal (art. 77b lid 1 wetsvoorstel). De stukken moeten worden voorzien van een elektronische handtekening die voldoet aan de vereisten van de artikelen 15a, lid 2 t/m 6 en 15b van boek 3 BW (art. 77b lid 3 wetsvoorstel). Bij AmvB zullen nadere vereisten worden gesteld aan de opmaak en de inrichting van de stukken (art. 35 lid 2 wetsvoorstel).

Volgens het wetsvoorstel (art. 77c) wordt het tijdstip waarop een stuk door de rechter digitaal is ontvangen bepaald door het tijdstip waarop het bericht het systeem voor gegevensverwerking van de rechtspraak heeft bereikt. Er wordt in het voorstel voorzien in de verschoonbare termijnoverschrijding (art. 77b lid 7): indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest bij het ten onrechte indienen op papier of bij het te laat indienen, blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege. De Memorie van Toelichting (MvT) geeft als het enige voorbeeld van zo’n verschoonbare termijnoverschrijding een verstoring in het digitale systeem van de rechtspraak. Tijdens de consultatiesessie is bepleit dat ook naar andere verstoringen, zoals bijvoorbeeld een grote stroomstoring, gekeken zou moeten worden en bij voorkeur ook meerdere voorbeelden – als richtlijn voor de rechter – in de MvT opgenomen zouden moeten worden. De advocatuur heeft straks immers geen keuze en zal verplicht op digitale wijze de stukken moeten indienen. Ook oorzaken die buiten het systeem van de rechtspraak liggen, maar te kwalificeren zijn als overmacht, zouden voor de advocaten tot een verschoonbare termijnoverschrijding moeten leiden. De wetgevingsjuristen van V&J gaven aan dit mee te zullen nemen. Tegelijk werd aangegeven dat een crash van de eigen computer of het plat liggen van het eigen computersysteem niet als overmacht zou worden gezien, evenmin als het om “10 voor 12” uploaden van vele MB’s.

Termijnen voor het indienen van stukken zullen aanzienlijk worden verkort en ook zal er alleen bij uitzondering uitstel worden verleend. Dit moet tot een versnelling van de procedure leiden. Deze versnelling geldt ook voor de rechter. Artikel 77s van het wetsvoorstel legt vast dat er in kantonzaken binnen vier weken en in andere zaken binnen zes weken na afloop van de mondelinge behandeling uitspraak moet worden gedaan. Wel kent het artikel in lid 2 een escape: in bijzondere omstandigheden kan de rechter de termijn verlengen. Op hoe vaak de rechter dit kan doen zit geen limiet en wat “bijzondere omstandigheden zijn” blijkt niet uit de MvT. In hoeverre er dus echt sprake gaat zijn van wederkerigheid ten aanzien van de beoogde versnelling is de vraag. Hier zullen ongetwijfeld tijdens de consultatie nog opmerkingen over worden gemaakt.

 

Regiefunctie van de rechter

Conform artikel 77m van het wetsvoorstel wordt er meteen nadat de verweerder in de procedure is verschenen (of direct na indienen van het verzoekschrift in een verzoekprocedure) een mondelinge behandeling gepland. Deze mondelinge behandeling vormt, aldus de MvT, het hart van de nieuwe basisprocedure. Uitgangspunt is dat de rechter na de mondelinge behandeling uitspraak kan doen. Tijdens de mondelinge behandeling (zie art. 77n van het wetsvoorstel) kan de rechter inlichtingen verzamelen, door partijen hun stellingen kort mondeling laten toelichten, gebruikt worden om partijen hun stellingen nader te laten onderbouwen, bijvoorbeeld met getuigen of deskundigen, of met nader, ander bewijs. Uiteraard zal ook de mogelijkheid tot schikking beproefd kunnen worden.

Van belang voor de advocatuur is te weten dat het pleidooi zoals we dat nu kennen verdwijnt. U leest het goed. Het pleidooi verdwijnt. Dit staat ook letterlijk zo in de MvT. De MvT geeft aan dat de korte toelichting zoals genoemd in artikel 77n van het wetsvoorstel niet bedoeld is “om partijen alsnog te laten pleiten.” Uiteraard werden hier vragen over gesteld tijdens de consultatiesessie. De wetgevingsjuristen van V&J wezen erop dat conform artikel 77t van het wetsvoorstel de rechter in complexe zaken maatwerk kan leveren en dus bijvoorbeeld kan toestaan dat er wel ruimte is voor een pleidooi of langere mondelinge toelichting. Maar dit wordt dus een uitzondering (de MvT vermeldt dat de verwachting is dat in 90-95% kan worden volstaan met de basisprocedure) , daar waar het nu een recht is. Ik verwacht dan ook dat hier het laatste nog niet over gezegd zal zijn tijdens de consultatie van dit wetsvoorstel…

 

BRON: Wetsvoorstel en aanverwante stukken


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.