NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Kosten deskundige in IE-zaken zijn proceskosten

Kosten deskundige in IE-zaken zijn proceskosten

In de zilveren pennenetuis-zaak (tussen Hema/ Albert Heijn) wordt de vergoeding voor de door gedaagde (AH) gemaakte deskundige-kosten deels toegewezen en wel op basis van artikel 6:96, lid 2 BW. Dat is vreemd en was onnodig.

Ten eerste gaat het hier eigenlijk om proceskosten; kosten gemaakt ten behoeve (ter voorbereiding) van een procedure. En niet, om zogenaamde kosten ter voorkoming of beperking van schade (art. 6:96, lid 2, sub a BW); ter vaststelling van schade (sub b); noch ter verkrijging van voldoening buitenrechte (sub c).

Wat betreft deze laatste twee (sub b en c) is in lid c uitdrukkelijk bepaald dat deze kosten onder de proceskosten vallen en dus niet als buitengerechtelijke kosten c.q. vermogensschade worden aangemerkt.[1]
Voorst gaat het in artikel 6:96, lid 2 BW in beginsel om kosten gemaakt door de eisende partij en niet om de kosten gemaakt door de in het gelijk gestelde (gedaagde) partij. Let wel: AH was gedaagde in deze.

Ten tweede is het frappant dat deze deskundige kosten zijn toegewezen op grond van artikel 6:96 BW, terwijl dat dan eigenlijk een toewijzing van een vordering in reconventie (tot vergoeding van geleden vermogensschade) is, terwijl uit het vonnis niet blijkt dat een reconventionele vordering is ingesteld.

Niet dat ik het niet eens ben met toewijzing van deskundige kosten, maar de redelijke en evenredige deskundige kosten hadden op basis van artikel 1019h Rv. kunnen worden toegewezen. Het was immers een IE-zaak. En artikel 1019h Rv. biedt ook de mogelijkheid daarvoor. Niet alleen de advocaatkosten, maar de kosten van derden komen voor volledige vergoeding in aanmerking. Daaronder worden ook de kosten van gemachtigden, zowel op het gebied van het octrooi-, als het merken- en het modellenrecht, gerekend, zoals uit de wetsgeschiedenis blijkt. [2]

In de Indicatietarieven in IE-zaken (oktober 2010) staat onder punt 3) dat de indicatietarieven slechts betrekking hebben op de advocaatkosten en echter niet op de kosten van deskundige. Dat betekent enerzijds dat de indicatietarieven slechts van toepassing zijn op de advocaatkosten, en anderzijds dat de deskundige kosten daarnaast apart voor vergoeding in aanmerking komen (maar niet onder het indicatietarieven-regime vallen), maar wel onder proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv. Dat betekent dus NIET dat de deskundige kosten in hun geheel niet voor vergoeding onder artikel 1019h Rv. in aanmerking komen.

Lees hier het vonis.



[1] Zie ook Oosterveen, 2009 T&C BW, art. 6:96 BW, aant.5.

[2] Zie Vergaderjaar 2006-2007, Kamerstuk 30392 nr. C, MvA, p. 2.

BRON: IE-forum.nl


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.