NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Kwalificatie "verbrekingsvergoeding" als boete

Kwalificatie "verbrekingsvergoeding" als boete


De rechtbank Amsterdam heeft recent een uitspraak gedaan met betrekking tot de kwalificatie van een zogenaamde verbrekingsvergoeding. Je ziet dergelijke contractuele vergoedingen in alle soorten en maten, met name bij contracten voor bepaalde tijd. Mocht het contract tussentijds eindigen, dan dient de opdrachtgever, althans de niet-leverende partij, doorgaans een vergoeding te betalen. Ratio: de leverancier gaat uit van een bepaalde omzet ivm een bepaalde contractsduur, en die loopt hij mis bij tussentijdse beëindiging. Maar hoe kwalificeer je een dergelijke bepaling?

In deze zaak van de rechtbank Amsterdam gaat het om een forfaitaire vergoeding bij contractbreuk. De rechtbank kwalificeert deze vergoeding als een boeteclausule. Het belang daarvan is gelegen in de verhouding tot de (aanvullende) schadevergoeding. De wet bepaalt dat een boetebeding de schade fixeert, tenzij de partij die de boete contractueel oplegt zijn recht op aanvullende schade expliciet voorbehoudt. Dat is dus ook meteen het punt van aandacht bij dergelijke bedingen, namelijk let er op een vergoedingsbepaling als boete kan kwalificeren en denk aan het recht op aanvullende schadevergoeding. 

Hierna volgt een kort overzicht van de belangrijkste punten uit het vonnis van de rechtbank Amsterdam.

RECHTSVRAAG

"Vervolgens is de vraag aan de orde of [gedaagde] ook het door Proximedia gevorderde bedrag van € 3.447,60 aan verbrekingsvergoeding aan haar zal moeten betalen. Proximedia verwijst voor deze vordering naar artikel 7.1 van de overeenkomst. Dit artikel luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…) De Abonnee kan evenwel besluiten om de Overeenkomst te ontbinden mits de betaling van een ontbindingsvergoeding gelijk aan 60% van de nog niet vervallen maandelijkse termijnen voor de lopende periode. In alle andere gevallen van vervoegde contractbreuk door een handeling of een overtreding door de Abonnee, is deze ook gehouden om aan PROXIMEDIA, bij wijze van forfaitaire vergoeding, een som te betalen gelijk is aan 60% van de nog niet vervallen maandelijkse betalingen voor de lopende periode.” 

BEOORDELING

 [gedaagde] stelt dat artikel 7.1 een onredelijk bezwarend beding is (als bedoeld in artikel 6:233 jo. 237 sub i BW) en heeft de vernietiging van de bepaling ingeroepen. Dit beroep van [gedaagde] op (de reflexwerking van) de grijze lijst kan [gedaagde] evenwel niet baten. Artikel 6:237 sub i BW ziet immers op de situatie dat een overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekortgeschoten. Hier doet zich echter de situatie voor dat Proximedia de overeenkomst heeft beëindigd (ontbonden) omdat [gedaagde] zijn (betalings)verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, zodat het beding opgenomen in de tweede zin van artikel 7.1 hier de relevante bepaling is.

Het beding opgenomen in de tweede zin van artikel 7.1 van de overeenkomst is aan te merken als een boetebeding in de zin van artikel 6:91 BW, nu [gedaagde] is gehouden in het geval van tekortkoming in de nakoming van zijn verbintenis een verbrekingsvergoeding (een forfaitaire schadevergoeding of boete) aan Proximedia te betalen ter hoogte van 60% van de resterende termijnen. Aangezien [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten, is het op zich redelijk dat hij de dientengevolge door Proximedia geleden schade moet vergoeden. Artikel 7.1 is dan ook als zodanig niet als onredelijk bezwarend aan te merken. Hierbij wordt meegewogen dat de rechtbank op grond van artikel 6:94 lid 1 BW de bevoegdheid heeft om de hoogte van de boete (de verbrekingsvergoeding) te matigen.

De rechtbank leest in het verweer van [gedaagde] tegen de hoogte van de verbrekingsvergoeding (volgens [gedaagde] is deze vergoeding “onredelijk”) een beroep op matiging van de verbrekingsvergoeding op grond van artikel 6:94 lid 1 BW. De rechtbank heeft de bevoegdheid de verbrekingsvergoeding (boete) te matigen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist. Dit kan onder meer het geval zijn als de boete (verbrekingsvergoeding) in geen enkele verhouding staat tot de door Proximedia daadwerkelijk geleden schade. Proximedia heeft aangevoerd dat zij het grootste deel van de kosten voor de uitvoering van de overeenkomst maakt in de eerste maanden van de looptijd van de overeenkomst. Dan wordt immers de laptop aangeschaft en geïnstalleerd en worden andere investeringen gedaan. Volgens Proximedia bedragen de kosten verbonden aan een contract “met pc en website” € 3.642,= en voor alleen een website € 1.965,=. In dit geval is geen website ontworpen, zodat de kosten die Proximedia in verband met het onderhavige contract heeft gemaakt € 1.677,= bedragen. Zoals hiervoor is overwogen, zal [gedaagde] aan Proximedia een bedrag van € 2.710,92 aan (achterstallige) termijnen moeten betalen. Dit betekent dat met deze betaling niet alleen de (investerings)kosten die Proximedia heeft gemaakt volledig zijn vergoed, maar dat zij op het contract met [gedaagde] ook in ieder geval een winst heeft gemaakt van ruim € 1.000,=. Proximedia zal gedurende de rest van de looptijd van de overeenkomst geen winst meer maken, maar daar staat tegenover dat zij vanaf het moment dat de overeenkomst is geëindigd ook geen kosten meer hoeft te maken. Nu Proximedia haar investering reeds ruimschoots heeft terugverdiend, is de contractuele verbrekingsvergoeding, die – zo stelt Proximedia immers – vooral is bedoeld om de investeringskosten te dekken, ten bedrage van € 3.447,60 buitensporig hoog. Dit neemt niet weg dat het op zich niet onredelijk is dat Proximedia nog enige vergoeding krijgt voor de winst die zij misloopt wegens de voortijdige beëindiging van de overeenkomst. De rechtbank zal op grond van al het voorgaande de boete (verbrekingsvergoeding) matigen tot € 300,=. "

Lees hier de uitspraak.

 

 

BRON: rechtspraak.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.