NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Kabinet: briefgeheim krijgt “update”, artikel 13 Grondwet aangepast aan het digitale tijdperk

Kabinet: briefgeheim krijgt “update”, artikel 13 Grondwet aangepast aan het digitale tijdperk

Vorige week heeft het kabinet gereageerd op het advies van de Staatscommissie Grondrechten 2010. De Staatscommissie had de taak opgedragen gekregen de regering te adviseren over de noodzaak tot wijziging van de Grondwet.

In haar rapport van november 2010 stelt de Staatscommissie vast dat de Grondwet nog steeds een “solide basis” vormt voor de Nederlandse rechtsorde. Een absolute noodzaak tot wijziging ontbreekt. Wel stelt de Commissie voor om een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen, waarin is vastgelegd dat Nederland een democratische rechtsstaat is, dat de overheid de menselijke waardigheid, de grondrechten en de fundamentele rechtsbeginselen eerbiedigt en waarborgt, en dat openbaar gezag alleen wordt uigeoefend krachtens de Grondwet of de wet. Een dergelijke bepaling zou de normatieve kracht van de Grondwet vergroten, zo stelt de Commissie.

Verder concludeert de Commissie dat de Grondwet, ondanks het feit dat een constitutionele noodzaak tot wijziging ontbreekt, haar normerende functie niet meer goed kon vervullen door een “gewijzigde context van internationalisering, technologische ontwikkelingen en een pluriform geworden samenleving”. Dit kan aanleiding zijn om een aantal grondwettelijke bepalingen te heroverwegen en, waar nodig, aan te passen. De Grondwet moet “bij de tijd” worden gehouden, aldus de staatscommissie. Daarom moeten een aantal Nederlandse grondrechten worden aangepast aan het “digitale tijdperk”. Het betreft de artikelen 7 (vrijheid van drukpers), 10 (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) en 13 (brief-, telefoon-, en telegraafgeheim). Al deze artikelen zijn immers – door de snelle technologische ontwikkelingen – “achterhaald”.

In haar reactie stelt het kabinet voorop dat het grootschalige Grondwetswijzingen niet nodig acht. Volgens het kabinet zijn wijzigingen namelijk alleen nodig als daartoe een “dringende politieke en/of maatschappelijke behoefte bestaat”. Die zijn er volgens het kabinet niet, omdat de huidige Grondwet – mede door de directe toepasselijkheid van internationale en Europese mensenrechtenverdragen en de maatstaven die in de jurisprudentie zijn ontwikkeld – goed functioneert. In ieder geval zijn er geen aanwijzingen dat zonder wijzigingen van de Grondwet het constitutionele bestel in gevaar zou komen. Een langdurige en complexe Grondwetswijziging kan daarom achterwege blijven. Ook de door de Staatscommissie voorgestelde algemene bepaling komt er niet.

Voor wat betreft het vraagstuk van de grondrechten in het digitale tijdperk, ziet het kabinet weinig meerwaarde in de door de staatscommissie voorgestelde wijzigingen van de artikelen 7 en 10 Grondwet. Immers, de tekortkomingen van deze bepalingen worden grotendeels opgevangen door de toepasselijkheid van verdragsrechten, en dan met name de artikelen 8 (privacy) en 10 (vrijheid van meningsuiting) van het EVRM.

Één overwinning heeft de Staatscommissie Grondrechten echter wel behaald: het kabinet erkent dat artikel 13 Grondwet (het brief-, telegraaf-, en telefoongeheim), dat  momenteel een wel zeer techniekafhankelijke en limitatieve formulering van beschermde communicatiemiddelen bevat, nog maar weinig normatieve kracht heeft.

Het huidige artikel 13
bepaalt dat het “briefgeheim”, alsmede het “telefoon- en telegraafgeheim” onschendbaar zijn, behoudens uitzondering. Door deze ouderwetse formulering valt het communicatiemiddel e-mail er bijvoorbeeld niet onder. Daarom krijgt artikel 13 Grondwet een “update” en wordt het aangepast aan onze technologische samenleving. Het kabinet zal een voorstel voorbereiden tot herziening van dit Grondwetsartikel.

Een kleine, maar belangrijke overwinning van de Staatscommissie. Mijns inziens is het toe te juichen dat het ouderwetse artikel 13 Grondwet eindelijk wordt veranderd, zodat ook communicatie via meer moderne communicatiemiddelen eronder valt. Wel vraag ik me af waarom artikel 13 wél, maar artikel 7 en 10 geen “update” krijgen. Het argument, dat de tekortkomingen van die bepalingen voldoende gedekt worden door internationale verdragen, geldt immers ook voor artikel 13: artikel 8 van het EVRM beschermt namelijk wel degelijk de vertrouwelijkheid van e-mail.

Toegegeven: van de drie door de Staatscommissie genoemde artikelen, is artikel 13 inderdaad wel het meest achterhaald. Dat dit artikel wordt aangepast, is een logische keuze. Hoe het nieuwe artikel zal komen te luiden, valt te bezien. De Staatscommissie stelde in haar rapport de volgende formulering voor:  

 

1. Ieder heeft recht op vertrouwelijke communicatie.         

2. Beperking van dit recht is alleen mogelijk 

(a) in gevallen bij de wet bepaald, met machtiging van de rechter of 

(b) in het belang van de nationale veiligheid door of met machtiging van hen die daartoe  bij de wet zijn aangewezen.

BRON: Oerlemans Blog


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.