NL EN
  • Home»
  • Weblog »
  • Interview Fiat Justitia met Christiaan Alberdingk Thijm

Interview Fiat Justitia met Christiaan Alberdingk Thijm

Hoe gaat Facebook met mijn privégegevens om? Kan Google alles zien wat ik op internet doe? Hoe voorkom ik te worden opgelicht bij het online boeken van een hotel? Juridische vraagstukken op het gebied van Informatietechnologie spelen een steeds belangrijkere rol in onze kenniseconomie. Op dit gebied is mr. Christiaan Alberdingk Thijm een expert. Hij verwierf internationale bekendheid in de baanbrekende Kazaa-zaak, waar hij de verdediging voor het populaire uitwisselprogramma voerde. Naast zijn juridische werkzaamheden is Alberdingk Thijm ook auteur van het spraakmakende boek “Het proces van de eeuw”. Fiat Justitia zocht hem op in Amsterdam.

U richtte in het jaar 2000, rond het knappen van de internetzeepbel, uw kantoor SOLV Advocaten op. Op dat moment was het geen voor de handliggende keuze om een kantoor gericht op technologie, media en communicatie te beginnen.

Het precieze moment van oprichting was niet erg handig getimed, maar de jaren daarvoor was het hosanna in deze sector. Alle advocatenkantoren hadden toen speciale internetafdelingen. Ik weet bijvoorbeeld dat bij Loeff Claeys Verbeke, de voorloper van Loyens & Loeff en Allen & Overy, ongeveer het halve kantoor internetadviseur of –advocaat was. De algemene sfeer was dat internet het helemaal ging worden en dat je daar als advocaat iets mee moest gaan doen. Toen knapte de zeepbel en was de nuchterheid terug; iedereen ging weer traditionele advocatuur bedrijven. Ik geloofde  nog wel in het internet, omdat de rechtsontwikkeling in de Verenigde Staten zeer snel ging en ook omdat er in Nederland veel nieuwe wetgeving aankwam, zoals de Auteursrechtrichtlijn en de E-commerce richtlijn. Mijn twee medeoprichters en ik geloofden niet dat met het deels verdwijnen van de internetmarkt, ook de gerelateerde juridische vraagstukken zouden verdwijnen. Daarin bleken wij gelijk te hebben: bedrijven als XS4ALL en Marktplaats, destijds allebei nog erg klein, zaten met juridisch dilemma’s. Deze bedrijven kwamen bij ons terecht, mede omdat veel grote kantoren hun internetafdelingen hadden opgedoekt. Toch is het inderdaad zo dat wij anticyclisch investeerden, tegen de trend in.

Uw kantoor en u verwierven grote bekendheid met een glansrijke verdediging van Kazaa, het peer-to-peer uitwisselprogramma. Wat was het bijzondere aan deze zaak?

De vraag in deze zaak was als volgt: kunnen de makers van de software, waarmee internetgebruikers bestanden kunnen uitwisselen, aansprakelijk worden gesteld voor de illegale uitwisseling door diezelfde gebruikers, terwijl zij zelf niet in staat zijn om deze uitwisseling te beëindigen? Dus is de fabrikant van een pistool verantwoordelijk voor de moord, die met het pistool wordt gepleegd? Kazaa was wereldwijd bekend en het was de eerste zaak waar een hogegerechtshof besliste dat de makers, Kazaa, niet aansprakelijk gesteld konden worden. Deze beslissing had dus veel impact en ik moest toen voor de internationale pers uitleggen hoe dit kon en hoe het Nederlandse rechtssysteem werkte. “The Netherlands: country of sex, drugs and peer-to-peer”, zei ik dan altijd, haha.

Is deze zaak daarna internationaal veel aangehaald in andere rechtszaken?

In de Verenigde Staten hebben juristen later in vergelijkbare zaken dezelfde strategie als ik toegepast. Ik heb mijn zaak voornamelijk gebaseerd op een oude afspraak van de Amerikaanse Supreme Court, de zogenaamde Betamax-zaak. De Betamax videorecorder van Sony was superieur aan de VHS, die uiteindelijk de technologische standaard is geworden. Met een Betamax kon je programma’s of films vanaf de televisie opnemen, terwijl je er niet naar keek. De Amerikaanse filmindustrie begon toen een procedure, omdat ze geloofde dat de Betamax een ordinair kopieerapparaat was, dat hun films stal. The Supreme Court oordeelde echter dat de Betamax ook gebruikt kon worden voor niet-inbreukmakende doeleinden. Dat argument heb ik bij Kazaa ook gebruikt. Ik toonde bijvoorbeeld aan, dat het programma werd gebruikt om tekeningen van kinderen ter verwerking van de aanslagen op het World Trade Centre in New York uit te wisselen. Dat maakte veel indruk. Later zijn er inderdaad zaken geweest, waarin een vergelijkbaar argument werd aangevoerd.

Kazaa won de zaak. Dat moet kwaad bloed hebben gezet bij de muziekindustrie, die zijn handel kwijtraakte aan gratis uitwisselingsprogramma.

Het probleem is dat internet gewoon een digitale jukebox is, ideaal om muziek ten gehore te brengen. Het werd ook altijd ‘Digital Jukebox’ genoemd. De muziekindustrie verzette zich daar echter tegen en zette zijn hakken in het zand en gaf geen toestemming voor het gebruik van muziek. Er werd altijd gezegd dat je niet met de illegalen kon concurreren, maar dat is gewoon niet waar. Diensten als Spotify, waar je door betaling van een relatief klein bedrag veel kennis van muziek kan nemen, zijn in opkomst. Dus je ziet: als je met een goede dienst komt, kun je prima concurreren. Ik las laatst dat kraanwater gezonder is dan bronwater, waar wij toch allemaal flink voor betalen, maar dat concurreert ook erg goed.

Naast uw werk bij SOLV bent u ook vele andere manieren actief binnen de informatie-technologische sector. Wat maakt deze sector zo interessant?

In de sector werken mensen die nieuwe oplossingen zoeken voor problemen, die innoveren. Daarnaast zijn de personen waar ik mee werk vaak jong en vol energie, dat spreekt mij erg aan. De uitdaging voor mij als jurist is om hen te helpen met juridische obstakels door onze wetgeving, die veelal is geschreven voor een offline wereld, op de nieuwe technologie toe te passen. Verder is de snelheid van verandering in deze sector verbazingwekkend. Facebook, een relatief nieuwe uitvinding, heeft snel een groot deel van de wereldbevolking aan zich gebonden. Dus niet alleen de technologie verandert in hoog tempo, de consument past zich in hetzelfde tempo aan. Dus je ziet hoe de markt beweegt en tegelijkertijd leidt dit steeds weer tot dominante spelers, zoals Facebook, Google, Apple en Amazon. Spelers met enorm veel macht.

Zorgt het snelveranderende van de technologie er ook voor dat de wetgeving soms achterblijft?

De wetgeving loopt altijd achter en daarom is het ook gevaarlijk om wetgeving te creëren om een bepaalde techniek te reguleren. Op dit moment zijn er discussies in de politiek over wetgeving voor cookies. De internetgebruiker moet toestemming kunnen geven voor het gebruik van deze cookies, die ervoor zorgen dat adverteerders aan jouw harde schijf kunnen zien, dat jij naar, bijvoorbeeld, stofzuigers zoekt. Er komt nu dus wetgeving om cookies te reguleren, maar de techniek gaat verder! Als iets juridisch niet mag, wordt er gewoon iets nieuws verzonnen. Zo heb je nu fingerprinting, waarmee via IP-adressen en andere gegevens een soort unieke vingerafdruk van jouw wordt gemaakt en waardoor behavioural advertising gewoon kan door gaan. De wetgever moet dus kijken naar de normen die ze wilt reguleren, dus het volgen van mensen op het internet, en niet de techniek waarmee dat gebeurt.

Dat brengt ons bij het onderwerp privacy. Oprichter van het computerbedrijf Sun Microsystems zei: “Privacy is dead, deal with it.” Wat vindt u dat er over is van onze privacy in het huidige computertijdperk?

De privacykwestie is enigszins paradoxaal. Aan de ene kant zie je dat we steeds meer privacy opgeven. Wat we voorheen alleen tegen onze goede vrienden zouden zeggen, dat staat nu opeens voor een paar honderd ‘vrienden’ te zien op Facebook. Veel van deze vrienden zullen hooguit vage kennissen zijn, maar daar deel je wel ziel en zaligheid mee, dus dat is opvallend. Maar tegelijkertijd zien we dat de privacywetgeving weer stringenter wordt. Ook zien we dat er redelijke commotie kan ontstaan als Facebook zijn privacysettings aanpast. Dan zie je dat er reactie op komt. Dus wat dat betreft is privacy zeker niet dood. Sterker nog, ik denk dat privacy sterker leeft dan zo’n drie jaar geleden en dat mensen ook beter weten wat de implicaties zijn van het gebruik van, bijvoorbeeld, sociale media. Dus privacy is zeker niet dood. Het is springlevend.

Is het ook niet zo dat gebruikers er zelf voor kiezen om actief te zijn op sociale media en dus zouden moeten begrijpen dat ze een deel van hun privacy opgeven?

Dat is niet helemaal waar. Laatst las ik dat Aegon een klant uit de polis had gegooid, omdat hij op Facebook foto’s had geplaatst van zijn hobby: racen op een circuit. Aegon maakt in dit geval gebruik van Facebook op een manier waarop jij dat niet had voorzien: het gaat voorbij aan de doelbinding. Dus: alles wat ik prijs geef, geef ik prijs voor een bepaald doel en als het gebruikt wordt buiten dat doel, is het niet toegestaan. In dit soort zaken wordt meegewogen wat de verwachtingen van de gebruiker zijn. In dit geval is het niet de verwachting van een gebruiker, dat zijn verzekeraar meekijkt op Facebook.

Naast advocaat, bent u inmiddels ook schrijver. Uw roman “Het proces van de eeuw” gaat over een fictief Zuidas-kantoor, waar een strikte hiërarchie geldt en waar ‘uren geschreven’ moeten worden. Kunt u uit eigen ervaringen bevestigen dat dit stereotype beeld daadwerkelijk deels bestaat?

Het is al lang geleden dat ik bij een groot kantoor heb gewerkt, maar veel collega’s, waar ik ook onderzoek bij heb gedaan, vertellen dat het boek herkenbaar is. Natuurlijk heb ik wel alle verschrikkelijkheden van alle grote kantoren, het vele uren schrijven, de hiërarchie en de hielenlikkerei, bij elkaar geveegd en daar het monsterlijke kantoor Schwaab en Helvoeth uit opgebouwd. Een dergelijk kantoor zal je dan ook niet vinden, maar voor iedere werknemer van een groot kantoor zullen er herkenbaarheden inzitten.

U heeft zelf een aantal jaar bij De Brauw Blackstone Westbroek gewerkt. Hoe is dit u bevallen?

Ik heb dat met veel  plezier gedaan. Het is wel zo dat er een bijzondere, een beetje grappige cultuur heerst, maar dat is in het leger of bij een studentenvereniging ook zo, daar heerst ook een bepaalde cultuur. Het is niet goed om je hele leven zoiets te doen, want dan tast het je karakter misschien iets teveel aan, maar om je een zekere periode onder te dompelen in een cultuur is helemaal niet verkeerd. Het is een soort Wonderland, waar je in terecht komt. Iedere dag een pak aan en werken aan opvallende zaken, waar je over in de krant leest. Ook veel borrels en partijen; het kan allemaal maar niet op in die grote toren. Dus het heeft allemaal wel wat!

Zijn er veel advocaten die na een tijdje voor zichzelf beginnen? En dan vooral binnen uw niche technologie, media en communicatie?

Zeker in mijn branche gebeurt dat veel. Wij waren één van de eersten die dat deden in 2000, maar inmiddels kan je bij de grotere advocatenkantoren nog maar heel weinig IE/IT praktijken vinden. In onze branche zijn voornamelijk de andere nichekantoren onze concurrenten. Zo is bij Allen & Overy de belangrijkste IE-partner onlangs ook voor zichzelf begonnen.

Wat is de kracht van een kleiner, specialistisch kantoor?

Voor jezelf starten heeft een aantal voordelen. Ten eerste is het, zeker voor specialisten als ik, gewoon leuk. Als je in een grote organisatie werkt, die sterk door ondernemingsrecht wordt gedreven, ben je als specialist vooral dienstbaar aan, bijvoorbeeld, het Fusies en Overnames proces. Jij kunt dan nooit zoveel uren schrijven als die F&O advocaten en dat is niet altijd bevorderlijk voor de sfeer. Je zit in een maatschap, maar de advocaat naast jou kan iedere dag 10 uren schrijven doordat hij bij een grote transactie is betrokken. Jij werkt daarentegen in 30 dossiers tegelijk en moet enorm je best doen om 5 uurtjes te maken op een dag. Dus zolang iedereen evenveel uren schrijft, iedereen evenveel verdient, is er niks aan de hand, maar op het moment dat er een sectie dominant wordt binnen het kantoor wordt het minder. Dus als je een niche kantoor gaat beginnen, kan je eigen werk doen, zonder partners die over je schouder kijken of je wel genoeg uren maakt. Daarnaast biedt het voordeel voor de cliënten. De overhead van een klein kantoor is lager, wat de cliënt terugziet in lagere tarieven en het kantoor is minder piramidevormig opgebouwd: je hebt sneller toegang tot een partner met veel expertise. Ook kan je bij een nichekantoor kennis blijven vergaren in je specialisatie, zonder dat je tussendoor aan allerlei andere zaken moet werken.

Het IT/IE-recht is de laatste jaren sterk in opkomst? Zullen hieraan gerelateerde vakken vaker op de curricula van de Nederlandse rechtenfaculteiten komen te staan?

Voorlopig biedt alleen de Universiteit van Amsterdam, waar ik zelf ook doceer, een master aan. Op de overige faculteiten worden ook wat vakken gegeven, maar het is wel zo dat Rotterdam redelijk achterloopt. Gelukkig is Tobias Cohen Jehoram, een erg goede advocaat en kundige wetenschapper en docent, niet al te lang geleden aangesteld als hoogleraar, dus dat gaat wel veranderen. We zijn in toenemende mate een kenniseconomie aan het worden in Nederland en we vinden innovatie belangrijk. Dus als wij mee willen blijven doen in de wereld, zullen wij ons hier meer op moeten richten en dat betekent ook dat er behoefte zal zijn aan juridische dienstverlening op dit gebied.

Het is ook een zeer internationaal rechtsgebied. Is de invloed van Europese wetgeving op dit gebied groot?

De meeste regelgeving in Nederland voor deze sector komt voort uit Brussel. Daarom verbaast het mij ook dat Nederlandse politici hun oor niet te luister leggen bij het Europees Parlement. De cookie-discussie bijvoorbeeld, komt voort uit een Europese richtlijn en daarbinnen zijn de mogelijkheden om af te wijken klein. Onze Kamerleden maken weliswaar allerlei bezwaren tegen die regelgeving, maar ze spelen gewoon tweede viool; er staat allang een stempel op die wetgeving.

U runt uw eigen advocatenkantoor, bent romanschrijver en u geeft ook nog eens les op de universiteit; een uitgebreid lijstje. Wat zijn verder uw ambities voor de komende tijd?

Mijn voornemen voor 2012 is om wat minder ambities te hebben, haha. Ik heb het veel te druk met allerlei nevenactiviteiten, ook naast degene die je noemt. Ik hoop het komende jaar een aantal van die nevenfuncties af te stoten en me meer te richten op de advocatuur en op het schrijven. Het werken aan “Het proces van de eeuw” is mij goed bevallen en daarom zou ik graag nog een roman willen  schrijven. Maar daar heb je veel tijd voor nodig.

Biografie

Christiaan Alberdingk Thijm (Amsterdam, 1971) studeerde Rechten aan de Unversiteit van Amsterdam en rondde de master Intellectual Property af aan King’s College London. Hij werkte als advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek en als wetenschappelijk onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit Amsterdam, alvorens hij in 2000, samen met twee collega’s, zijn eigen advocatenkantoor SOLV Advocaten oprichtte. Alberdingk Thijm is gespecialiseerd in het informatierecht, met name in het auteursrecht, uitingsvrijheid, privacy en e-commerce. Hij is als docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In 2011 debuteerde hij als romanschrijver met het boek “Het proces van de eeuw”, over een jonge advocaat, die bij een hiërarchisch advocatenkantoor terecht komt.

Lees hier het hele interview.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BRON: Fiat Justitia


PAGINA DOORSTUREN

DEZE PAGINA IS SUCCESVOL DOORGESTUURD!

REACTIES (3)

Arno Lodder maandag 12 maart 2012 13:01

De UvA biedt een uitstekende master Informatierecht aan.
http://www.studeren.uva.nl/ma-informatierecht
De VU is echter de enige met een echte IE/IT master, nl. binnen rechten master Internet, Intellectuele Eigendom en ICT, zie
http://www.rechten.vu.nl/nl/opleidingen/masteropleidingen/internet-intellectuele-eigendom-ict/index.asp

Kees de Vey Mestdagh donderdag 29 maart 2012 16:28

Wat is de wereld toch klein als je in Amsterdam woont ;-)
De Rijksuniversiteit Groningen heeft al 10 jaat een volledige Bachelor en Masteropleiding Recht&ICT waarin alle genoemde onderwerpen en meer aan de orde komen.

http://www.rug.nl/rechten/faculteit/vakgroepen/rth/rechtenict/index

Mark vrijdag 30 maart 2012 10:50

misschien toch Captcha's gaan gebruiken hier

EEN REACTIE PLAATSEN

UW E-MAIL ADRES WORDT NIET GETOOND AAN ANDERE BEZOEKERS.

  1. NAAM
  2. E-MAILADRES
  3. BERICHT
  4. WANNEER U DEZE REGEL KUNT LEZEN, VUL HET VOLGENDE VELD DAN NIET IN!
  5.